Wetenschap - 1 januari 1970

Ing. Theo van der Sluis, landschapsecoloog, Alterra

Ing. Theo van der Sluis, landschapsecoloog, Alterra

Ing. Theo van der Sluis, landschapsecoloog, Alterra


Deelnemers aan ‘Vreemde voettocht’ gaan eerst op een 'inloop'-weekend

'Vreemde voettochten' staat boven een reisplan van de NKBV, de vereniging
voor bergbeklimmers. De reis belooft vulkanen, canyons, woestijnen, hete
bronnen, snelstromende rivieren, puma's, condors, lama's, indianen en
adembenemende vergezichten vanaf besneeuwde bergtoppen in de Andes.
Zesentwintig dagen trekken door Midden- en Noord-Chili, richting
Argentinië.
Helaas. Het lukte samensteller en reisleider Theo van der Sluis,
landschapsecoloog bij Alterra, deze keer niet om acht deelnemers bijeen te
krijgen.

,,Acht of negen deelnemers is het aantal dat je moet hebben voor zo'n
tocht,'' legt Van der Sluis uit. De tafel in zijn woning in Heelsum ligt
vol landkaarten en boeiende foto's van olifanten en berglandschappen.
,,Ik loop al twintig jaar voettochten door Europa, het Midden-Oosten en
zuidelijk Afrika. Tijdens die tochten is er veel aandacht voor landschap en
natuur. Het is een goede combinatie: met mijn ecologische kennis kan ik de
mensen allerlei bijzonderheden vertellen over de dieren en over het beheer
van natuurparken. Mijn onderzoek voor Alterra is gericht op ecologische
netwerken, het verbinden van natuurgebieden en het maken van corridors
zodat dieren ongehinderd naar andere gebieden kunnen trekken als dat voor
hun behoud nodig is. De tochten hebben een link met mijn werk. Dit zou mijn
eerste tocht in Zuid-Amerika zijn geweest. Jammer!''
Van der Sluis werkte en woonde met zijn gezin vijf jaar in Botswana.
,,Toen ben ik met de Afrikaanse voettochten begonnen.
Ik maakte gebruik van lokale, gewapende gidsen, die de omgeving goed
kennen. Ik heb een voorkeur voor zware tochten. Een zware rugzak met eten,
drinken, je eigen tent, minimaal gewicht ongeveer 17 kilo, afhankelijk van
je uitrusting. Na zo'n hele dag lopen voel je dat wél. Dat vertel ik er
altijd bij voordat we de tocht beginnen. We houden altijd een 'inloop'-
weekend in de Ardennen. Tijdens die inlooptochten zie ik hoe mensen lopen
en zich gedragen. Als ik denk dat iemand het niet aankan raad ik aan een
andere tocht te zoeken. Dat is een teleurstelling maar ja.. Voor de
voettocht in Bulgarije gaf iemand zich op die ongetraind was. Hij wilde zo
graag mee, dat hij elke dag met volle bepakking naar zijn werk liep en in
de Ardennen ging trainen! Het is ontzettend leuk om met zo'n groep
enthousiaste wandelaars op pad te gaan. Ik noem het ecotoerisme. Je ziet
dingen en plekken waar je bij gewoon toerisme beslist niet komt. Het is wel
een ontzettend werk om zo'n tocht samen te stellen. Ik maak een begroting
en regel de tickets, de NKBV betaalt ze.''
,,Je moet je lichamelijk instellen op dat lopen. De eerste drie dagen zijn
altijd zwaar. We hebben nooit ongelukken gehad. Wel eens oog in oog met een
leeuw gestaan, dat was wel even schrikken. We hebben in Zimbabwe gewoond;
we kenden het risico dus. Zolang je in je tent bent, doet die leeuw je
niks, je hebt dan niet de prooilucht. Maar als je eruit komt, dan moet je
oppassen. Dat geldt zeker voor neushoorns. Die kunnen agressief zijn en ze
zijn heel snel! Gelukkig zien ze heel slecht. Je moet voortdurend alert
zijn. Tijdens een safari in Botswana met mijn gezin overkwam het ons dat
een paar hyena's een box met twintig kilo vlees wegsleepten! Overigens zijn
dat prachtige beesten. Als je dat lachen van ze hoort, door de nacht, dat
is zó fantastisch!''
In het tijdschrift voor voettochten ‘Op lemen voeten’ beschrijft Van der
Sluis een tocht van vier weken door Botswana en Zimbabwe, onder meer door
de Okavango-delta. Daar zijn hekken geplaatst om wilde buffels gescheiden
te houden van het vee van de lokale bevolking uit angst dat buffels MKZ
zullen overbrengen. Natuurbeheerders trekken die veronderstelling sterk in
twijfel. Het plaatsen van hekken belemmert bovendien de doorgang voor wild
in het algemeen. In tijden van droogte kunnen ze daardoor niet de meren
bereiken waardoor veel dieren omkomen.
Van der Sluis vindt tien deelnemers het maximum voor een voettocht. ,,Je
overlegt dan sneller, als bijvoorbeeld een route moet worden veranderd,
door te veel sneeuw en lawinegevaar zoals vorig jaar in Bulgarije.''
,,Karakters spelen een belangrijke rol. Als er iets gebeurt, moet ik weten:
'Wie kan ik achterlaten of vooruit sturen? Wie kan goed kaartlezen?' Na een
paar dagen heb je dat wel door.''
Van der Sluis is razend enthousiast en is al weer met een volgende
voettocht bezig.
''Het is fascinerend om in een klein dorpje om een kampvuur te zitten met
de bewoners, die vertellen over hun landbeheer, iets waar ik nu mee bezig
ben. Je leert van ze en slaat tegelijkertijd een soort cult-brug.''

Lydia Wubbenhorst

Fotobijschrift:
Reisleider Theo van der Sluis: ,,Als er iets gebeurt, moet ik weten: 'Wie
kan ik achterlaten of vooruit sturen?’’

Re:ageer