Wetenschap - 13 juni 1996

Informatietechnologie in het onderwijs

Informatietechnologie in het onderwijs

Al een aantal jaren worden voorbeeldprojecten uitgevoerd op het gebied van informatietechnologie in het onderwijs. Maar tot een echte doorbraak van het IT-onderwijs is het nog niet gekomen. Het informatiseringsbeleid blijft afhankelijk van een aantal enthousiaste docenten. En van veel geld.


Informatisering in het onderwijs staat weer volop in de belangstelling. Bijna twintig vakgroepen en richtingsonderwijscommissies (roc's) stuurden onlangs een projectvoorstel in voor het introduceren van moderne onderwijsmiddelen in hun vakken. De projecten, samen goed voor 600 duizend gulden, zijn weer een extra score op het lijstje voorbeeldprojecten Informatietechnologie.

Sinds 1993 zijn onder leiding van het Steunpunt educatief computergebruik (Spec) al ongeveer 25 van dit soort projecten uitgevoerd. Daarnaast hebben tal van docenten op eigen houtje de computer op de een of andere manier ingeschakeld in het onderwijs. Drs J.J.M. Smolenaars van het Spec schat dat nu in zestig tot zeventig vakken de computer een belangrijke plaats inneemt.

Het is een aardige totaalscore, maar de vraag is wanneer het IT-onderwijs nu eens volwassen wordt en het voorbeeldstadium voorbij is. Er zijn, zo constateert de Stuurgroep implementatie onderwijs 2000, inmiddels goede voorbeelden van projecten waar studenten kunnen oefenen met de stof na een college; er zijn goede toetsen per computer en er zijn de nodige simulatieprogramma's die relatief simpel zijn om te bouwen voor andere vakken. Tenslotte is er al de nodige ervaring met videoconferencing, telecolleges en Internet-onderwijs.

Toch vormen opdrachten en projecten waarbij studenten IT gebruiken om zelf informatie te zoeken en te verwerken, nog maar een klein deel van de studieprogramma's. In slechts bescheiden mate wordt gebruik gemaakt van pc's om studenten te begeleiden bij het oefenen van de vakinhoud", schrijft de Stuurgroep implementatie in een IT-nota aan het college van bestuur. Het wordt tijd om nu echt wat te gaan doen", meent stuurgroep-voorzitter prof. dr ir L. Speelman.

Olievlek

Waarom verspreidt IT zich niet als een olievlek over de LUW? De onderwijscommissie vco meent dat ontwikkelaars van leuke pakketten het project eerst buiten de LUW-deur proberen te vermarkten, in plaats van de verworven kennis en ervaring te gebruiken om andere, vergelijkbare projecten binnen de LUW op te zetten.

Het Spec ontkent dat zijn prioriteit buiten de LUW ligt. Het steunpunt kijkt wel degelijk naar bredere toepassingen, meent Spec-voorzitter drs J.J. Steen. Het valt in de praktijk alleen vaak tegen, omdat enthousiaste docenten graag hun eigen pakketten en technologieen willen opzetten."

Bovendien worden projecten vaak met tijdelijke subsidies opgezet. Na afronding vertrekken de medewerkers, waarmee de expertise de LUW uit vliegt. Er zijn volgens het Spec te weinig vaste krachten die de ontwikkelde programmatuur onderhouden of regelmatig bijstellen. Een docent kan de pakketten vervolgens niet up to date houden en stapt weer over op het reguliere dictaat.

Smolenaars: Het gaat allemaal wat langzamer dan het Spec in de begintijd dacht. Wat vaak wordt vergeten, is dat de docenten om moeten. Als een docent niet wil, dan doet hij niet mee. De invoering staat of valt met het enthousiasme van de docenten. Ze moeten voorbeelden zien op hun eigen terrein, hun eigen vakgebied. Het huidige probleem is dat we wel voorbeeldprojecten hebben, maar dat veel docenten nog niet zien dat het ook voor hen mogelijkheden biedt. Ze moeten enthousiast worden van collega's die laten zien dat het nuttig kan zijn."

Smolenaars noemt verder als rem op de ontwikkeling de technologische stand van zaken. Regelmatig komt het voor dat datgene wat de docent wil, technisch niet haalbaar is of in de praktijk niet blijkt te werken. Overigens is dat meestal geen reden voor een docent om af te haken. Dit soort docenten verkent volgens mij de grenzen van de mogelijkheden. De docent heeft een leuk idee voor een vak en weet dat hij in de loop van het proces tegen onmogelijkheden kan aanlopen."

Capaciteitsverdelingen

Verder speelt een hardnekkig misverstand over IT in het onderwijs. Eerst kost IT verschrikkelijk veel tijd en aanpassingsvermogen en vervolgens heb je als docent weinig meer te doen. En dat kan wel eens negatief uitpakken voor de capaciteitsverdelingen. Onderwijsdeskundigen verzekeren echter dat IT nooit leidt tot minder onderwijsbelasting voor de docent. Het zou juist wel eens meer tijd kunnen kosten, omdat studenten naast de computer ook de docent graag nog in levende lijve willen zien. Speelman: Het is een ondersteunend middel en dat relativeert misschien meteen het belang van IT."

Smolenaars: Docenten die aan IT beginnen, weten dat ze veel tijd kwijt zijn aan het aanleren van een heel nieuwe manier van doceren. De student komt centraler te staan in het onderwijsproces; hij moet leren zelfstandig informatie te vergaren. Dat betekent een heel andere rol voor de docent; die kan niet zo maar een hoeveelheid kennis overdragen. Een student kan de kennis thuis opdoen via een zelfstudiepakket en kan vervolgens daadwerkelijk met de docent in discussie gaan. Ook voor de docent is deze onderwijsvorm veel interessanter. Docenten die iets met IT willen doen en weten wat hen te wachten staat, stellen volgens mij hun eigen onderwijs echt ter discussie."

Ondertussen vragen de studenten zich af waar ze al die mooie programma's moeten bekijken. Sinds kort hebben de eerstejaars weliswaar hun eigen netwerk-account, maar andere studenten zijn volgens de vco nog te veel afhankelijk van hun accountbeheerder. Bovendien zal een nijpend gebrek aan terminals optreden als elke student er een nodig heeft.

De onderwijscommissie ziet als enige oplossing dat de LUW computers aanbiedt aan studenten of subsidieert. Maar twee jaar geleden zei de LUW nog dat ze daar geen geld aan wil uitgeven.

Re:ageer