Wetenschap - 20 december 2016

Incidenten bepalen inkomens boer en tuinder

tekst:
Albert Sikkema

De sierteelt profiteert van het economisch herstel in de wereld. In de andere agrarische sectoren bepalen het Europese aanbod en min of meer toevallige mee- of tegenvallers op exportmarkten het inkomen van de Nederlandse boeren en tuinders. Dat blijkt uit de jaarlijkse inkomensraming van Wageningen Economic Research.

<foto: Shutterstock>

De Nederlandse economie trekt aan, blijkt uit cijfers van de regering en het CBS. Dat komt omdat de consumentenbestedingen en huizenprijzen weer toenemen. Eén agrarische sector profiteert van de groeiende consumentenuitgaven; de sierteelt. Er werd afgelopen jaar weer meer uitgegeven aan bloemen en pot- en perkplanten, waardoor de inkomens van de siertelers groeiden. Ook profiteerden de telers van lagere energiekosten.

Vogelgriep
Alle agrarische sectoren in Nederland zijn voor hun inkomens afhankelijk van de exportmarkt, zegt onderzoeker Harold van der Meulen, en daar is moeilijk een peil op te trekken. De varkenshouders verdienden afgelopen jaar, na twee beroerde jaren, eindelijk weer geld. Dat kwam door hogere biggenprijzen, als gevolg van een kleinere Europese zeugenstapel, en extra vraag naar varkensvlees vanuit China. Daarentegen verdienden de pluimveehouders in 2016 minder geld aan de verkoop van eieren dan een jaar eerder. De oorzaak: het aanbod van eieren in de EU groeide en ze konden niet langer veel eieren naar de VS exporteren, omdat de Amerikanen de eierproductie weer op orde hadden na een grote uitbraak van vogelgriep in 2015.

Regen
Het aanbod in de EU en incidentele factoren bepalen de afzetprijzen, zegt Van der Meulen. Zo lag de prijs voor consumptieaardappelen in 2016 een stuk hoger dan vorig jaar, maar dat is mede het gevolg van overvloedige regenval in juni in het zuiden van het land. De prijzen fluctueren steeds meer, en daarmee ook het inkomen van de ondernemer.

Ook de situatie voor de melkveehouders is onzeker. Het afgelopen jaar steeg hun melkproductie met 7,5 procent, maar daalde de melkprijs met 9 procent. Hun hogere productie werd dus teniet gedaan door de lagere melkprijs. Daardoor verdienden ze gemiddeld iets minder, mede omdat ze meer kosten maakten om het bedrijf uit te breiden. Of die teneur van dalende prijzen komend jaar wordt doorbroken door de invoering van fosfaatrechten, moet nog blijken, want ook in andere Europese landen zonder fosfaatproblematiek groeide de melkveestapel afgelopen jaar.


Re:ageer