Wetenschap - 1 januari 1970

‘In verleden zijn we soms te vriendelijk omgegaan met DLO’

Ruim een jaar zwaait ze nu de scepter over de Directie Wetenschap en Kennisoverdracht (DWK) van het ministerie van LNV. Voor Wageningen UR is biologe dr Janneke Hoekstra daarmee een van de belangrijkste mensen in Den Haag. Zij ziet Wageningen als de logische kennispartner die LNV met een ‘timmermansoog kan bijstaan’, maar vindt ook dat onderzoekers zich vaak ‘dreigen te verliezen in details’ en ‘de vertaalslag van de vierkante millimeter naar de vierkante kilometer’ niet weten te maken.

Om de grootste klant van Wageningen UR genoemd te worden, vindt ze toch iets te veel eer. ,,Het hele ministerie is klant en mijn directie vervult vooral een coördinerende rol’’, zegt Hoekstra, directeur van de LNV-beleidsdirectie DWK. Toch valt niet te ontkennen dat haar beleidsdirectie een van de grote sluiswachters is van de geldstromen die van Den Haag naar Wageningen vloeien. Zo was DWK de afzender van de begin deze maand verstuurde ‘Kaderbrief DLO 2005’ waarin wordt aangegeven dat er ook volgend jaar weer zo’n 170 miljoen euro richting instituten zal vloeien voor kennisontwikkeling, beleidsondersteunend onderzoek en wettelijke onderzoekstaken. Ook is de directie het formele doorgeefluik voor de rijksbijdrage aan Wageningen Universiteit: in 2004 zo’n 125 miljoen euro.
DWK is kortom een directie die je als Wageningen UR graag te vriend houdt. Het is echter een publiek geheim dat de relaties in de tijd van Hoekstra’s voorganger dr Rinette Julicher en toenmalig Wageningse bestuursvoorzitter dr Cees Veerman ernstig waren verkild. Onder Hoekstra lijkt de dooi weer te hebben ingezet.
Hoekstra neemt het zelfs voor Wageningen op als de kritiek ter sprake komt op de grote hoeveelheid geld die Den Haag jaarlijks haast vanzelfsprekend in Wageningen uitzet voor ‘beleidsondersteunend onderzoek’. ,,Vergelijkingen met andere ministeries gaan mank. Ministeries zitten heel verschillend in elkaar. De ministeries van VROM en VWS hebben hun eigen onderzoeksinstituut, het RIVM, en ook het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft drie eigen instituten. Bovendien is de Nederlandse landbouw nu eenmaal traditiegetrouw heel kennisintensief. Als ministerie hechten wij sterk aan die kennisinfrastructuur en er is ons veel aan gelegen die te behouden. Juist door de aandacht voor innovaties is de landbouw hier tot zo’n grote bloei gekomen en zijn we er steeds weer in geslaagd problemen op te lossen.’’

Timmermansoog
,,Het dogma dat onderzoeksgeld van de overheid altijd open moet worden aanbesteed, onderschrijf ik niet’’, zegt Hoekstra. ,,Er zijn juist veel argumenten om je kennis te halen bij een organisatie die het terrein heel goed kent en waarmee je goed kunt netwerken. Als je in Brussel zit en er komt een nieuwe variant over tafel dan is het belangrijk als je snel kunt terugkoppelen en dat iemand met een timmermansoog kan zeggen wat dat kan betekenen.’’ Hoekstra erkent dat die nauwe relatie het risico inhoudt dat onderzoekers de beleidsmedewerkers naar de mond gaan praten en precies gaan opschrijven wat Den Haag wil horen. Er zijn volgens haar echter genoeg waarborgen in te bouwen waarmee je dat risico kunt indammen.
Het oorspronkelijke plan om een steeds groter deel van het beleidsgericht onderzoek open te gaan aanbesteden heeft DWK voorlopig in de ijskast gezet. ,,Door de bezuinigingen zetten we al minder onderzoeksgeld uit en om naast die krimp de instituten ook nog eens te confronteren met de onzekerheid van open aanbesteding, leek ons iets te veel van het goede’’. Het ministerie is de instituten ook ter wille geweest door het vrije deel in de subsidie aan de instituten, de zogeheten kennisbasis, in de komende jaren te verdubbelen tot zo’n 35 miljoen euro in 2007. Dit biedt de instituten ademruimte om de verplichtingen na te komen die financiers als de Europese Unie vragen aan contrafinanciering bij deelname aan grote onderzoeksprojecten. Dat het ‘vrije geld’ voor kennisontwikkeling dan dus wordt ingezet voor matching, ziet Hoekstra niet als een bezwaar. ,,Het mes snijdt juist van twee kanten. Als er iemand anders is die mee wil betalen dan wordt je kritische massa groter. Bovendien is het een indicatie dat er echt belangstelling is voor die kennis.’’

Kennisvragen
Maar is dat constructieve meedenken van LNV geen teken dat de verzelfstandiging van DLO, dat tot mei 2000 onderdeel was van het ministerie, nog niet echt is afgerond en er nog steeds sprake is van een moeder-kind-relatie? Hoekstra: ,,In het verleden zijn we wel eens te vriendelijk met DLO omgegaan en was er in Den Haag sprake van een gevoel ‘ze moeten er toch op kunnen rekenen’. Het kind is inmiddels flink uit de kluiten gewassen en straks misschien groter dan LNV. Dat moet dus vooral zijn eigen weg gaan en dat kan het kind ook best.’’
Hoekstra kondigt wel aan dat het ministerie het beleidsgerichte onderzoek in de toekomst sterker inhoudelijk zal gaan sturen. Hiervoor wordt, als onderdeel van de reorganisatie, de structuur van het ministerie aangepast. De beleidsdirectie DWK gaat fuseren met het Expertisecentrum LNV, het in Ede gevestigde onderdeel van het ministerie dat de beleidsdirecties ondersteunt bij de beleidsvoorbereiding en daaruit voortvloeiende kennisvragen. ,,De strategisch en inhoudelijke deskundigen zitten straks samen in één beleidsdirectie Kennis. Ik denk dat we daardoor de kennis beter kunnen benutten en ook vaker de afweging zullen maken of er wel nieuw onderzoek nodig is. Er ligt zoveel kennis op de plank en het is vaak de kunst om die op een verstandige manier opnieuw te interpreteren.’’
Hoekstra wil ook meer flexibiliteit in het beleidsondersteunend onderzoek. ,,Het budget is kleiner geworden en dat is des te meer reden om je onderzoeksonderwerpen niet al vier jaar vooraf vast te leggen. Er was veel te weinig beweging in de programma’s. In de toekomst zal onderzoek vaker worden afgekapt als er geen behoefte meer aan bestaat.’’

Vertaalslag
Met de technische kennis van Wageningse onderzoekers zit het wel snor, meent Hoekstra, maar ‘intergraal denken is een ontwikkelpunt’. ,,Onderzoekers dreigen zich te verliezen in details en het probleem zit vaak in de vertaalslag van de vierkante millimeter naar de vierkante kilometer. Details zijn natuurlijk belangrijk, maar als je ze niet weet te koppelen aan een helikopterview kun je er in het beleid weinig mee’’, aldus Hoekstra.
Onderzoekers realiseren zich, volgens Hoekstra, ook niet altijd hoe hun boodschap overkomt. ,,Bij controversiële zaken als de kokkelvisserij en de mestproblematiek is de argwaan erg groot en luistert de formulering heel nauw. Onderzoekers kunnen niet veel meer doen dan keuzemogelijkheden, risico’s en voor- en nadelen aangeven. Het is uiteindelijk minister Veerman die de beslissing neemt en die doet het natuurlijk nooit goed, maar daar wordt hij dan ook goed voor betaald.’’

Gert van Maanen

Re:ageer