Wetenschap - 1 januari 1970

In de vallei brult de muis al 25 jaar

In de vallei brult de muis al 25 jaar


Vroeger was alles beter

De Wageningse universitaire pers: van BeLHamel en LH-Berichten via WHB en
WUB naar Wb

Wb-verslaggevers Martin Woestenburg en Willem Koert vertoefden wekenlang in
de archieven van het weekblad. Nog stoffig van de oude jaargangen en de
drukinkt nog op hun vingers geven ze hun indruk van 25 jaar WHB, WUB en Wb.
De aanleiding? Het weekblad van Wageningen UR is een kwart eeuw oud.

Wb-journalisten horen het vaak, zelfs van hun beste vrienden: de krant is
lang niet meer zo kritisch als vroeger. De journalisten van uitgeverij
Cereales zitten te dicht aangeschurkt tegen de machthebbers in Wageningen,
en van de onafhankelijke houding die het Wagenings Universiteitsblad hoog
hield is weinig meer over sinds WUB Wb is geworden en de journalisten ook
voor DLO schrijven. Als journalist is het moeilijk te controleren of die
gedachte nu werkelijkheid is, of dat de criticaster een nostalgische oude
zeur is met een slecht oog voor de veranderende werkelijkheid. Met het 25-
jarig jubileum van de uitgever van Wb, Cereales, kunnen we ongegeneerd
terugkijken op de verslaggeving in de Wageningse wetenschappelijke wereld
tussen 1977 en 2003. In die periode verscheen – gedurende het academisch
jaar - bijna wekelijks een krant, onder de namen BeLHamel, LH-Berichten,
Wagenings Hogeschoolblad (WHB), Wagenings Universiteitsblad (WUB) en Wb.
BeLHamel en LH-Berichten zijn in de jaren zeventig eigenlijk twee
tegenpolen. BeLHamel werd door medewerkers en studenten van de
Landbouwhogeschool volgeschreven met lange ideologisch getinte opstellen
over de boycot van Granny Smith appels uit Chili, een oproep tot actie voor
in gevangenschap verkerende Peruaanse vakbondsmensen van de Peru Werkgroep,
of tekstanalyses van studieprogramma's, maar het toppunt is de
boekbespreking van de bijbel. LH-Berichten was het door
communicatiemedewerkers geschreven blad met de nieuws van het
universiteitsbestuur, saai en droog als bestuurlijke informatie kan zijn.

Rammenassen
Op dertig augustus 1977 wordt het eerste Wagenings Hogeschoolblad ten doop
gehouden, een blad waarin de opinie van de BeLHamel en het nieuws van de LH-
Berichten geïntegreerd worden naar voorbeeld van andere
universiteitsbladen. Het WHB, dat in de volksmond liefkozend Wahobla zou
gaan heten, was geboren. Vanaf het begin is het WHB een echte krant, ware
het niet dat het nieuws behalve op de voorpagina vooral op pagina's
achterin te vinden is, terwijl de grotere opiniërende artikelen en
reportages voorin staan. De schrijfstijl wordt, zowel ten opzichte van
BeLHamel als van LH-Berichten, journalistieker. De opinie is minder
persoonlijk en ideologisch ingestoken geschreven en meer afstandelijk en
onderzoekend. Het nieuws is ineens niet meer ambtelijk en droog
opgeschreven, maar wordt meer naar de mensen toegeschreven.
De journalisten van het WHB zitten dicht op de bestuurlijke en politieke
perikelen die spelen in Wageningen. Ook in het WHB staan grote, doorwrochte
artikelen over onderwijsbeleid, maar er is in 1978 ook twee pagina's ruimte
om de nieuwe telefooncentrale, met de 'druktoontoestellen' waar de redactie
medio 2003 nog mee zal bellen, te beschrijven. Het is een mooi
journalistiek mengsel.
Journalist Simon Vink gaat na zijn reportage bij de nieuw gebouwde barakken
aan de Droevendaalsesteeg met rammenassen in zijn fietstas naar huis,
terwijl columnist Kees de Hoog de opmerking van de nieuwe voorzitter van
bestuur van de LH 'Papa' Van der Schans over het hoge IQ van Wageningen
vakkundig onderuit haalt. ,,De hogeschool is tot op heden terecht de naam
universiteit ontzegd, haar object De Boer is mede door onintelligent
gemanoeuvreer bijna geheel uitgestorven'', schrijft De Hoog met veel gevoel
voor de toekomst.
Het vreemde bij de veelal kritische artikelen die de WHB-journalisten
schrijven, is dat de hoofdrolspelers vaak niet de afzonderlijke studenten,
wetenschappers of medewerkers zijn - zeg maar het volk - maar vooral de
goed op het hoofdgebouw ingevoerde, politiek en bestuurlijk geëngageerde
mensen - zeg maar de bestuurders. Is er een probleem met het
onderwijsbeleid of met de studentenhuisvesting, dan interviewen de WHB-
journalisten het college van bestuur, de studentenhuisvesters of de WSO.
Nergens komt een eerstejaars aan het woord die hopeloos op zoek is naar een
hospita, in een caravan woont of een kamer kraakt. Pijnlijk wordt dat in
1980, tijdens de laatste studentenacties in Nederland, de Lente van
Wageningen, met als hoogtepunt de bezetting en ontruiming van het
hoofdgebouw van de LH. Het WHB geeft netje de tussenstand door in de
onderhandelingen, maar nergens een interview met actievoerders of een
reportage over de bezetting. Wel foto's van studenten in slaapzakken, en
een nogal onbegrijpelijke column van journalist en medebezetter Arie de
Groot.

Propaganda
In de jaren tachtig is in academische kringen de macht van de linkse kerk
op zijn hoogtepunt. Wageningen is geen uitzondering, blijkt uit de
vergeelde jaargangen van het Wahobla en later het WUB. Vrouwenemancipatie,
bescherming van het milieu, discriminatie en uiteraard de armen in de Derde
Wereld krijgen uitgebreid de aandacht. De krant volgt nauwgezet de
perikelen rond de oprichting van Vrouwenstudies, verslaat discussies over
de stopzetting van de ontwikkeling van de DNA-technologie en bericht
kritisch over de experimenten op onderzoeksinstituut Ital, waar
onderzoekers malaria bestrijden door het genoom van de muskieten met
radioactieve straling te veranderen.
In het begin van de jaren tachtig leidt dat idealisme tot stukken die nu de
tenen doen krommen. Ronduit pijnlijk zijn bijvoorbeeld de vijf reportages
die het ‘nieuwe Suriname’ van legerleider Desi Bouterse omhoog steken.
Zonder enige kritische kanttekening laat de krant voorstanders aan het
woord, die de nare berichten over moordpartijen en drugs afdoen als
propaganda van de Nederlandse overheid. Wie de Surinaamse situatie wel goed
kent, zoals de journalisten van het WHB of Wageningers in Suriname, zijn
enthousiast. ,,Hier in Suriname zijn de dingen zo direct van belang dat je
je daarvoor wilt inzetten", zegt ir Jaap de Vletter in een interview.
,,Voor het positieve. De militairen hebben die mogelijkheid gecreëerd."
Als in 1986 het hogeschoolblad universiteitsblad gaat heten, wordt Wahobla
WUB.
Sinds 1980 heeft het WHB wel kleine veranderingen ondergaan qua opmaak,
maar het journalistieke mengsel van nieuws en opinie is niet wezenlijk
veranderd. Het blad blijft net als in de begintijd het middelpunt van het
politieke en bestuurlijke debat in Wageningen. Het lijkt alsof de aandacht
van de journalisten van de studentenacties is verplaatst naar acties rond
kraakpanden als Tien Zilverlingen en Delpad, maar dat is eerder omdat er
door de krakers meer actie wordt gevoerd dan door de studenten. Het
onderwijsbeleid krijgt in het WUB ook voldoende aandacht, lang niet in de
laatste plaats door de grote hoeveelheid brievenschrijvers die hun ei kwijt
willen.
De journalistieke horzel heet in de jaren tachtig Poke Lel. Onder die naam
schrijft journalist Leo Klep wekelijks een column die zowel bij
bestuurders, wetenschappers als studenten de haren rechtop doen staan.
Studentenvereniging Unitas is beledigd als Lel bij zijn stuk over de
miljoenste bezoeker van de mensa schrijft over 'vier zwembaden soep' en
'een half kinderbadje balletjes'. Voedingswetenschappers zijn woedend als
Lel prof. Jo Hautvast 'plurk' noemt; Hautvast praat vervolgens jarenlang
niet met journalisten van het WUB. Brievenschrijver Heinz Greijn noemt Lel
een 'masochist met een Jezuscomplex', en krakers vinden Lels stukjes
'misselijke stemmingmakende berichten'.

Censuur
Eind jaren tachtig vecht het weekblad zich vrij van de linkse kerk. De toon
wordt kritisch, ook als het gaat over milieu, vrouwenrechten, kraken en
hulp aan de Derde Wereld. De definitieve breuk valt samen met de Shell-
affaire uit 1989. In dat jaar lanceert het olieconcern een
advertentiecampagne in de Nederlandse universitaire pers. Hierin prijst
Shell zichzelf aan als werkgever en biedt studenten, die in het buitenland
hun paper willen presenteren, aan een beurs te betalen.
De redactie heeft het moeilijk met de campagne. Shell doet nog steeds zaken
met het apartheidsregime, en sommige redacteuren willen dat de krant het
concern boycot. Andere redacteuren en het bestuur zien dat anders en vinden
dat het weigeren van de advertentie hetzelfde is als censuur. Uiteindelijk
beslist het WUB de advertentie toch te plaatsen. Hoofdredacteur Daan van
Brakel licht de beslissing toe. ,,De vrijheid van meningsuiting, zo
geformuleerd in de Rechten van de Mens, is ook van toepassing op
advertenties, zelfs als die afkomstig zijn van Shell.’’
Niet alle advertenties komen terecht bij de lezers. Tot twee keer toe kapt
een groep van veertig actievoerders de oplage om de gewraakte pagina’s uit
de krant te scheuren. Namens de actievoerders schrijven Maurice Wessling en
Jan de Jong een brief in het WUB om de actie toe te lichten. Die was niet
bedoeld om afbreuk te doen aan de journalistieke onafhankelijkheid van het
WUB, maar juist om de redactie te leren wat journalistieke
onafhankelijkheid was. ,,Echte journalistieke onafhankelijkheid
onderscheidt zich door onafhankelijk te zijn van adverteerders, en daarmee
dus ook de vrijheid te nemen advertenties te weigeren.’’ En weigeren moet,
schrijft de ANC-steungroep Wageningen in het WUB. ,,Ieder mens heeft de
verantwoordelijkheid inhoud te geven aan de solidariteit met het verzet in
Zuid-Afrika.’’
Hoewel de meeste redacteuren het oneens waren met de advertenties – een
groep freelancers schrijft zelfs een open brief aan de lezers in de krant
om hun onvrede met de advertenties te uiten – is de affaire een breekpunt.
De krant begint zich vrij te vechten van de progressieve beweging.

Lange arm
In de jaren negentig is het dan ook niet meer de stem van de linkse kerk
die om het hardst klinkt in de krant. Het zijn de managers die het blad in
hun greep willen krijgen. De socioloog dr Wouter Douma, oudredacteur van
BeLHamel en oud-collegelid die in 1990 afscheid neemt van de universiteit,
ziet het aankomen. ,,De universiteit wordt een bedrijf’’, waarschuwt hij in
zijn afscheidsrede.
En inderdaad. De universiteitskrant gaat steeds meer aandacht besteden aan
het toenaderingsproces van de DLO-instituten en de universiteit, aan de
contacten met het bedrijfsleven terwijl de invloed van de linkse beweging
taant. Wat voor consequenties dat gaat hebben voor de onafhankelijke pers
wordt pijnlijk duidelijk tijdens de ATO-affaire van 1997. In dat jaar stapt
directeur dr Albert Eenink op als directeur van het ATO en geeft een
afscheidsinterview aan het WUB, dat ook nog rondbelt binnen het ATO en de
universiteit. Over Eenink en het ATO niks dan lof in het stuk. De
geïnterviewden maken slechts één kanttekening: ATO investeert te weinig in
fundamenteel strategisch onderzoek.
Die constatering zorgt ervoor dat Eenink een woedende brief schrijft naar
het WUB. ,,Zonder ons medeweten en zonder onze toestemming hebt u aan het
beoogde artikel een aantal passages toegevoegd die afkomstig zijn van LUW-
medewerkers.’’ Medewerkers van ATO, die zich in dezelfde trant hadden
uitgelaten, hangen soms in tranen aan de lijn en vragen of ze alsjeblieft
uit het stukje mogen. Ze vrezen hun baan te verliezen als het stuk
verschijnt.
De gemoederen lopen zo hoog op dat Eenink het College van Bestuur inlicht
en dreigt de samenwerking met Wageningse vakgroepen stop te zetten. Het WUB
plaatst uiteindelijk een gecensureerd stuk dat de naar Numico vertrekkende
manager mijlenver omhoogsteekt. Hoofdredacteur Simon Vink schrijft in een
hoekje rechtsonder hoe het stuk tot stand is gekomen. ,,De lange arm van
ATO-directeur Eenink blijkt te reiken tot over de muren van zijn instituut.
Het lukt de directeur een openlijke discussie te onderdrukken. Duidelijk is
dat de cultuurverschillen tussen universiteit en DLO groot zijn.’’
Het Wb, dat sinds 1999 bericht voor zowel de universiteit als de DLO-
instituten en het praktijkonderzoek, is in vergelijking met het WHB en het
WUB veel meer gericht op korte nieuwsberichten.

Martin Woestenburg en Willem Koert

Re:ageer