Nieuws - 25 maart 2014

Imidacloprid niet oorzaak wintersterfte bij bijen

tekst:
Roelof Kleis

Het insecticide imidacloprid is niet de oorzaak van de wintersterfte bij bijen. Dat blijkt uit een meerjarige proef van de Wageningse bijenonderzoeker Sjef van der Steen

Neonicotinoiden als imidacloprid liggen zwaar onder vuur. Velen wijten het verdwijnen van de bijen aan het overmatig gebruik van deze insecticiden, die in ons land onder meer als coating van sommige soorten maiszaad worden gebruikt. Diverse labproeven tonen de schadelijke effecten van neonicotinoiden aan. Maar hoe bijenvolken in het veld reageren is minder bekend. Van der Steen nam in opdracht van het ministerie voor Economische Zaken de proef op de som. 

De Wageningse bijendeskundige gaf zestig relatief kleine (gem. 5500 bijen) vrijvliegende volken suikerwater verontreinigd met een dosis imidacloprid die twee keer hoger is dan nectar in het veld. De blootstelling duurde twaalf weken, van juni tot begin september. ‘Een worst-case scenario’, zegt Van der Steen. ‘Koolzaad bijvoorbeeld bloeit maar drie weken.’ Een even grote controlegroep bijenvolken kreeg het suikerwater zonder imidacloprid. De volken werden vervolgens nauwkeurig in hun ontwikkeling gevolgd tot na de winter.

Bijenvolken blijken robuust genoeg om de effecten op te vangen
Sjef van der Steen

De proef was een vervolg op een soortgelijk experiment dat een jaar eerder plaatsvond. De resultaten van beide studies zijn opvallend. Van der Steen: ‘Hoewel er enig effect van imidacloprid is op het aantal bijen, de hoeveelheid bijenbrood (stuifmeelvoorraad) en het broed, was er geen effect op de overwintering. Bijenvolken blijken robuust genoeg om de effecten op te vangen. De wintersterfte onder de imidaclopridvolken was twaalf procent, wat niet afwijkt van de gangbare norm in Europa.’ Imidacloprid heeft ook geen effect op de vitaliteit van de volken en de overgang van zomer- naar wintervolk.

Dat wil niet zeggen dat imidacloprid helemaal niks doet met bijen. De studie in 2012 liet zien dat de blootgestelde bijen significant minder neiging vertoonden om te zwermen. Dat is te zien aan de vorming van zwermcellen. In zo’n cel wordt een nieuwe koningin gemaakt, zodat de oude koningin met haar gevolg kan uitzwermen. Hoe die mindere zwermneiging te verklaren is, weet Van der Steen niet. ‘Of imidacloprid de directe oorzaak is of dat het een secundair gevolg is van de blootstelling moet verder worden uitgezocht.’ 

Niet alles is eenvoudig te verklaren. Zo stierven er in de zomer meer volken in de controlegroep dan in de imidaclopridgroep. Van der Steen denkt dat dat ook te maken heeft met die sterkere drift om te zwermen. Voor hem  staat in ieder geval een ding vast: in deze opzet is imidacloprid  niet de grote boosdoener als het gaat om wintersterfte van bijen. ‘Maar dat wil niet zeggen dat imidacloprid geen effect heeft. Bij zwakke bijenvolken zou het juist dat zetje kunnen zijn dat bijen niet meer kunnen hebben.’