Organisatie - 15 december 2011

'Ik zal nooit alleen maar vrienden hebben'

Hij bevond zich dit jaar vaak in de schijnwerpers. Bejubeld als de man achter de 'gouden driehoek', maar ook verguisd als autoritair bestuurder en kampioen van de vleeseters. Aalt Dijkhuizen blikt terug. Tekst: Gaby van Caulil en Rob Goossens

13-Aalt-Dijkhuizen-GA-74594.jpg
Wageningen UR heeft een roerig jaar achter de rug. Uitstekende rankingscores, lichtend voorbeeld voor Den Haag, maar ook ruzies bij VHL, en kritiek in de media op de bijenstudie, melkonderzoek en  op uw communicatiestijl.
'Volgens mij zijn er heel veel redenen om positief terug te kijken op dit jaar. Onze universiteit was weer de hoogste in de Keuzegids en Wageningen UR als geheel is met stip de lijst van vijftig beste werkgevers binnengekomen. Op onderzoeksgebied hadden we het nieuwe algenpark, de MRI-scan en wéér een ERC-grant van 2,5 miljoen, om maar wat te noemen. Meer structureel is de waardering van de politiek voor het Wageningse financieringsmodel waarbij het bedrijfsleven een belangrijke rol speelt. De "gouden driehoek" werd dit jaar een model voor de wetenschap in Nederland.'
Dat is waar, maar de Wageningse band met het bedrijfs­leven zorgde juist ook voor maatschappelijke reuring. Bijvoorbeeld rond de bijenkwestie en het melkbericht.
'Ja, en ik denk wel eens dat het een met het ander te maken heeft. Als je het goed doet, staat er in Nederland al snel iemand klaar om je op de keerzijde van dat succes te wijzen. Niet iedereen is gelukkig met het idee dat bedrijven onderzoek meefinancieren. Wageningen is daarvan nu het symbool en dus aantrekkelijk om te bekritiseren.'
Hebben de critici het helemaal mis dan?
'Ja en nee. Ze hebben het mis want het bedrijfsleven betrekken bij de financiering van onderzoek komt de wetenschap écht ten goede. Dat is niet alleen mijn overtuiging, je ziet dat bijvoorbeeld ook terug in de Times Higher Education-index, een toonaangevende wetenschapsranking waarin je als universiteit hoger scoort naarmate die derde geldstroom groter is. Maar gezien de maatschappelijke kritiek slagen we er kennelijk niet altijd goed in om dat uit te leggen. Op dat punt moet je onze critici dus wel degelijk serieus nemen. Daar zijn we op strategisch niveau ook mee bezig. We gaan al onze onderzoekers helpen om in hun contacten met pers en publiek duidelijk te maken hoe de financiering en de kwaliteitsborging van ons onderzoek in elkaar zit, en ook wat daarbij de verschillen zijn tussen de universiteit en de DLO-instituten.'
Een ander zorgpunt is VHL. Een stevig conflict tussen management en medewerkers waarbij de ene patstelling slechts wordt vervangen door de andere. Hoe heeft het zo mis kunnen gaan?
'Er zijn allerlei redenen waarom de samenwerking niet goed gaat. Ik denk dat het onderzoek van Ten Have die factoren goed blootlegt. Achteraf zijn er zeker zaken die beter hadden gekund. Welke? Ik ga er nu niet één uitpikken. Het is juist de combinatie van factoren die de samenwerking belemmert. In elk geval is zeker dat we de zaken niet op hun beloop kunnen laten. Zoals blijkt uit de Keuzegids, zijn de studenten bij VHL niet tevreden over de kwaliteit van het onderwijs en de organisatie. Dat moet dus beter en daar moet onze aandacht zo snel mogelijk weer naar uit gaan.'
De medezeggenschap van VHL is uiterst kritisch, ook over de resultaten van Ten Have. De MR lijkt aan te sturen op ontvlechting.
'Daarom willen we ook álle medewerkers aanspreken met het onderzoek van Ten Have. Vertolkt het vertegenwoordigend orgaan wel de gevoelens van al die medewerkers? Misschien wel, misschien niet. In elk geval zijn we aan onszelf verplicht om dat uit te zoeken voordat we knopen doorhakken.
Ik geloof nog altijd in de meerwaarde van deze combinatie in het groene domein. Ik heb zelf zowel het hbo als het hele wo doorlopen en weet daarom uit ervaring hoe goed het praktische van het hbo en het analytische van de universiteit elkaar aanvullen. Daarom vind ik ook dat we het niet te snel moeten opgeven. Uit elkaar gaan doe je maar één keer.'
De persoon Aalt Dijkhuizen speelt in de discussie rond VHL een rol, net zoals bijvoorbeeld in de discussie rond invloed van het bedrijfsleven op de wetenschap. Daarbij ontstaat vaak het beeld van de autoritaire technocraat.  
'Ik denk dat iedereen die mij goed kent, dat beeld niet herkent. Ik ben geen technocraat en ook niet autoritair. Begrijp me goed, ik weet dat ik op mijn positie nooit alleen maar vrienden zal hebben. Om vooruit te komen met een organisatie moeten er keuzes gemaakt worden.  Ik ben aangesteld om Wageningen UR te versterken en te verbeteren. Dat vraagt om heldere keuzes. Over de uitkomsten daarvan is de een enthousiast en de ander niet. Dat zal altijd zo zijn. Waar ik echt van geschrokken ben is de agressie in het woordgebruik. Dat je als 'despoot' en 'autoritair' wordt betiteld door mensen die je nog nooit hebben ontmoet. Dat raakt me. Daarmee overschrijd je een fatsoensnorm.'
Maar u neemt contact op met individuele medewerkers wanneer ze in de media iets gezegd hebben waar u het niet mee eens bent. Dat kan intimiderend zijn.
Aarzelend. 'Dat kan. Maar ik heb nog nooit een medewerker aangesproken op de inhoudelijke aspecten van een media-interview, en zal dat ook nooit doen. Wel als er onjuiste dingen over de organisatie worden gezegd.  Of als we ons onjuist of onvolledig aan de buitenwereld presenteren. Dat lijkt me ook niet meer dan terecht. Ik zie het in ieder geval als mijn taak daar helder in te zijn.'
Alle medewerkers hebben laatst tips gekregen over het gebruik van social media. Een daarvan luidde: reageer niet overhaast maar tel even tot tien. Als u die tip eerder had gekregen, zou dan de inmiddels beroemde hufter-tweet* ooit verstuurd zijn?
'Ja, want daar heb ik goed over nagedacht. Het bedrog van Diederik Stapel raakt de kern van de wetenschap, dat is het ergste wat je kunt doen. De term 'hufter' is een weerspiegeling van het woord dat hij zelf gebruikte om in zijn verzonnen onderzoek de vleeseters aan de schandpaal te nagelen.'
Was uw woordvoerder het daarmee eens?
'Dat weet ik niet. Ik sta open voor advies, maar ik ga niet altijd eerst aan iedereen vragen wat ik zou moeten doen. Er moet ook iets eigens inzitten.'
U mengt zich ook regelmatig in het maatschappelijke debat, bijvoorbeeld over intensieve veehouderij. Is het niet verstandiger de inhoudelijke discussie aan onderzoekers over te laten?
'Bij die onderwerpen word ik altijd gevoed door onze eigen onderzoekers. Soms wordt wel eens gezegd dat ik daarbij een zakelijk belang vertegenwoordig, maar dat is niet zo. Mijn visie op de weidegang komt bijvoorbeeld niet overeen met de strategie van FrieslandCampina. Het zij zo. In het debat baseer ik me op de wetenschap.'
U houdt uw privéleven zorgvuldig afgeschermd. Even daar doorheen breken: welke van uw hobby's karakteriseert u het best?
'Ha, ha. Nou dat zou dan voetbal zijn. Ik heb zelf bijna twintig jaar gevoetbald, een teamsport. Ik was keeper en die positie past wel bij mij. Je hebt geen verdedigingslinie meer waarop je kunt terugvallen. De verantwoordelijkheid eindigt bij jou. Dat spreekt me aan. Ik zou geen middenvelder kunnen zijn, hoe belangrijk die rol ook is. Ik volg het voetbal nog altijd op de voet, met Feyenoord als mijn favoriete club. Al sinds m'n zesde.'
Geen hoogvlieger in de rankings...
'Dat zeg jij. Voor mij blijft  Feyenoord de eerste Nederlandse club die de Europacup 1 won. De werklust van de spelers en de loyaliteit van de supporters vind ik inspirerend. De resultaten komen dan vanzelf wel weer. Ik ben een geboren optimist.' 
*@AaltDijkhuizen: Niet de vleeseters maar de betrokken onderzoeker(s?) blijken hufters te zijn. Roos Vonk nu even kritisch naar haarzelf als naar anderen??? (Tweet van 8 september)

Re:ageer