Organisatie - 8 november 2007

‘Ik zag een zebra toen we neerstortten’

Het is bijna een cliché: een geluk bij een ongeluk. Toch gaat het volgens hoogleraar Entomologie prof. Joop van Lenteren zeker op voor het vliegtuigongeluk waarbij hij en tropisch entomoloog dr. Arnold van Huis in 1987 betrokken waren. Dankzij de crash vierde de Wageningse onderzoeksgroep medische en veterinaire entomologie afgelopen week zijn twintigjarig bestaan.

Na de crash.
Na de crash.

Foto: Joop van Lenteren

‘Ik zag nog een zebra toen we neerstortten’, herinnert Van Lenteren zich. ‘Ik hoorde de piloot mayday mayday roepen en ik ging er vanuit dat dit het einde was. Het leven is mooi geweest, dacht ik. Het was onwezenlijk stil in het vliegtuig. Ook de andere passagiers dachten waarschijnlijk dat het afgelopen was.’
Het zespersoonsvliegtuigje van de Afrikaanse Flying Doctors AMREF bevond zich op dat moment net boven Nairobi National Park. De entomologen waren in verband met de financiering van het International Centre of Insect Physiology and Ecology (ICIPE) net op bezoek geweest bij het Mbita Point veldstation en Nairobi was de eindbestemming van de vlucht.
Een bestemming die ze net niet haalden, omdat de piloot was vergeten te tanken. Boven het park vielen beide motoren van het vliegtuig uit. Het lukte de piloot nog om een bos te vermijden en een noodlanding in te zetten op een paar weilanden bij een Engelse school. ‘Het vliegtuig had ook nog genoeg snelheid om over de eerste omheining te komen, maar bij de tweede omheining ging het mis. Het werd een crashlanding op de buik’, vertelt Van Lenteren.
Hij was de enige die niet gewond raakte en zelf het vliegtuig uit kon komen. Over zijn eerste reactie voelt hij zich nu nog een beetje schuldig. ‘Ik ben als de sodemieter weggelopen omdat ik bang was dat de zaak in de fik zou vliegen. Pas toen het veilig leek heb ik met de toegestroomde mensen gehopen de gewonden uit het vliegtuig gingen halen.’
Aanvankelijk leken de verwondingen van Van Lenterens collega Arnold van Huis mee te vallen. De Keniaanse artsen spraken slechts van een ‘fantastische beenbreuk’. Maar omdat zijn been bleef opzwellen wilden de twee Wageningse wetenschappers wel zo snel mogelijk terug naar huis.
‘De KLM stelde als voorwaarde dat hij tijdens de vlucht zelf naar het toilet kon gaan. Ik heb toen een urinaal gejat, zodat Arnold onderweg kon plassen’, zegt Van Lenteren. Omdat hij de stewardess verzekerde dat hij ‘doctor’ was, kreeg hij een stoel naast Van Huis in de eerste klas. ‘De andere passagiers zaten kreeft te eten, terwijl ik bezig was Arnold af te tappen’, herinnert Van Lenteren zich.
Terug in Nederland ontdekten de artsen 21 breuken, waardoor Van Huis een jaar uit de running zou zijn. Medisch entomoloog Willem Takken werd op tijdelijk basis binnengehaald om het onderwijs in de tropische entomologie te verzorgen. Van Lenteren: ‘Dat ging geweldig en we hebben toen een plan geschreven om medische entomologie in Wageningen op te starten. Er werd in Nederland wel onderzoek gedaan aan malaria, maar niet door entomologen. Wij vonden dat je bij zo’n belangrijke ziekte ook moet kijken naar de muggen die de ziekte overbrengen. We hebben toen Willem Takken permanent kunnen aanstellen en het is zijn verdienste dat medische entomologie in Wageningen is uitgegroeid tot een groep van twintig mensen.’
Een ander voordeel van de crash is volgens Van Lenteren dat het hem heeft leren relativeren. ‘Als er weer eens een vergadering was over bezuinigingen, dacht ik: vervelend, maar ik ben er nog!’
Met sprinkhanendeskundige Van Huis is het allemaal ook nog goed gekomen. Hij is net als Takken dit jaar tot hoogleraar benoemd en probeert ook in het westen het eten van insecten te stimuleren.

Re:ageer