Student - 7 april 2016

‘Ik wil hier een leven opbouwen’

tekst:
Linda van der Nat

Ammar Rubayi (34) vluchtte in 2008 van Irak naar Nederland. Onlangs studeerde hij in Wageningen af, dankzij een beurs voor vluchteling-studenten. ‘Ik houd van Nederland.’

Ammar Rubayi is enthousiast over de Wageningse manier van studeren: ‘Hier had ik veel meer groepswerk en presentaties dan in Bagdad.’ Foto Sven Menschel.

Hij heeft er nog altijd nachtmerries van. Ammar Rubayi werd in 2008 tijdens het boodschappen doen in zijn woonplaats Bagdad ontvoerd door een groep mannen. ‘Het was een traumatische ervaring. Ik ben meerdere dagen vastgehouden en mishandeld. Mijn familie heeft uiteindelijk, met behulp van mijn opa die in Amerika woont, tienduizenden dollars betaald om mij vrij te krijgen.’

Ammar werd bewusteloos achtergelaten langs de kant van de weg. Wie hem ontvoerd heeft, is nog altijd een raadsel. ‘Kidnap was handel in die tijd in Irak. Mensen verdienden er veel geld mee. Bij mij gebeurde het omdat ik uit een welgestelde familie kom: mijn vader was helikopterpiloot in het leger en mijn moeder ingenieur bij het ministerie van Gezondheid.’

Wat Ammar wel duidelijk was, was dat hij weg moest uit Irak. Het land was, sinds de inval van de Amerikanen en de val van Saddam Hoessein, een gevaarlijk en chaotisch oord geworden. Ammar: ‘Ik was apotheker en werkte in een kinderziekenhuis. Na het werk ging ik zo snel mogelijk naar huis. Het was zo onveilig op straat dat je probeerde zo kort mogelijk buiten te zijn. Overal waren beschietingen, elk moment kon er een bus ontploffen of een autobom afgaan. Ik zag de mensen veranderen: ze hadden stress en waren bang.’

Vluchtelingen hebben allemaal dromen

Sneeuw

Samen met zijn vader, aan wiens solidariteit werd getwijfeld na de val van Saddam Hoessein, vluchtte Ammar weg uit Irak. ‘Voor mijn vader was het ook niet veilig meer in Irak. In de periode na 2003 zijn er honderden piloten gedood.’ Ammar reisde van Irak naar Turkije en vanuit daar naar Nederland. ‘Ik zat in een vrachtwagen, achter de chauffeur in de cabine. Ik had geen idee waar we naartoe gingen. Mijn vader raakte ik onderweg kwijt.’

Ammar Rabuyi (tweede van links) in 2005 bij het Al-Noman-ziekenhuis in Bagdad
Ammar Rabuyi (tweede van links) in 2005 bij het Al-Noman-ziekenhuis in Bagdad

Eind december 2008 belandde Ammar in Amsterdam. ‘Ik kan me herinneren dat het koud was, echt koud. Het sneeuwde.’ Met de trein ging hij naar het asielzoekerscentrum in Ter Apel, waar een lange procedure begon om een verblijfsvergunning te krijgen. Hij verkaste van Ter Apel naar Eindhoven en van Eindhoven naar Heerlen. ‘Het was een stressvolle periode’, zegt Ammar daarover. ‘Ik verkeerde in een constante staat van verbazing en verwarring: wat gaat er nu met me gebeuren? Ik kon er niet van genieten dat ik nu in een andere wereld was.’ Het enige lichtpuntje was dat hij in Heerlen werd herenigd met zijn vader.

In mei 2009 kreeg Ammar het verlossende bericht: hij kreeg een verblijfsvergunning. Hij verhuisde naar een appartement in Zeist, ging Nederlands leren en zich voorbereiden op een universitaire studie. Het UAF, een stichting die vluchtelingen begeleidt bij studie en werk in Nederland, betaalde zijn taalcursussen en later ook zijn collegegeld en studieboeken. Hij is er dankbaar voor. ‘Vluchtelingen hebben allemaal dromen. Ze willen iets bereiken. Mijn verhuizing van Irak naar hier was als een geboorte; je begint als het ware een nieuw leven.’

Elke dag feest

Het duurde nog even voor Ammar daadwerkelijk kon gaan studeren. Zijn vader werd ziek en hij nam de zorg op zich. Uiteindelijk begon hij in 2014 aan de Wageningse masteropleiding Food quality management, waar hij zonder aanvullende eisen werd toegelaten. ‘Ik ben geïnteresseerd in voedselkwaliteit en bij mijn scriptie kon ik mijn achtergrond in de farmacie gebruiken om een link te leggen tussen voedsel en geneesmiddelen.’ De Wageningse manier van studeren beviel hem. ‘In Bagdad kennen medische opleidingen veel stress. Je staat vaak in het lab en krijgt veel informatie in korte tijd. Elke twee weken heb je een toets. Hier had ik veel meer groepswerk en presentaties. De stof vond ik niet moeilijk; ik had meer vooropleiding dan nodig was voor de master. Ik haalde dus goede cijfers. Zevens en achten.’

Ook het Wageningse studentenleven beviel Ammar. ‘Voor studenten die in Wageningen wonen, is het elke dag feest. Er zijn veel verschillende gezellige activiteiten en interessante organisaties.’ Ammar probeerde er zoveel mogelijk van mee te pikken, wat lastig was omdat hij in Zeist woonde. ‘Ik deed mijn best om na de colleges zo lang mogelijk te blijven voor groepswerk of labwerk. Ik heb meegedaan aan de Arabian Nights van ISOW.’ Ook zat Ammar in de jury van de Teacher of the Year Awards 2015.

Tompoezen

24 shutterstock_131657600_tompouce.jpg

Van 2014 tot nu is het een mooie reis geweest, vindt Ammar. ‘Ik houd van Irak, maar ik houd ook van Nederland, jullie zitten in mijn hart. Ik houd van drop en van tompoezen en ik barbecue met mijn buren.’ Of hij ooit naar Irak teruggaat, weet hij niet. ‘Ik wil hier een leven opbouwen, ervaring opdoen en mezelf ontwikkelen. Ik heb een kans gekregen om hier te studeren en nu wil ik graag iets terugdoen. Inburgeren is daarbij heel belangrijk.’

Dat is dan ook zijn advies aan de vluchtelingen die nu naar Nederland komen: leer de taal en ga studeren. ‘Alleen de ervaring die je meeneemt uit je eigen land is niet genoeg. Je moet hier geleerd hebben om te kunnen slagen en dat kan alleen als je een diploma van een Nederlandse universiteit hebt.’