Student - 19 september 2019

‘Ik slaap in Droevendaal op de bank’

tekst:
Luuk Zegers,Anne van der Heijden

De kamernood in Wageningen mag afgenomen zijn, er zijn nog altijd pechvogels zonder vast adres. Zij moeten zolang ergens logeren, kamperen of dagelijks uren reizen. Drie ‘daklozen’ aan het woord.

Alon Rapaport (26), uitwisselingsstudent Plant Sciences uit Israël

Alon.jpg

‘Ik ben hier nu een maand en heb nog geen kamer. De eerste anderhalve week kon ik terecht bij een vriend van me in Ede. Daarna kon ik vijf dagen in onderhuur in een kamer op Droevendaal. Er kwam een kamer vrij in dat huis, maar ze zochten een vrouwelijke huisgenoot, dus kon ik daar niet blijven. Ik mocht nog wel even de kamer delen met het meisje van wie ik onderhuurde. Inmiddels slaap ik in een ander Droevendaalhuis op de bank.

Mensen vertellen me dat ik me geen zorgen moet maken. Ik weet ook dat ik uiteindelijk wel iets ga vinden. De vraag is alleen wanneer, waar en hoe. Die onzekerheid vind ik het moeilijkst. Ik heb liever dat ik zou weten dat ik een maand in een tent moet slapen dan dat ik helemaal niet weet waar ik terecht ga komen.’

STU kamernood Julia.jpg

Julia Löhr (18), eerstejaars bachelorstudent Environmental Sciences

‘Ik woon nog bij mijn ouders in Deventer, maar ben hard op zoek naar een kamer. Ik wil graag in Wageningen wonen, want anders ben ik vier uur per dag aan het reizen. Ik heb al zo’n vijf keer gehospiteerd en vanavond heb ik weer twee hospiteeravonden.

Gelukkig hoef ik niet elke dag op en neer met de trein. Ik ben lid geworden van Nji-Sri en als er een feestje of evenement is, kan ik altijd wel bij iemand slapen. En soms kan ik vanuit Deventer meerijden met twee andere studenten die af en toe met de auto gaan. Dan is het maar drie kwartier. Zelf heb ik net mijn rijbewijs gehaald. Ik denk wel dat ik soms de auto van mijn ouders mag gebruiken. Maar ik hoop vooral dat ik snel een kamer vind.’

Ruben Knevelbaard (18), eerstejaars bachelorstudent Biologie

Sven Menschel-3.jpg

‘Zodra ik wist dat ik naar Wageningen zou komen, heb ik dat aangegeven op room.nl en ben ik gaan zoeken. Soms was ik nummer honderd of tweehonderd in de rij. Tegenwoordig ben ik ongeveer twintigste. Dat scheelt al, maar er zijn dan toch negentien anderen die meer kans maken.

Tijdens de AID wilde ik op de AID-camping gaan staan. Mijn ouders zeiden toen: misschien kun je wel terecht op een echte camping, dan kun je daar blijven. Dus nu sta ik met de caravan van mijn familie op de Wielerbaan in Wageningen-Hoog. Douchen en naar de wc gaan zijn niet heel comfortabel omdat je daarvoor naar buiten moet. Voor de rest is het goed te doen: ik heb een comfortabel bed en een kacheltje. En ik ben niet de enige student hier, dus het is ook wel gezellig. Maar ik hoop wel voor de winter een kamer te hebben.’


Re:ageer