Organisatie - 18 november 2010

'Ik krijg wat ik nodig heb'

Het mag wat warmer in de kantine en de labs mogen groter, maar verder zijn er in de gangen van het Rikilt weinig wanklanken te horen. Waarom zijn de medewerkers er zo tevreden?

Medewerkermonitor 2010: Rikiltmedewerkers zijn het meest tevreden.
De Medewerkermonitor 2010, waarvan de resultaten eerder deze maand bekend werden, laat zien dat bij Rikilt de medewerkers het meest van alle onderdelen van Wageningen UR tevreden zijn over hun werk, hun collega's, hun baas en hun mogelijkheden.
Een ochtendje rondlopen in het gebouw levert geen ander beeld op. 'Ik heb leuke collega's en krijg de voorzieningen die ik nodig heb', zegt Stephan Stappers. 'Als je een probleem hebt wordt er wat mee gedaan', vult Els te Brinke aan. 'En onze nieuwe directeur praat ons geregeld bij.'
De collegiale sfeer komt deels door de aard van het werk. 'Je kunt hier niet als eilandje functioneren', vertelt Michel Buijsman. 'Iedereen heeft zijn eigen taken, maar je hebt altijd met elkaar te maken.' Bijvoorbeeld omdat de een de monsters screent en een ander de conclusies moet controleren. 'Je moet elkaar dus wel leren kennen. En omdat je van elkaar afhankelijk bent, heb je ook meer voor elkaar over. Zo spring je elkaar bij als er een voedselcrisis uitbreekt bijvoorbeeld. Heb je een paar dagen geen werk, dan loop je bij een paar mensen binnen en heb je weer genoeg te doen.'
Onvoldoende labruimte
Wat mee kan spelen bij de hoge tevredenheidscore is dat Rikilt weinig financiële zorgen en reorganisaties kent. De herverdeling van taken vorig jaar tussen Rikilt en RIVM heeft wel wat verdriet opgeleverd, maar de sfeer en samenwerking bleef goed, aldus een medewerker. 'Er is alleen onvoldoende labruimte. Vaste plekken ontbreken, je weet nooit of je bij je apparatuur kunt en soms is het door de drukte lastig concentreren.' Ook van de jonge onderzoeker Guillaume ten Dam mogen de labs beter, maar hij ergert zich vooral aan storingen als een kapotte afzuiging. 'De sfeer is verder ontspannen en mijn leidinggevende stimuleert me om nieuwe dingen te doen.'
Weinig kinnesinne
Als stagiair of tijdelijke kracht kun je je wel wat verloren voelen in de organisatie, weet Grishja van der Veer. 'Maar ik zie weinig kinnesinne.' Ook als buitenlandse medewerker is het niet altijd makkelijk bij Rikilt. 'Ze moeten er hier nog aan wennen dat niet iedereen Nederlands spreekt. Het gaat de laatste maanden iets beter, maar bij PRI loopt dat al veel soepeler', vertelt een medewerker die liever anoniem blijft.
Met de groei van het aantal tijdelijke krachten is er de laatste jaren wel minder continuïteit op het gebied van vakkennis, constateert Dini Venema. Ze betreurt ook dat communicatie vaak binnen een businessunit blijft. 'Terwijl we één instituut zijn.' Wel blij is ze met de mogelijkheden die ze de laatste jaren krijgt om zich verder te ontplooien. 'Van een routinematig onderzoeksinstituut zijn we veranderd in een instituut dat meer voorop loopt, en dat is leuk.'    Yvonne de Hilster

Re:ageer