Student - 24 september 2013

'Ik ken dit winkelcentrum, ik ben er geweest'

tekst:
Karst Oosterhuis

Afgelopen zaterdag begon in Nairobi een aanval op een winkelcentrum waarbij 68 mensen werden gedood en velen gewond raakten. Keniaanse masterstudente Susan Moenga heeft een bekende verloren en vertelt hoe het is om ver weg van huis te zijn op zo'n moment.

In het nieuws: Afgelopen zaterdag begon in Nairobi een aanval op een winkelcentrum waarbij 68 mensen werden gedood en velen gewond raakten. Een nog onbekend aantal mensen werd gegijzeld. De aanval wordt opgeëist door de Al-Shabaab, een militante moslimgroepering uit Somalië die wraak zegt te willen nemen voor de militaire acties van Kenia in hun land.

Commentaar door: Susan Moenga, masterstudent Plant Biotechnology en board member van ISOW, uit Kenia.

‘Zaterdag kwam ik thuis uit de kerk toen ik allerlei bezorgde berichten vrienden op mijn telefoon aantrof. Ik vroeg natuurlijk waar ze het over hadden. Zo kwam ik erachter dat er een aanval gaande was. Zelf blijk ik ook bekenden te hebben onder de slachtoffers. De vader van mijn vriend was op het moment van de aanval in de bank om geld op te nemen. Hij was daar met de auto gebracht door een collega van mijn vriend, die in de parkeerkelder bij de auto bleef wachten tot mijn schoonvader zou terugkeren. Mijn schoonvader had geluk: de aanvallers konden het bankgebouw niet binnen. Hij belde de chauffeur om te zeggen dat hij niet boven moest komen.  ’s Avonds werd mijn schoonvader gered door het leger. De collega van mijn vriend vonden ze later in de parkeergarage. Doodgeschoten.

Het is goed om te zien hoe het land reageert op de aanval, want het brengt mensen echt dichter bij elkaar. Ze doneren bloed of proberen op allerlei manieren te helpen. We zijn een multi-culturele en –religieuze samenleving, maar hebben altijd respect voor elkaar. Al-Shabaab gebruikt het geloof als excuus, maar dit heeft niks met het geloof te maken,. De terroristen van Al Shabaab hebben veel macht verloren dankzij acties van het Keniaanse leger. Dit is een wanhoopsdaad uit wraak.

Dat zoiets gebeurt terwijl ik zo ver weg ben van mijn huis en mijn familie is heel moeilijk voor me. Normaal gebeurt zoiets op een plek ver weg, maar dit is anders: ik ken dit winkelcentrum, ik ben er geweest. Vrienden van me zijn nog steeds ongerust over hun familie. Ik voel me wanhopig. Het nieuws hou ik natuurlijk de hele tijd bij, vannacht kon ik er niet van slapen. Wel ben ik erg verrast door de steun die ik in Wageningen krijg, want mensen zijn erg betrokken. Allerlei vrienden vragen of het wel goed gaat met mijn familie, dat is erg fijn.’


Re:ageer