Wetenschap - 1 januari 1970

‘Ik hoop dat Dijkhuizen zich bezint en zegt, die Vereijken is geen

‘Ik hoop dat Dijkhuizen zich bezint en zegt, die Vereijken is geen

‘Ik hoop dat Dijkhuizen zich bezint en zegt, die Vereijken is geen

beunhaas’

‘Kennelijk’ onder de maat, concludeerde bestuursvoorzitter dr Aalt
Dijkhuizen over het werk van dr. Pieter Vereijken. Dijkhuizen baseerde zijn
oordeel op uitspraken van econoom prof. George Beers en
universiteitshoogleraar prof. Rudy Rabbinge die het werk van Vereijken
beide bekritiseerden. Wat beweert Vereijken eigenlijk en welke argumenten
heeft hij?

‘De landbouw verdwijnt uit Nederland’ staat in grote letters boven het
artikel in het blad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In het
artikel presenteren ir Herman Agricola, onderzoeker dynamiek en
ruimtegebruik van Alterra, en Vereijken, onderzoeker ruimtegebruik van
Plant Research International, een drietal kaarten waarop per gemeente het
risico wordt ingeschat dat de landbouwsector loopt. Het bericht leidde deze
zomer tot een kleine mediahype.
De gemiddelde grootte van de agrarische bedrijven, de economische opbrengst
per hectare en de bevolkingsdruk zijn volgens de onderzoekers belangrijke
factoren die de kansen van de landbouw in een gemeente bepalen. In gebieden
met kleine bedrijven, een lage economische opbrengst per hectare en een
hoge bevolkingsdruk zal de landbouw het snelst verdwijnen, verwachten
Vereijken en Agricola. Op de kaartjes is te zien dat met name gemeenten in
Zuid-Limburg, de Veluwe en Utrecht grote kans lopen dat de landbouw zal
verdwijnen.
De onderzoekers leveren in het artikel geen doorwrochte onderbouwing van de
stelling dat de landbouw verdwijnt. Die stelling baseren ze op hun
verwachting van de gevolgen van de liberalisering voor de landbouw in
Nederland. De Europese Unie zal de landbouwsubsidies in de komende tien
jaar verder afbouwen, waardoor Nederlandse boeren in toenemende mate de
druk van de wereldmarkt zullen voelen. Vereijken: ,,Het is zeker dat we aan
de vooravond staan van een gigantische prijzenslag. Je ziet nu al dat de
landbouw het moeilijk heeft in Nederland. De laatste jaren stopt ieder jaar
drie procent van de boeren. Het areaal wordt nu nog overgenomen door andere
boeren die daarmee hun bedrijf vergroten, maar dat kan niet lang zo
doorgaan. Met de hoge grondprijzen in Nederland is dat niet meer rendabel.
Zeker niet bij steeds lagere prijzen voor de producten.’’ De glastuinbouw,
die hoge omzetten genereert op een klein oppervlak zal volgens Vereijken
het langst standhouden in Nederland, akkerbouw en extensieve veehouderij
zullen het eerst verdwijnen.
,,In sommige gemeenten zal die ontwikkeling sneller gaan dan gemiddeld. Wij
zeggen tegen die gemeenten, bereid je erop voor dat de ambachtelijke
agrarische productie op je grondgebied zal verdwijnen. Door middel van
bestemmingsplannen houden gemeentes nu vast aan een agrarische bestemming.
Wij zeggen, wees niet rigide en kies voor werkgelegenheid en laat ook
andere bedrijvigheid toe.’’
Vereijken bracht deze zomer samen met twee onderzoekers van Alterra een
rapport uit over de bedrijvigheid rond Kootwijkerbroek. ,,De overheid heeft
dat gebied aangewezen als agrarische ontwikkelingsgebied. Boeren zul je!
Terwijl de werkgelegenheid in de niet-agrarische sector drie keer groter is
dan in de agrarische sector, en er relatief veel kleine boerenbedrijven
zitten. Kijk, een stuk verderop zitten veel grotere bedrijven, die veel
weerbaarder zijn. Het zou veel logischer zijn om juist daar de agrarische
bedrijvigheid te stimuleren.’’
Het verhaal van Vereijken stuit op veel kritiek. ‘Koffiepraat’ zei LEI-
econoom George Beers, terwijl Rudy Rabbinge in zijn column in Het
Financieele Dagblad stelde dat Agricola en Vereijken ‘de wetenschappelijke
integriteit en de rol van de wetenschap met hun artikel een slechte dienst
bewijzen’. ,,Ik ben geen agro-econoom, dat is waar, maar ik heb twee keer
gepubliceerd in het vakblad van Nederlandse economen, Economische en
Statistische Berichten. Die redactie is erg kritisch en plaatsen niet
zomaar iets’’, reageert Vereijken. ,,Rabbinge stelt dat wij ons baseren op
een statistische analyse van de teruggang van het aantal boeren. Maar dat
is helemaal niet zo. Hij heeft waarschijnlijk een oud artikel van mij in
zijn hoofd. De reacties komen voort uit agrocentrisme. Wij bedreigen voor
hen een belangrijke waarheid. En Dijkhuizen schaart zich vervolgens in een
reflex achter de mensen die hij kent. Ik hoop dat hij na een enige
bezinning hierop terugkomt en dan zegt, die Vereijken is geen beunhaas. De
toekomst van de landbouw in Nederland is een veelomvattend onderwerp, met
zoveel facetten, daarbij ontkom je niet aan een iteratieve aanpak. Iemand
beweert iets, een ander reageert, en met samenspel kom je verder.
Dijkhuizen wil consensus zoeken. Ik ben voor een dissensus model, we moeten
het vooral oneens durven zijn. Ik vind dat we het debat moeten voeren, maar
dan wel met respect voor personen, ook als ze tegen je heilige huisjes
aantrappen.’’ | K.V.

Re:ageer