Student - 11 december 2015

‘Ik heb geleerd om niks te doen’

tekst:
Milou van der Horst

Wie? Donya Madjdian, pas klaar met de master Health and Society
Wat? Vier maanden stage bij ngo The Nepal Trust
Waar? Humla district, Nepal

‘Humla is een erg afgelegen gebied. De dichtstbijzijnde weg was negen dagen lopen, waardoor je er alleen met een vliegtuigje kon komen. Doodeng. De piloot vloog alleen als de lucht blauw was. Ik stond uren te wachten tot we konden opstijgen.

28-HEW 3 yeshi_donya.jpg

Ik deed onderzoek naar de voedselverdeling in huishoudens. De dorpjes in Humla zijn interessant, omdat hindoes en boeddhisten er naast elkaar wonen. Zij hebben verschillende familiesystemen. Boeddhistische vrouwen trouwen meerdere mannen van één familie en zijn relatief welvarend, mede doordat land in de familie blijft. Verdeling van voedsel binnen de huishoudens is gelijk. In de hindoeïstische, monogame gemeenschap zag ik vrouwen die erg werden gediscrimineerd en bijna allemaal ondervoed waren doordat ze enkel restjes eten. Het leven van de vrouwen en meisjes is zo uitzichtloos dat ik veel meisjes kreeg aangeboden.

Mijn gastgezin sprak geen Engels. Niemand in het hele district eigenlijk, afgezien van mijn vertaalster. Ik had een kamertje van twee bij één in een lemen huisje, waar ratten over het plafond liepen. Maar je past je snel aan. Er was nauwelijks elektriciteit waardoor ik opstond met de zon en naar bed ging met zonsondergang. Vaak viel de elektriciteit uit. Daar zat ik dan met mijn MacBook.

28-HEW 1 homestay.jpg

Ik heb geleerd om niks te doen. Ik wilde twee keer op een dag een interview doen, maar dat lukte vaak niet, omdat de vrouwen op het land werkten. Ik had de keuze om me eenzaam te voelen of om te gaan met de rust. Op een gegeven moment kon ik de hele dag zitten en kijken naar de bergen en mooie omgeving en niks doen, nergens aan denken. Ik dacht: dit moet ik vasthouden. Maar eenmaal in Nederland moest ik heel mijn rapport nog schrijven.

Op een gegeven moment kwam er een groep Nederlandse toeristen naar het district als pilot om te kijken of toerisme daar werkt. Het waren typische lange, blonde Nederlanders, waardoor ze nog meer kinderen in hun handen gedrukt kregen dan ik. Ze liepen daar met zijn allen te huilen, omdat het allemaal zo shocking was. Toen ik hun tentenkamp zag, ben ik de berg afgerend. Het was zo fijn om Nederlands te kunnen praten en ze hadden chocopasta, chocola en kaas bij zich. Ik heb een stukje kaas nog nooit zo gewaardeerd.’


Re:ageer