Wetenschap - 7 januari 1999

Ik had ooit een ideaalbeeld van het boerenbedrijf

Ik had ooit een ideaalbeeld van het boerenbedrijf

Ik had ooit een ideaalbeeld van het boerenbedrijf
Erik Meijer, Gebouwen en Terreinen DLO

We zitten op het ogenblik in de afronding van de verzelfstandiging van DLO, vertelt ing. Erik Meijer. Het ministerie van Landbouw heeft de gebouwen aan DLO in eigendom gegeven. Dat betekende: taxeren, inventariseren; hool veel werk! In februari is de werkelijke overdracht. Dan worden de bureaus van LUW en DLO samengevoegd. Naar het voorbeeld van de LUW zal DLO dan zelf voor de gebouwen moeten zorgen. Nee, niemand hier weet nog welke functie hij of zij zal krijgen


Erik Meijer werkt sinds 1964 in Wageningen; eerst bij wat nu het Instituut voor Milieu- en Agritechniek (IMAG-DLO) is; sinds 1987 bij Gebouwen en Terreinen van DLO

Zijn loopbaan is anders gelopen dan hij had verwacht. Ik had ooit een ideaalbeeld van het boerenbedrijf. Mijn opleiding kreeg ik op de Hogere Landbouwschool in Groningen. Al ben ik geen boerenzoon, ik ben graag op boerderijen. Ik vertrok naar Canada om daar op boerderijen te werken en wat van de wereld te zien. Ik moest een keuze maken, maar ik wilde toch Nederland niet verlaten en kwam terug.

Na twee jaar instructeur op de Landbouwpraktijkschool in Emmeloord te zijn geweest, solliciteerde hij bij het latere IMAG. Dat was echt mijn richting, met alles wat ik tot dan toe aan ervaring had opgedaan. Ik had veel basiskennis van de techniek en daar kwam ook onderzoek bij. Bij IMAG gebeurt namelijk erg veel praktisch gericht onderzoek.

Zijn grote liefde waren de landbouwmachines. Over het proefbedrijf De Oostwaardhoeve in de Wieringermeer, waar hij de machines uitprobeerde op het land en verbeteringen aanbracht, vertelt Meijer met grote passie. Over die Russische bioloog, door de Amerikanen na de oorlog meegenomen naar Amerika, die in een suikerbietenveld op zijn knieën oonkiemige suikerbietenplantjes ontdekte, op de manier waarop je naar klavertjesvier zoekt. Meestal bestond het zaad uit kluwens, waaruit ook overtollige plantjes groeiden. Die moest de boer op zijn knieën verwijderen. Een Zweedse wetenschapper wist het oonkiemig zaad te kweken. Daarna volgde het ontwikkelen van de perfecte zaaimachine voor suikerbieten. Daar hebben wij veel energie in gestoken, vertelt Meijer, en hij tekent een grote schijf met gaatjes op regelmatige afstanden, waar het kiemzaad door moet vallen in de voor. Hebben we jaren onderzoek naar gedaan. En het is gelukt! In samenwerking met een instituut in Bergen op Zoom ontwikkelden we een systeem waardoor de boer elk jaar exact het zaad krijgt dat in zijn machine past. Niet te groot en niet te klein. Dat is heel belangrijk geweest.

Zijn allergrootste trots is de snarenpootmachine, waarmee voorgekiemde aardappelen onbeschadigd kunnen worden gepoot. Dat was in 1971 en ze worden nog altijd in grote aantallen gemaakt, in het Friese Sint Annaparochie. Hij toont grote foto's van een brede landbouwmachine. Dure machines. En nog steeds niet achterhaald! Als ik in het voorjaar door de polders rijd en ik zie ze, dan doet het me goed! Als ik gepensioneerd ben zal ik daaraan het meest terugdenken.

Hoe komt zo'n ras-techneut terecht bij Gebouwen en Terreinen? In 1987 solliciteerde ik bij DLO-centraal. Ze zochten iemand die de proefbedrijven kon adviseren bij mechanisatieproblemen. Een leuke kans om de werkzaamheden van de andere kant voort te zetten! Ik kreeg de functie. Zo kon ik bedrijfsleiders van proefbedrijven helpen bij het kiezen van werktuigen. Maar toen groeiden de bomen nog tot in de hemel. Het geld kwam van de overheid en we hoefden niks te verdienen. Dat veranderde door de financiële teruggang. De aanschaf van machines werd tot een minimum teruggebracht. Weg hoofdtaak! En de jonge bedrijfsleiders wisten zelf wel hoe te handelen.

De laatste tien jaar zat hij namens DLO-centraal in diverse bouwprojectcommissies voor de renovatie en nieuwbouw van Gebouwen en Terreinen. Vrijwel elk DLO-gebouw is gerenoveerd of opgebouwd. Het IBN- en het Staringgebouw zijn de laatste in de reeks DLO-instituten. Uitgezonderd het IPO-DLO zitten alle instituten nu hier op De Born - behalve natuurlijk die in Lelystad, IJmuiden en Den Haag. De consequentie is dat de instituten nu voldoende geld moeten verdienen om onderhoud en vervanging te kunnen bekostigen. Dat is op onze afdeling in kaart gebracht. Ja, er hangt wel een prijskaartje aan de overdracht.

Re:ageer