Organisatie - 10 december 2015

‘Ik had een sterker wij-zij-denken verwacht’

tekst:
Albert Sikkema,Edwin van Laar

Arthur Mol kijkt terug op eerste half jaar rectorschap. Het schrijven en reizen mist hij. ‘Nu ik rector ben, word ik meer geleefd.’ Toch krijgt Arthur Mol veel energie van zijn nieuwe baan. Het valt hem op hoe begripvol en reëel medewerkers zijn, en hoeveel vertrouwen ze hebben in Wageningen UR. ‘In grote lijnen gaat het goed en dat wordt breed gevoeld.’

Foto: Guy Ackermans

Arthur Mol heeft op verzoek zijn agenda meegenomen voor onze afspraak in muziekpaleis Vredenburg in Utrecht. We willen namelijk weten hoe die is veranderd sinds de hoogleraar Milieubeleid tot de raad van bestuur toetrad. Hij heeft het veel drukker gekregen, horen we uit zijn omgeving.

Mol: ‘Het is vooral de aard van de drukte. Als hoogleraar was ik ook druk, maar meer met dingen in mijn eentje, zoals het becommentariëren van stukken van mijn promovendi en schrijven. Dat kun je overal doen en je kunt ermee schuiven. Nu ik rector ben, word ik meer geleefd. Ik heb voortdurend afspraken met anderen op mijn kamer. Als je schrijft, kun je in je eentje nadenken en tijdens het schrijven je inzichten formuleren. Nu is alles gepland, ik kom bijna niet meer buiten mijn werkkamer. Ik ga anders door de dag.’

U wilt meer schrijven?

‘Ja, ik mis het schrijven. Schrijven is leuk, het is eigenlijk onderzoeken. En het is belangrijk dat ik blijf nadenken over mijn vakgebied. Ik had verwacht dat ik minimaal een halve dag per week kon blijven besteden aan milieubeleid en mijn promovendi, maar dat lukt niet. Misschien komt dat door de drukte in het begin, als je aan een nieuwe baan begint. Maar ik wil die ruimte wel vinden.’ 

Staat uw deur nog open?

‘De deur staat altijd open, letterlijk. En ook de elektronische deur staat open, ik wil bereikbaar zijn. Ik heb geen schil om mezelf heen gebouwd.’

Hoe bevalt uw nieuwe baan eigenlijk?

‘Het is echt leuk, maar dat komt ook doordat het heel goed gaat met de universiteit. Er zijn altijd wel kleine dingen die beter kunnen, maar in grote lijnen gaat het goed en dat wordt breed gevoeld in de organisatie. Gisteren sprak ik een groep masterstudenten die een PhD willen doen. Ik zei dat ze dan moeten moven naar het buitenland, maar zij zeggen: nee, hier zit de kwaliteit. Dat geeft energie. Ik hoef me niet in bochten te wringen om te zeggen dat het goed gaat. We balen ervan de het ministerie ven Economische Zaken onze groei niet volledig bekostigt, want we redden het er bijna niet meer mee. Het raakt nog net niet aan onze basiskwaliteit.’

De Nederlandse overheid steekt te weinig geld en energie in landbouwinnovatie, constateert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

‘We moeten zelf nadenken over een goed kennisbeleid. De financiële en inhoudelijke bijdrage van het ministerie van EZ aan DLO kalft langzaam af en er is geen indicatie dat die trend omdraait. De Haagse subsidies blijven afnemen en ik merk dat de DLO-mensen daar heel reëel op reageren. Iedereen vindt: we zitten in een goede organisatie, de medewerkers en de raad van bestuur doen hun best en we proberen er samen wat van te maken. Dat had ik niet verwacht, ik had een veel sterker wij-zij-denken verwacht.’

Of praten de mensen mee met de baas?

‘Ik heb nog goede voelhoorns op de werkvloer bij de universiteit, en niet alleen bij de Social Sciences Group. Ik krijg feedback van veel mensen en dat zijn geen jaknikkers. Wel moet ik uitkijken dat ik me niet teveel opsluit op Atlas, ik reis nu veel minder dan vroeger. En ik moet blijven reizen, om overal ideeën op te doen. Ik was mee met de handelsmissie naar China en toen ben ik op bezoek gegaan bij een bedrijfje dat MOOC’s ontwikkelt voor nu nog de Chinese, maar straks de internationale markt. Dat is een jong universitair bedrijfje dat een virtueel platform ontwikkelt waar honderd Chinese universiteiten MOOC’s op zetten en vanaf halen. Het heeft 30 miljoen euro ontvangen om onlinecursussen te ontwikkelen en te verspreiden. Dat soort dingen moet je als rector ook zien. Ik wil rond blijven kijken.’

‘Ik krijg feedback van veel mensen en dat zijn geen jaknikkers’

Hoe staat het met uw plannen voor meer internationalisering?

‘We hebben heel veel overeenkomsten met andere universiteiten en instituten in de wereld, maar willen nu met een aantal gerenommeerde instituten diepgaand en strategisch samenwerken, om samen beter te worden. Dan moet je in de Verenigde Staten denken aan Cornell University of UC Davis, dat zijn ijzersterke universiteiten op ons domein. We werken al goed samen met de Nanyang Technological University in Singapore en waarschijnlijk moeten we ook een sterke Chinese en Braziliaanse universiteit kiezen om vergaand mee samen te werken. We gaan dan niet docenten heen en weer slepen, we willen vooral samen onderwijs en onderzoek ontwikkelen, zoals joint degrees met onlinecursussen, waarbij studenten gaan uitwisselen tussen de instellingen. We zijn internationaal beresterk. Ik krijg nu elke week een ambassadeur langs. Daar moeten we beleid op maken. Als we over tien jaar ook goed willen zijn, moeten we nu verder en intensiever internationaal samenwerken en digitaliseren. Daar zit de vernieuwing.’

‘Als we over tien jaar ook goed willen zijn, moeten we nu internationaliseren en digitaliseren’

Betekent dat stoppen met de lappendeken aan projecten in ontwikkelingslanden?

‘Nee. Op het niveau van de projecten moeten leerstoelgroepen en instituten zelf bepalen met wie ze in zee gaan. Mij gaat het om de grotere strategische programma’s. Daarbij moet je keuzes maken in welke partners je gaat investeren. Als je goede MOOC’s wilt met een Chinese ondertiteling of MOOC’s in het Chinees, dan heb je een uitstekende Chinese partner nodig. En we willen samenwerken met universiteiten die, net als wij, wereldwijd bezig zijn met globale vraagstukken. In Afrika heb ik nog niet zo’n globale partner gezien van voldoende kwaliteit; veel instituten daar richten zich vaak alleen op één land. In China zijn er topuniversiteiten die net zo internationaal georiënteerd zijn als wij.’

Waarom moet een sterke universiteit bedelen om geld in Den Haag?

‘Wageningen UR wordt als vlaggenschip gebruikt tijdens buitenlandse missies, maar dat vertaalt zich niet in meer geld. Dat is wel vreemd. Het ministerie van EZ zegt eigenlijk: we hebben geen geld. We oogsten steeds meer bewondering, ook in Nederland, maar Wageningen UR is geen politieke prioriteit. Hoewel voedsel en duurzaamheid steeds belangrijker worden, neemt de bijdrage voor landbouwkundig en milieuonderzoek in Den Haag af. Dat moeten we compenseren buiten Nederland, zoals bij de EU, en dat zie je al gebeuren. Ik denk dat de buitenlandse financiering veel groter gaat worden en dat we in de toekomst veel meer digitaal onderwijs gaan aanbieden aan nieuwe doelgroepen.’


Re:ageer