Wetenschap - 26 september 2013

‘Ik ben pragmaticus, geen idealist’

Met zijn pittige standpunten weet hij regelmatig de discussie aan te zwengelen over het beheer van onze zeeën. Tegelijk kennen zijn intimi Han Lindeboom als een aimabel persoon. Een portret van een man die veel groter is dan het eiland waar hij woont en werkt.

Biologen vinden hem soms onwetenschappelijk, Lenie ‘t Hart was kwaad op hem, vissers wilden zijn tuin vol haaien gooien en de minister wilde hem ontslaan. Han Lindeboom, hoogleraar Mariene ecologie, moet haast wel een bullebak zijn. Maar schijn bedriegt. Als woordvoerder van het toegepast onderzoek in Noord- en Waddenzee, en gestationeerd op het eiland Texel, bevindt Lindeboom zich nu eenmaal in een slangenkuil van tegengestelde belangen.

Op het persoonlijk vlak doemt een heel ander beeld op. Collega’s roemen zijn toegankelijkheid en verbindend leiderschap. Lindeboom kan geduldig uitleggen en heeft een duidelijke mening. Maar het staat ook buiten kijf dat hij als wetenschapper de discussie zoekt, of dat nu in de media is, in het parlement of tijdens Visserijdagen in Urk. Daarbij is hij niet wars van een controversieel standpunt hier of daar. Zo mag de opvang van zeehonden in Pieterburen, Nederlands nationale knuffelinstelling, wat hem betreft afgeschaft worden. Vissers strijkt hij tegen de haren in door een kwart van de Noordzee te willen weren voor hun trawlers. En omstreden windmolenparken op zee? Aanvaardbaar, want het onderwaterleven is er volgens hem bij gebaat.

Tuin vol haaien
Met zulke standpunten maak je niet louter vrienden. Maar dat is voor hem niet nieuw. In 1990 wilde landbouwminister Braks hem zelfs kwijt, onthult Lindeboom. ‘Uit onderzoek van het NIOZ, waar ik destijds voor werkte, bleek dat de gevolgen van visserij op het ecosysteem desastreus waren. We adviseerden de overheid daarom om grote gebieden in de Noordzee te sluiten voor visserij. Ik gaf de primeur aan het televisieprogramma Vroege Vogels, maar in hun persbericht werd een fout gemaakt. In plaats van NIOZ stond erin dat ik van het RIVO was, het visserij-instituut van het ministerie van LNV. “RIVO wil kwart Noordzee sluiten voor visserij”, kopten de kranten de dagen erna. De landbouwminister was woedend en sommeerde mijn superieuren mij een andere baan te geven. Maar mijn baas gaf geen krimp: “Een onderzoeker van het NIOZ mag dergelijke uitspraken doen.” De minister van Wetenschap, waar het NIOZ onder valt, heeft de rel toen gesust. Ik kon mijn baan behouden.’

In dezelfde periode wilden vissers haaien uitstorten over zijn tuin, omdat Lindeboom had gezegd dat de weinige roggen en haaien die er nog waren, beschermd moesten worden. ‘Ik heb ze toen uitgedaagd: je mag mijn tuin volgooien, mits je die haaien binnen 30 km van Texel vangt. Ben Daalder, de visserijwoordvoerder zei: “Ja Han, dat kan natuurlijk niet, jij weet ook dat we ze van de Engelse kant halen.” Later hoorde ik overigens dat de Texelse vissers me hebben gered. Die meenden dat het publicitair tegen ze zou werken, wanneer je iemands tuin vol haaien gooit.’ Zijn tuin bleef gespaard en Lindeboom zelf heeft er ook niet onder geleden. ‘In het begin wind je je erover op, maar tegenwoordig glijdt stevige kritiek vrij makkelijk langs me heen. En ik ben ervan overtuigd dat we beschermde gebieden moeten instellen, dus ik blijf gewoon doorduwen.’


Han Lindeboom (Borne, 1951)

1979 Delta instituut, Yerseke
1984 directie Noordzee
Rijkswaterstaat
1986 zee-instituut NIOZ
1990 Stelt voor een kwart
Noordzee te sluiten
voor visserij
2000 Alterra Texel
2006 Haalt als vice-voorzitter
van het Pooljaar
prins Willem-Alexander,
prinses Maxima en
minister Plasterk naar
de Zuidpool
2006 directie Imares
2008 hoogleraar Mariene
ecologie (WU)
2011 eremedaille Kunst en
Wetenschap van HKH Beatrix


Promoveren op pinguin poep
De overtuiging om pure natuur te behouden is Lindebooms leitmotiv. Die eigenschap is volgens hem ontstaan tijdens zijn promotieonderzoek. Dat speelde zich af op Marion Island, een onbewoond eiland tussen Zuid-Afrika en Antarctica, waar hij de stikstofcyclus in kaart ging brengen (‘ik ben dus gepromoveerd op pinguïnpoep’). ‘Die periode heeft mij gevormd. We waren daar met zestien onderzoekers gestationeerd, tussen een paar miljoen pinguïns. Er kwam slechts twee keer per jaar een boot langs.’ Na een half jaar zou hij terug gaan. Toen echter bleek dat hij het verhaal nog niet compleet had, moest hij ook in de winter blijven. ‘Dat was een domper. Het ging uit met mijn vriendin. Uiteindelijk heb ik wel anderhalf jaar in de wildernis gezeten. De ultieme belevenis.’

Op het eiland zag Lindeboom ook hoe een kleine ingreep van de mens het landschap compleet kan veranderen. ‘In 1949 zijn er vijf katten uitgezet om de muizen op Marion Island op te ruimen. In 1975 waren dat inmiddels 3500 wilde katten. Op het eiland bevond zich vroeger een populatie van nachtvogels met de karakteristieke gewoonte om kleine holletjes in de grond te graven. De katten hebben die vogels bijna allemaal om zeep gehol pen. Op het buureiland Prins Edward zijn geen katten uitgezet: daar is de begroeiing totaal anders en zit de bodem nog vol gaten en holen. Je ziet dat de introductie van vijf katten het ecosysteem radicaal verandert.’ Als geen ander beseft Lindeboom dat de mens deze aarde verandert. Hij citeert graag de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen: we leven in het antropoceen. ‘Ik was erbij toen hij in Mexico deze uitspraak deed. Ik begreep meteen wat hij bedoelde. De mens heeft de aarde overgenomen. Er is bijna geen plek op aarde waar je de invloed niet ziet. De toekomst hangt af van de keuzes die de mensheid maakt. Daar heb ik op zich geen moeite mee, maar het schept wel verantwoordelijkheden. Op sommige plekken moet je de echte natuur behouden. Ik wil dat ook mijn nazaten stukken wildernis kunnen beleven.’

‘Ik ben een pragmaticus. Ik zeg ook dat je 75 procent openhoudt voor visserij’
‘Ik ben een pragmaticus. Ik zeg ook dat je 75 procent openhoudt voor visserij’

Marine protected area's
Met twee van die nazaten had Lindeboom in 2010 een ervaring die hem er opnieuw mee confronteerde dat zelfs bescheiden menselijk handelen grote gevolgen kan hebben voor de natuur. Met zijn dochter en zoon dook hij op de koraalriffen bij Great Keppel Island, onderdeel van het Australische Great Barrier Reef. Daar mag met hengels gevist worden, in tegenstelling tot de no take zone bij Middle Keppel Island, 8 kilometer verderop. ‘Bij Great Keppel zagen we nauwelijks grote vissen. Bij Middle Keppel zagen we veel meer grote vissen. Zo zie je dat alleen al het vissen met hengels een enorm verschil kan maken!’ Een wetenschappelijke studie bevestigde zijn waarneming. ‘Een paar jaar geleden zou ik nog gezegd hebben dat we selectieve visserij zoals hengelaars kunnen toestaan in de reservaten in de Noordzee. Nu niet meer.’ Nederland moet volgens hem een voorbeeld nemen aan Australië, waar Lindeboom dit jaar op sabbatical was. ‘Daar hebben ze dertig jaar lang alleen de koraalriffen beschermd, zonder dat de situatie werkelijk verbeterde. Op een gegeven moment zijn ze helemaal opnieuw begonnen. Nu hebben ze 33 procent van het hele gebied en 20 procent van alle habitattypen, dus ook saai ogende zandgebieden, gesloten voor alle vormen van visserij. En dat blijkt wel te werken.’

Wat Lindeboom betreft zou een kwart van de Noordzee moeten worden aangewezen als marine protected area. Die keuze is wetenschappelijk niet hard te maken, weet hij. ‘Greenpeace noemt veertig procent, Australië doet nu een derde. Ik denk dat een kwart voldoende is. Dat betekent tegelijkertijd ook dat je 75 procent van de zee openhoudt voor visserij. Ik ben een pragmaticus, geen idealist.’ Op dit moment heeft Nederland vier gebieden aangemeld bij de EU. Het gaat om 17 procent van de Noordzee, waarbinnen dertig procent beschermd gaat worden. ‘Ik denk dus dat het te weinig is, maar veel erger: het is versnipperd nadat vissers en ngo’s over die gebieden onderhandeld hebben. Wij hebben het zelf overigens ook niet goed aangepakt: de gebieden zijn destijds voorgesteld door onderzoekers en overheid, zonder daar de vissers en ngo’s bij te betrekken.’ Het staat buiten kijf dat de zeereservaten voor een groot deel te danken zijn aan Lindeboom. Toch dreef gebrek aan erkenning Lindeboom in de schoot van Wageningen UR. ‘Bij het NIOZ kreeg ik eind jaren negentig de kritiek dat ik te weinig publiceerde in peer review tijdschriften. Het rapport Impact II, over de effecten van de visserij op de Noord- en Ierse zee, leidde tot een enorme discussie en belangrijke besluiten in de EU over beschermde gebieden. Dat telde totaal niet mee in de review procedure. Ik had het helemaal gehad met de beoordeling van fundamenteel onderzoek.’

Centralistisch Wageningen
In 2000 stapte Lindeboom daarom over naar Alterra waar hij hoofd werd van de vestiging op Texel, in 2006 werd hij directielid wetenschap van het nieuwe instituut Imares. Een buitenbeentje binnen Wageningen UR, vindt hij. ‘Je merkt dat de afstand van Wageningen naar Texel groter is dan andersom. Het bestuur redeneert tamelijk centralistisch. Wij moeten per se Wageningen Imares heten. Als ik in het journaal kom met alleen de term Imares, krijg ik van Aalt op mijn donder. Wageningen zou best wat trotser mogen zijn op haar merken, zoals Alterra en Imares.’ Kortom: de eigenzinnigheid zit er nog diep in. Manager als hij is draagt Han Lindeboom sandalen en trui, zijn lunch neemt hij uit een trommeltje. Als de fotograaf arriveert, trekt er net een bui over. Hij twijfelt niet en poseert een kwartier in de striemende regen. Na een overwintering op Marion Island kan een regenbuitje in de lage landen hem echt niet meer deren. 

Foto's: Edo Kooiman



Re:ageer