Organisatie - 12 mei 2015

‘Ik ben minder van de routine’

tekst:
Albert Sikkema

Tot veler verrassing besloot Laan van Staalduinen, directeur van de Social Sciences Group, ontslag te nemen. ‘Elke vier a vijf jaar wil ik wat anders.’

Sinds december 2010 zit ze in de directie van SSG en drie en half jaar geleden werd ze de algemeen directeur van het LEI, het CDI en het departement Maatschappijwetenschappen van de universiteit. Volgend jaar maart zou haar termijn als bestuurder aflopen. ‘Een half jaar daarvoor komt dan de vraag aan de orde: ga ik door of niet? Het antwoord was niet volmondig ja. Na zo’n vijf jaar begint het bij mij vaak te kriebelen en heb ik behoefte om weer wat anders te gaan doen.’ Dus nam ze ontslag, zodat ze komende zomer weer eens flink kan gaan zeezeilen om over haar vervolgcarrière na te denken. ‘Ik had nog drie maanden sabbatical en die wilde ik niet in de winter opnemen.’

Ze vertrekt met een dubbel gevoel. ‘Ik ben erg verknocht geraakt aan de Social Sciences Group. Toen ik kwam, was het verdienvermogen van het LEI een probleem. Ik heb een nieuwe besturingsfilosofie ingevoerd, geïnvesteerd in nieuwe thema’s en de overhead verkleind. Er waren 21 managers bij het LEI toen ik begon, nu zijn het er nog tien. Vaak is het zo: hoe minder bazen, hoe beter het gaat. Ook zijn de schotten en interne concurrentie tussen de groepen verdwenen. Ik ben gestopt met het financieel afrekenen op groepsniveau en gestopt met individuen alleen af te rekenen op 165 declarabele dagen. In de nieuwe filosofie draagt iedereen bij aan de doelstellingen van de organisatie. Het LEI staat weer stevig op zijn benen en de blik naar buiten is toegenomen.’

Het resultaat van het instituut over 2014 was ruim zeven ton in de plus. Ook het resultaat van het CDI (Centre for Development  Innovation) was afgelopen jaar positief. En bij het departement liggen veel uitdagingen om de studentengroei op te vangen, maar de kwaliteit en impact van de leerstoelgroepen is flink omhoog gegaan, stelt ze aan de hand van de zelfevaluatie voor de internationale visitatiecommissie die deze zomer langskomt.

Ze kan tevreden stoppen. ‘Als er nog crisis was geweest, was ik gebleven. Je wilt wat bereiken; anders was al dat harde werken voor niets geweest. Het draait nu. En ik ben minder van de routine. Problemen oplossen, zaken verbeteren en werken in intense periodes, zoals in een crisis, als het er echt om gaat, vind ik het allerleukst. Het werk moet me uitdagen, zodat ik kan puzzelen, improviseren en creatief kan worden – dat geeft mij de meeste voldoening.’



Re:ageer