Wetenschap - 1 januari 1970

'Ik ben geen mevrouw, ik ben professor'

'Ik ben geen mevrouw, ik ben professor'


Met 'Vrouwen, Wageningen en de Wereld' is een boek geschreven, zoals
eigenlijk alleen in Wageningen kan worden geschreven. Geschiedkundige
Margreet van der Burg van de leerstoelgroep Agrarisch Geschiedenis en
loopbaandeskundige Marian Bos-Boers van alumnivereniging KLV laten in het
boek zien dat de universiteit en het kleine stadje aan de Rijn niet los van
elkaar te zien zijn, ook als het gaat om de geschiedenis van 'Wageningse'
vrouwen. Uit het boek komt een groot Wageningen-gevoel naar voren, dat
gevoel waarin Wageningen groter is dan universiteit of stad, waarin
Wageningen staat voor een wereld aan Wageningers.
De geschiedenis die Van der Burg, Bos-Boers en een dertigtal medewerkende
'oud-Wageningse' vrouwen schetsen in 'Vrouwen, Wageningen en de Wereld'
gaat weliswaar voornamelijk over hoe vrouwen aan de Landbouwhogeschool, de
Landbouwuniversiteit en Wageningen Universiteit studeerden. Maar het leven
na de studie - de carrière als, en daar komt de wereld aan Wageningen,
'Wagenings ingenieur' – is grappig genoeg een bijna even belangrijk
onderwerp van studie geweest. Daarmee is het boek niet alleen een
nostalgisch en anekdotisch verhaal over vrouwen die het
landbouwwetenschappelijke mannenbolwerk in Wageningen proberen te slechten.
Het is tegelijkertijd een gedegen analyse van de maatschappelijke positie
van vrouwen die in Wageningen hebben gestudeerd.
Voor de nostalgici onder ons zijn er legio anekdotes. Achter de vraag die
een lid van de Wageningse Vrouwelijke Studenten Vereniging (WVSV) stelde in
de rondvraag - of Gees Benedictus wel toestemming had om een lange broek
te dragen - zat bijvoorbeeld een jarenlange discussie over het wel of niet
dragen van lange broeken, driekwart broeken of rokken. Reden om een lange
broek te dragen was de kou. Conclusie: ,,De keuze om bij erge kou in lange
broek te komen werd aan de leden overgelaten, maar zij dienden het wel te
melden bij het bestuur''. Gees Benedictus had dit gedaan.
Een ander voorbeeld waaruit duidelijk blijkt hoezeer de tijden zijn
veranderd, is de beschrijving die Clara van den Ban-Willinge Prins geeft
van de titulatuur. In regel werden gehuwde vrouwen met 'mevrouw'
aangesproken en ongehuwde vrouwen met 'mejuffrouw' of 'juffrouw', maar ook
rang was belangrijk. ,,Onlangs herinnerde een oud-medewerkster zich dat als
prof.dr. Reinders-Gouwentak werd begroet met 'Dag, mevrouw', zij steevast
antwoordde: 'Ik ben geen mevrouw, ik ben professor'.'' Emancipatie pur
sang.
Er zijn natuurlijk ook voorbeelden van hoe pijnlijk het eigenlijk wel was
om je als vrouw te begeven in het mannelijke bolwerk van de wetenschap. In
1921 bijvoorbeeld werd Lizzy van Dorp voorgedragen als hoogleraar
Staatshuishoudkunde, statistiek en Nederlands agrarisch recht. Bijna was de
Landbouwhogeschool de eerste academische instelling met een vrouwelijke
hoogleraar, maar het ministerie van landbouw sprak een veto uit. De
directeur-generaal ‘benadrukte het feit dat zij vrouw was, terwijl hij in
het algemeen geen goede ervaring met 'de vrouw als ambtenaar' bleek te
hebben.' Kamervragen over het veto van de minister mochten niet baten. De
voor Van Dorp in plaats benoemde W.C. Mees R. Azn werd in 1946 uit zijn
hoogleraarschap gezet wegens collaboratie met de Duitsers.
Het zijn zulke anekdotes die het boek leuk maken om te lezen. De feitelijke
beschrijvingen en de gedegen statistische studies over het aantal vrouwen
in Wageningen maken het een boek dat waarschuwt vanuit het verleden. Er
zijn nog steeds te weinig vrouwen op hogere posten, ook in de wereld van
Wageningen.

Margreet van der Burg en Marian Bos-Boers (red.), Vrouwen, Wageningen en de
Wereld - Wetenschap, studie en loopbaan, 1918-2003, Verloren, ISBN
9065507396, € 15,- (het boek wordt gratis verspreid onder medewerkers van
Wageningen UR).

Martin Woestenburg

Re:ageer