Organisatie - 8 oktober 2015

'Ik ben geen echte topwetenschapper'

tekst:
Rob Ramaker

Een wetenschapper die zijn lijn heeft gevonden, moet zich vooral vastbijten. ‘Niet zwalken. Dat is killing’, zegt vertrekkend hoogleraar Humane voeding Frans Kok. Zelf is hij vooral trots op ‘zijn’ mensen. ‘Die groep mede neerzetten en inspireren, dat is mijn voornaamste bijdrage.’

In een Luxemburgs hotel kwamen begin deze eeuw voedingsexperts bijeen voor een congres. Tijdens het afsluitende feest was aan één persoon zeker niet te merken dat het een lange dag was geweest, vertelt Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en ziekte. Een onvermoeibare Frans Kok stond urenlang te dansen op discomuziek. Tussendoor sleepte hij allerlei mensen de dansvloer op. Collega’s, maar ook argeloze hotelgasten die hij aanzag voor congresgangers.

Collega’s weten dat Frans Kok altijd voor gezelligheid zorgt op borrels. Hij slaat op schouders, maakt grapjes en stelt mensen aan elkaar voor. Zo’n introductie gaat doorgaans vergezeld van een gul compliment over een goed artikel of interessant nieuw onderzoek. Kok ziet ‘zijn’ mensen graag excelleren. ‘Ik ben niet opvallend altruïstisch’, zegt hij, ‘maar dát vind ik prachtig. Zeker als het jonge mensen zijn.’ Als voorbeeld noemt hij Marianne Geleijnse. Hij nam haar ooit aan; nu wordt ze persoonlijk hoogleraar.

Club mensen
Dit jaar gaat Kok met pensioen. Op 15 oktober neemt hij offi cieel afscheid van Wageningen UR. Met een congres en natuurlijk een borrel. Tijdens de voorbereidingen van zijn afscheid maakte hij de balans op van een carrière. ‘Ik ben zelf geen echte topwetenschapper’, zegt Kok. Mensen van dat kaliber zijn zeldzaam in Nederland. ‘Hans Clevers en misschien nog één of twee.’ Trots is hij zich vooral op de club mensen die hij om zich heen heeft verzameld. ‘Dat ik die groep mede heb kunnen neerzetten en inspireren, is mijn voornaamste bijdrage’, zegt Kok. ‘Die trein rijdt straks in volle vaart door.’

Tijdens Koks periode als hoofd groeide de afdeling Humane voeding van twee naar vijf leerstoelgroepen en startte een samenwerking met het Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede. De reikwijdte van het wetenschappelijk onderzoek groeide mee. Onderzoekers bestuderen nu onze smaak en geur in MRI-scanners en zoeken uit hoe je met voeding cognitieve achteruitgang kunt beïnvloeden. Bovendien kwam de zogeheten nutrigenomics op, een nieuw vakgebied dat bekijkt hoe onze genen en voeding op elkaar reageren. Kok merkte deze nieuwe richting eind jaren negentig op en introduceerde die in Wageningen.

Je moet niet klakkeloos meebewegen met een directeur die de baas wil spelen over je koers

Hoe hij veelbelovende afslagen voor de voedingswetenschap spot, kan Kok niet zeggen. Dat is intuïtie. ‘Het is iets wat ik lees en waarvan ik denk: verrek!’ Momenteel heeft hij dat bijvoorbeeld bij big data. Wanneer je als wetenschapper eenmaal kiest voor zo’n nieuw onderwerp, zegt Kok, moet je je daarna wel vastbijten en niet meer laten afl eiden. ‘Niet zwalken. Dat is killing.’ Alleen door een lijn vast te houden, pluk je uiteindelijk de vruchten. Kok wijst hiervoor naar het Eat2Move-project dat inzoomt op sport en voeding. Door eindeloos te lobbyen zorgde hij, met een team anderen, dat de fi nanciering – en dus het onderzoek – er kwam. Hij waarschuwt onderzoekers daarom zich niet van de van de wijs te laten brengen. ‘Je moet niet alle ideeën die een Louise (Fresco, RR) misschien heeft even serieus nemen’, zegt Kok, ‘of klakkeloos meebewegen met een directeur die toch een beetje de baas wil spelen over je koers.’

Wilde ideeën

Het baart Kok daarom zorgen dat (jonge) wetenschappers steeds minder vaak de kans krijgen hun nieuwsgierigheid te volgen. Tegenwoordig stuurt vooral het bedrijfsleven de onderzoeksagenda. Kok is hier niet principieel op tegen, zolang er genoeg ruimte overblijft voor ‘wilde ideeën’. En die ziet hij onvoldoende. Dat is vooral jammer voor jong talent. ‘Er zit een hoop creativiteit bij jonge mensen en daar kunnen we meer mee doen.’

Gezien zijn kritiek op de invloed van het bedrijfsleven is het opvallend dat Kok wel bedreven is in het aanknopen van samenwerkingen met bedrijven. Zo’n dertig procent van de inkomsten van Humane voeding komt daar vandaan. Dat is voor een deel pragmatisme, zegt Kok. Hij functioneert nu eenmaal in het huidige systeem en is dus aangewezen op de derde geldstroom. Met het standpunt van Martijn Katan, emeritus hoogleraar Voedingsleer van de Vrije Universiteit, dat voedingswetenschappers helemaal geen banden moeten hebben met de industrie, kan Kok dan ook niks. Hij wil niet de helft van de afdeling ontslaan. Bovendien ziet Kok, wanneer het gaat om problemen als obesitas, het bedrijfsleven niet slechts als deel van het probleem, maar ook van de oplossing.

Kok ziet bij bedrijven soms de wil om echt dingen te veranderen. ‘Dat is niet alleen window dressing’. Hij beschouwt het daarom als een maatschappelijke plicht te proberen bedrijven de goede kant op te sturen. ‘Als je kunt bijdragen aan verlaging van het gehalte verkeerde vetten in een reep, verkleining van porties of bonussen die mede afhangen van het bevorderen van de volksgezondheid, dan heb je je geld verdiend voor de maatschappij.’

Bier
Nevenfuncties maken Kok als wetenschapper kwetsbaar voor kritiek. Zo wordt hij soms aangevallen op het feit dat hij voorzitter is van het Kennisinstituut bier, dat wordt betaald door bierbrouwers. Kok vindt de kritiek geen hout snijden. Het instituut geeft volgens hem betrouwbare en afgewogen informatie, draait niet om de gezondheidsrisico’s heen en keurt bijvoorbeeld binge drinking af. ‘Als de brouwers me voor hun karretje hadden gespannen, was ik daar allang mee opgehouden.’

De komende maanden staan voor Kok in het teken van afbouwen. Hij is geen wetenschapper die zijn werk niet kan loslaten. Na zijn pensioen gaat hij klussen, hardlopen en vooral veel fi etsen: volgend jaar van Rome naar Nederland. Toch werkt hij de komende maanden in ieder geval nog één dag per week in Wageningen. Aan dingen die af moeten of waar hij voorheen niet aan toe kwam. En hopelijk kan dat in een kantoor in het nieuwe Helix, waar straks al het Wageningse voedingsonderzoek zit. Het resultaat van één van de lijnen waaraan hij sinds circa 2000 heeft getrokken, gesjord en gesleurd. Zonder zwalken.

Foto: Sven Menschel

ANTI-GOEROE Frans Kok komt regelmatig in de media, vooral om voedingsmythes te ontzenuwen. Zo bekritiseerde hij in Nieuwsuur onlangs de trend om gluten te mijden. Ook was hij fel criticaster van Dr. Frank, die in 2010 een dieetboek uitbracht. Kok heeft geen hoge pet op van de vele ‘charlatans en goeroes’ die zich bezighouden met voeding. ‘Het is hun marketingstrategie zich af te zetten tegen de gevestigde wetenschap. Ze schrijven een boek over voeding. Dan een kookboek eroverheen. Zo kun je veel geld verdienen.’


Re:ageer