Wetenschap - 15 december 2011

'Ik ben bezorgd, maar niet pessimistisch'

De man van honderd miljoen. Zo omvangrijk was het budget van het juist afgeronde nationale onderzoeksprogramma Klimaat voor Ruimte. Pavel Kabat gaf er als wetenschappelijk directeur zes jaar richting aan. Maar een direct vervolg is er niet. Het klimaatonderzoek zelf lijdt aan een veranderd klimaat. Kabat blikt terug en vooruit.

18-Pavel-Kabat-CMGZ-GA-8082.jpg
'De term klimaatbestendig.' Zelfs interviewkanon Frenk van der Linden was even van zijn à propos tijdens de slotmanifestatie van Klimaat voor Ruimte in de Wagenloods van het Centraal Station Amersfoort. Eén woord, was dát het belangrijkste dat 100 miljoen euro aan klimaatonderzoek had opgeleverd? Kabat geeft toe, hij provoceerde een beetje. Maar het antwoord raakt volgens hem wel de kern van het succes van Klimaat voor Ruimte. Kabat: 'Het concept klimaatbestendig betekent dat je klimaat kunt aanpakken als een kans. Klimaatbestendig is te begrijpen, voor werkgevers, beleidsmakers en aio's. Die terminologie is dus cruciaal geweest.'
Maar Klimaat voor Ruimte heeft toch wel meer opgeleverd?
'Vóór Klimaat voor Ruimte was klimaatbeleid uitsluitend gericht op mitigatie, het beperken van de uitstoot van broeikasgassen. Nederland was daar heel goed in. We waren er van overtuigd dat we het klimaatvraagstuk op die manier opgelost zouden krijgen. Zelfs als je morgen zou afspreken - door een of ander mirakel - dat je de emissie stabiliseert, dan nog gaat de opwarming honderden jaren door. Dat komt door de inertie van het systeem aarde. Naast mitigatie is dus ook adaptatie nodig.  Adaptatie aan klimaatverandering was helemaal nieuw. Voor die tijd was klimaatverandering een dreiging, een gevaar. Dat het ook een kans is, dat je door adaptatie je kunt wapenen tegen klimaatverandering en er ook nog economisch beter van kunt worden, dat was een grote verandering van paradigma. Klimaat voor Ruimte heeft de samenleving duidelijk gemaakt hoe je dat kunt doen. Dat is de grootste verdienste van het programma. En dat is ontzettend snel gegaan. Het is uniek hoe in zo korte tijd de wetenschappelijke notie van adaptatie is omgezet in breed gedagen beleid, investeringsintentie en zelfs wetten.'
En wat is de wetenschappelijke winst?
'We hebben bijvoorbeeld een vliegtuig ontwikkeld waarmee we - bijna online - de uitstoot van de drie broeikasgassen methaan, lachgas en kooldioxide door het landschap kunnen meten. En we kunnen ook bepalen waar die gassen vandaan komen. Dat is belangrijk, want emissie is geld.  Dat is een voorbeeld van technologische innovatie die uniek is. Een andere innovatie is het 'op maat maken' van klimaatscenario's. We hebben veel geïnvesteerd in een dialoog tussen de gebruikers van scenario's, de gemeenten, de waterschappen, en het KNMI. Er is ook een grote sprong vooruit gemaakt in de economische waardering van klimaatveranderingsvraagstukken. Daarmee bedoel ik de kosten-batenanalyses. Het CBS hanteerde tot voor kort een vaste discontovoet van vier procent. Dat betekent dat alles wat je bouwt en investeert relatief snel niks meer waard is. Maar met zo'n methodiek kom je dus nooit tot economisch rendabele investeringen in klimaatadaptatie, want die maak je voor 40, 50 of 60 jaar. Wij zijn hard met het CBS in de slag gegaan om de discontovoet flexibel te maken. Dat is cruciaal, en het is gebeurd.'
Klimaat voor Ruimte is afgerond. Kennis voor Klimaat, het andere grote klimaatprogramma loopt nog tot 2014. En daarna? Hoe klimaatbestendig is de klimaat­wetenschap zelf?
 'Ik ben niet pessimistisch, maar ik ben wel bezorgd hoe dit verder gaat. Het afschaffen van de FES-gelden als een soort smeermiddel voor innovatie en kennis is een zeer slecht besluit. Ik maak me ook zorgen over het topsectorenbeleid. Als model onderstreep ik het volledig. Maar het is bijna ondenkbaar dat het gaat lukken, met de inertie die het Nederlandse landschap van instituten kent. Geen van de drie partijen, de overheid, de publieke sector en de private sector, legt als eerste geld op tafel. Die topsectoren gaan zich voortbewegen als een praatcircuit. En we verliezen verdikkeme momentum! Er wordt bijna niets met onze resultaten gedaan. Er is geen enkele duidelijkheid over hoe dit gedachtengoed en kapitaal zal worden meegenomen in de topsectoren.'
Ligt u daar wel eens wakker van?
 'Over de situatie van het laatste jaar wel een beetje. Er is geen zicht op een direct vervolg, ondanks alle mogelijke pogingen die we hebben gedaan. Waar ik ook zeker van wakker lig, is het gebrek aan verwerkingsvermogen binnen de ministeries. Er is een neiging in Den Haag om onderzoek op te starten waarvan men het resultaat niet terug wil zien. Terwijl het de bedoeling is dat je resultaten en innovaties juist gebruikt. Politici zijn goed in het bedenken van nieuwe prioriteiten, maar kijken te weinig naar wat er is bereikt. Dan denk ik: verdorie, we krijgen geld, maar waarom monitoren ze ons niet, en waarom moet ik hen vertellen hoe ze die resultaten kunnen valoriseren? Dat is toch hun taak? Dat zijn momenten van frustratie.'
Wat moet er gebeuren om klimaat weer op de kaart te krijgen?
 'Climategate heeft een zeer negatieve uitwerking gehad op de publieke opinie en het politieke landschap. Dat en alle economische problemen maken het op dit moment niet makkelijk. Maar het grootste deel van de klimaatwetenschap gaat gewoon stug door. Het aantal papers neemt niet af. Er wordt keihard gewerkt aan IPCC-5. Er is nog geen grote schade toegebracht aan de wetenschap. Nog niet. Ik heb de eerste versie van 2020 gezien, een Europees document met de contouren van het Achtste Kaderprogramma. Een kwart van de 80 miljard die worden geïnvesteerd is met klimaatwetenschap verbonden. Dat schept hoop. Dat is niet slecht.'
Maar de gewone Nederlander wordt daar niet warm of koud van. Die heeft niet zoveel op met het klimaat­probleem.
'Ik ben dus niet zo pessimistisch. Maar misschien moeten we een andere manier van communicatie met elkaar zoeken. Tijdens de slotmanifestatie van Klimaat voor Ruimte was ik lid van de jury van de scholierenwedstrijd. Daar was een meisje dat zei: 'Wij snappen het allemaal wat jullie zeggen, maar wij zien ook dat het niet leeft. Volgens ons ligt het aan de communicatie. Ons idee is om in Nijmegen in het park een huis neer te zetten met waterbesparende toiletten en zo, waar we mensen duurzaamheid laten beleven'. Zij heeft gewoon helemaal gelijk. Het gaat in deze fase niet meer alleen om verbeteringen van klimaatmodellen. Ik onderschrijf volledig de noodzaak om het communicatieverhaal anders in te richten. Mensen eigenaar van het probleem maken, dat is het eigenlijk. Daar ben ik erg positief over.' 
Resultaten
Klimaat voor Ruimte is een groot landelijk onderzoeksprogramma van 100 miljoen euro: 40 miljoen van het Rijk, 60 miljoen van particuliere partijen. Meer dan 300 onderzoekers van diverse universiteiten en instellingen zijn erbij betrokken. Het programma levert 75 promoties op, waarvan 25 in Wageningen. Wetenschappers schreven meer dan 800 artikelen in peer reviewed tijdschriften. Het programma leidde tot meer dan 80 publiek-private samenwerkingen. Een deel van de succesnummers is beschreven in het Praktijkboek voor klimaatbestendig inrichten. Het boek, de achtergronden en resultaten zijn te zien op
www.ruimtevoorklimaat.nl.

Re:ageer