Wetenschap - 2 december 2010

Iets meer compassie graag

tekst:
Marion de Boo

De Westerse wetenschap is te veel gericht op de nationale economie en op publiceren. Daardoor laten we belangrijke kansen liggen voor voedselproductie en ziektebestrijding in ontwikkelingslanden, zo betoogt de Wageningse filosofe Cor van der Weele.

Een voorbeeld: tussen 1975 en 1999 werden 1393 nieuwe medicijnen op de markt toegelaten. Welgeteld dertien waren er bestemd voor ziekten als malaria, tuberculose en dengue, de zogeheten 'neglected diseases' waaraan in de tropen jaarlijks miljoenen mensen sterven. Deze cijfers wijzen op een onbalans die eind jaren negentig al werd aangeduid als de '10-90 kloof': niet meer dan zo'n tien procent van het wereldwijde gezondheidsonderzoek was destijds gericht op de ziekten die tezamen 90 procent van de ziektelast veroorzaken.
Filosofe Cor van der Weele, verbonden aan de leerstoelgroep Toegepaste filosofie in Wageningen en het LEI in Den Haag doet onderzoek naar deze tegenstelling en hield ruim anderhalf jaar een weblog bij over haar bevindingen (tenninetygap.wordpress.com). Ze richt zich daarbij vooral op genomics-onderzoek dat zowel de ontwikkeling van medicijnen omvat, als het verbeteren van landbouwgewassen.
De '10-90 kloof' bestaat nog steeds volgens Van der Weele. Weliswaar is er wat ten goede veranderd, maar dat is vooral te danken aan particuliere initiatieven. 'Zo steekt Bill Gates miljarden in tropische ziekten. Maar scheef is de onderzoeksagenda nog steeds. Ik heb me afgevraagd welke mechanismen die kloof in stand houden, en welke hem kunnen helpen overbruggen.'
Van der Weele heeft niet specifiek naar Wageningen gekeken. 'Wageningen is van oudsher misschien wel de meest mondiaal gerichte universiteit van Nederland, dus de verhoudingen liggen hier ongetwijfeld anders. Maar de obstakels in het wetenschaps- en innovatieklimaat gelden ook voor Wageningen.'
Kenniseconomie
Dat Westers onderzoek zo'n beperkte focus blijkt te hebben, is eigenlijk verrassend. Wetenschap heeft van nature een universeel en kosmopolitisch ethos, en dat sluit goed aan bij een globaliserende wereld. Toch blijkt het wetenschapsbeleid vooral nationaal georiënteerd, laat Van der Weele zien. 'Het businessplan 2008-2012 van het Netherlands Genomics Initiative (NGI), dat het meeste onderzoek rond genomics aanstuurt, is vooral gericht op het versterken van de Nederlandse kenniseconomie en van onze concurrentiepositie ten opzichte van andere landen.' Valorisatie is een kernthema in dit beleidsplan. Wetenschappelijke excellentie, die zich uit in veel publicaties en citaties in tijdschriften met een hoge impactfactor, staat centraal.
Praktisch nut
Een obstakel voor mondialisering is de kloof tussen het front van het onderzoek en de problemen van de wereld. Het valt niet mee om onderzoeksprojecten zo te ontwerpen dat ze praktisch nut hebben voor arme landen en tegelijkertijd wetenschappelijke uitdagingen bieden waarover onderzoekers kunnen publiceren.
Het Ghanaian-Dutch Program of Health Research was een uniek gezondheidsproject omdat het helemaal werd aangestuurd door vragen en behoeften vanuit de praktijk, maar de Nederlandse onderzoekers haakten af omdat het project onvoldoende wetenschappelijke publicatiemogelijkheden bood.
Van der Weele: 'De voormalig Wageningse malariaonderzoeker Bart Knols schat dat hooguit vijf procent van alle publicaties rond malaria echt praktisch van belang is. De rest van de artikelen is gericht op het vullen van de gaten in onze wetenschappelijke kennis, daarbij is publicatie een doel op zichzelf geworden.'
De onderzoekers zelf verwijt Cor van der Weele niets. 'Als je in een situatie zit waarin je afgerekend wordt op je publicatielijst, dan is het logisch dat je je daarop concentreert. Maar beleidsmakers zouden zich wel morele vragen mogen stellen en reflecteren op hun doelstellingen. De wetenschap wordt steeds meer beschouwd als productieproces, onderdeel van onze nationale economie. Met name in de geesteswetenschappen is de onvrede daarover vrij groot. Wie een boek schrijft mag dat tegenwoordig nog maar meetellen voor twee publicaties, ook al zit er natuurlijk veel meer werk in. Die publicatiedrang leidt er bovendien toe dat mensen hun onderzoek opknippen in steeds meer stukjes waarover ze dan afzonderlijk publiceren met zoveel mogelijk collega's, die elkaar bovendien zo vaak mogelijk citeren.'
Meer ecologie
Een ander mechanisme dat de ongelijkheid in stand houdt, is de focus op technologie. Nieuwe techniek krijgt veel onderzoeksgeld, vanuit de aanname dat innovatie daarvandaan komt. Veel belangrijke vernieuwingen komen echter tot stand in een interdisciplinair proces van het opnieuw gebruiken en combineren van bestaande kennis met low tech-verbeteringen.
Zo blijkt het System of Rice Intensification, ontwikkeld door een Jezuïtische pater op Madagaskar, opmerkelijk succesvol. Rijstplantjes worden nu veel jonger uitgepoot, in brede rijen, met druppelbevloeiing in plaats van irrigatie. Dat betekent een flinke besparing op arbeid en zaaizaad en de bodemstructuur blijft veel gezonder, wat het gewas ten goede komt. Dit idee werd in de wetenschap pas langzaam serieus genomen, maar blijkt nu wereldwijd succesvol, aldus Van der Weele.
Meer erkenning voor interdisciplinariteit en low tech-innovatie betekent in onderzoek rond voedsel en armoede onder andere: minder nadruk op genomics, meer waardering voor de inbreng van agro-ecologie.
Verlicht eigenbelang
Er zijn signalen die wijzen op een kentering in ons denken. Van der Weele wijst enthousiast op het recent verschenen rapport 'Kennis zonder grenzen' van de Adviesraad voor Wetenschap en Technologie. Dit rapport bepleit een omslag naar een mondiaal georiënteerd wetenschaps- en innovatiebeleid, waarin grote mondiale uitdagingen meer leidend worden voor de Nederlandse onderzoeksagenda.
'Het is inderdaad belangrijk daarbij geen harde morele tegenstelling te maken', zegt Van der Weele. 'Een puur altruïstisch beleid zou compleet onrealistisch zijn, zo zit menselijke motivatie niet in elkaar. Tegelijk is het niet een uitgemaakte zaak wat eigenbelang precies inhoudt. De taak is niet de nationale belangen af te zweren, maar er anders over te gaan denken: niet via de vraag wie de beste is, maar via aandacht voor onderlinge afhankelijkheden, zodat er een combinatie kan ontstaan van verlicht eigenbelang én compassie.' 

Re:ageer