Student - 3 april 2008

Iedere week een begrafenis

Het verdient goed, is zeer flexibel en weinig werk. Zo’n twintig Wageningse studenten hebben sinds een aantal maanden de ideale bijbaan. Ze dragen overledenen naar hun laatste rustplaats.

nieuws_2042.jpg
Er hing een advertentie op de kroeg, en ‘je hebt toch werk nodig’, vertelt Richard, lid van studentenvereniging KSV St. Franciscus. ‘Het verdient goed, en het is wat anders dan vakken vullen.’ Sinds eind vorig jaar werkt de eerstejaars student Internationale ontwikkelingsstudies samen met een stel andere WU-studenten voor Ferentes, een bedrijf dat dragers levert bij begrafenissen. Het merendeel van de jongens – hun werkgever werkt alleen met lange jongemannen – is lid van KSV. Het uurloon ligt meestal boven de tien euro netto per uur. ‘Goed voor de kroeg, want we verdienen nu twee- tot driehonderd euro per maand’, lacht Niels, ouderejaars Geo-information Science.
Na een korte training gingen ze aan de slag. Niels is voorman. Hij heeft contact met de uitvaartleider en hoort waar ze moeten zijn en hoe laat. ‘Je moet ook een route uitstippelen, opletten op lage deurposten en te smalle paden. Maar verder is dragen een vast ritueel, dus je kunt steeds commando ‘één’ geven, want iedereen weet wat hij moet doen.’ Veel tijd zit in het wachten. Dan is het betaald koffiedrinken. ‘En ik heb altijd een pak kaarten bij me om te klaverjassen’, zegt Niels. ‘Maar we spelen nooit in een kerk, dat hoort niet.’
Vijf minuten voor aanvang van hun dienst trekken de jongens bij een uitvaartverzorger in Wageningen hun werkkleding aan: een zwarte pantalon en lange jas. Zwarte schoenen en sokken, stropdas en overhemd nemen ze zelf mee. Soms werken ze in Wageningen, maar vaak vertrekken ze met een busje naar plaatsen in de omgeving, zoals Ede en Veenendaal. In de bus gaat het vaak over wat iedereen de avond ervoor heeft gedaan.
Zeker eens per week krijgen de studenten van de planner per sms een overzicht met tijden waarop er klussen zijn: starttijd, eindtijd, aantal dragers. ‘En dan reageer je op de tijden die je kunt’, vertelt Richard. Vorige week werkte hij drie dagen achter elkaar. ‘Ik heb toch weinig college-uren.’ Op een begrafenis zijn voelt voor Richard heel normaal. Alleen als er een jonge vader of moeder is gestorven staat hij daar meer bij stil. ‘En als ik nu op tv een begrafenis zie, kijk ik altijd hoe ze lopen.’ Niels: ‘Iedereen wil het goed en netjes doen.’
De kist op hun schouders dragen vinden de jongens zelf het mooist, onderhands dragen het zwaarst. Verder kijken ze altijd serieus, en doen ze alles zelfverzekerd. Meestal gaat er wel een kleinigheidje mis, zegt Bob, al zal het vrijwel niemand opvallen. ‘Iemand loopt bijvoorbeeld niet helemaal lekker in de pas, of een beetje scheef. Maar ik heb ook eens een bloemstuk dat op de kist lag langs zien schuiven, dat iemand voor me nog net op kon vangen. Het kon volgens de uitvaartleider blijven liggen, maar daar had dus minstens een matje onder gemoeten.’ Bij Richard viel een keer een metalen kruis van de kist. ‘Achter ons raapte iemand het op, terwijl wij rustig doorliepen.’ Kwestie van kijken alsof het zo hoort.
En wat moet je echt kunnen voor dit baantje? ‘Nooit te laat komen’, weet Richard.

Re:ageer