Wetenschap - 27 april 2012

INREF zoekt aansluiting bij topsectoren

INREF, het interdisciplinaire onderzoeksprogramma voor ontwikkeling in Wageningen, wil de Nederlandse overheid, ontwikkelingsorganisaties en bedrijven in ontwikkelingslanden meer betrekken bij de formulering, financiering en uitvoering van projecten. Zo wil het programma aansluiten bij het Nederlandse beleid van topsectoren.

inrefvoorkant.jpg
Een eerste stap in die richting is al gezet. Wageningse onderzoekers krijgen voortaan alleen nog geld van het INREF-programma als externe partners 30 procent van de kosten dragen. INREF bestaat ruim 10 jaar, dus het was tijd om de balans op te maken tijdens een conferentie op 23 en 24 april in Wageningen.
De conferentie was bedoeld om lering te trekken uit de ervaringen van de afgelopen jaren en het onderzoekconcept te vernieuwen, zegt Gert Spaargaren, voorzitter van de conferentie. INREF legt de nadruk op interdisciplinaire samenwerking tussen onderzoekers en maatschappelijke organisaties om complexe problemen in ontwikkelingslanden op te lossen. Daarmee wil het Wageningse programma bijdragen aan het realiseren van de Millenniumdoelstellingen en duurzame ontwikkeling.
De Britse onderzoeker John Imgram, betrokken in een wereldwijd netwerk op het gebied van voedselzekerheid en klimaatverandering, kwam met een handvol tips ‘waar we wat mee kunnen', zegt Spaargaren.
Tip 1: Stel een simpele, voor iedereen te begrijpen startvraag, waar een wereld van kennis, meningen en organisaties achter schuil gaat. En vertaal die startvraag dan naar een aantal onderliggende vraagstukken of problemen.
Tip 2: Los het probleem niet op met een simpel verhaal - meer kennis en technologie zal u helpen - , maar schets met welke methoden en organisatie je het probleem gaat aanpakken.
Tip 3: Doe dat samen met bedrijven, ngo's en beleidsmakers.
Tip 4: Richt je op de lange termijn. Je lost ontwikkelingsproblemen en klimaatproblemen niet in 5 jaar op. Langjarige programma's, kennisnetwerken en maatschappelijke relaties zijn cruciaal.
Dat klinkt erg procesmatig en ingewikkeld, maar het is de benadering die past bij de topsectoren, zegt Spaargaren, hoogleraar Milieubeleid. Een voorbeeld is het nieuwe INREF-project van zijn collega Simon Bush, op het gebied van duurzame tonijnvangst in ZO-Azië. Inhoudelijk richt het project zich op het beheer van de grootste tonijnvoorraad in de wereld in de zee tussen Indonesië, de Filippijnen en de westkant van de Grote Oceaan. Enkele tonijnsoorten decimeren door het huidige visserijregime.
Bush schetst het netwerk van partners die invloed hebben om een nieuwe methode van duurzaam tonijnbeheer - met MSC keurmerk - tot een succes te maken. Daartoe behoren het Wereldnatuurfonds, Nederlandse importeurs van tonijn, lokale visserijorganisaties en een multinationaal regieorgaan. De samenwerking begon met een informele tonijn-denktank in Heelsum, maar inmiddels heeft Bush de 30 procent bijdrage van deze externe partners voor zijn onderzoeksprogramma wel mooi bij elkaar. In het project werkt de geograaf Bush samen met een Wagenings visserij-onderzoeker, aquatisch ecoloog, econoom en marktkundige, maar ook met onderzoekers uit Indonesië, Filippijnen, Oceanië en Australië.

Re:ageer