Organisatie - 8 september 2009

INRA is belangrijkste internationale onderzoekspartner

Voor het eerst kwam de bestuursvoorzitter van een buitenlandse kennisinstelling een toespraak houden tijdens de opening van het Wageningse academisch jaar. Het gaat om Marion Guillou, presidente van INRA. De Franse onderzoeksorganisatie werkt veel samen met Wageningen UR in Europese projecten.

Hoogleraren Pavel Kabat en Rik Leemans maken zich op voor de Opening Academisch Jaar
‘Ik ontmoet haar twee keer per jaar voor overleg’, zegt Aalt Dijkhuizen over Guillou. De voorzitters van de twee grootste onderzoeksorganisaties in de life sciences in Europa werken aan een krachtenbundeling. Belangrijkste motor daarbij is de Europese Unie. Belangrijkste thema: hoe te voldoen aan de toenemende vraag naar voedsel in de komende decennia.
Wageningen UR en INRA overleggen geregeld over onderzoeksprojecten en vorming van consortia om Europese onderzoekssubsidies in de wacht te slepen. Door samen te werken, vergroten ze de kans op succes. Bovendien moedigt de EU die samenwerking aan. Ze wil toe naar Europese centres of excellence. Bij het landbouwkundig, voedingskundig en milieukundig onderzoek kijkt Brussel naar de erkende topinstituten in Nederland en Frankrijk.
Ze hebben veel gemeen. Net als Wageningen UR bestrijkt INRA zowel fundamenteel als toegepast onderzoek. De onderzoekslaboratoria liggen verspreid over zo’n twintig locaties in Frankrijk, met een sterke centrale sturing uit Parijs, maar ze hebben tevens binding met en financiering uit die regio’s. De INRA-instituten in Montpellier zijn wijd en zijd bekend om hun internationale onderzoek.  
Meer dan Wageningen UR drijft INRA op publieke bekostiging, maar ook in Frankrijk staat die bekostiging onder druk. ‘INRA is groot en sterk, wij zijn misschien wat innovatiever en verder in de samenwerking met het bedrijfsleven’, zegt Dijkhuizen. Wageningen UR is meer bedreven in interdisciplinair onderzoek naar maatschappelijke problemen voor diverse financiers. Dat maakt ons interessant voor de Fransen.
Wat beide organisaties ook gemeen hebben: ze zijn bedreven in beleidsadvisering. Net als DLO in Nederland adviseert INRA het Franse ministerie van Landbouw over de onderzoeksagenda. Die kwaliteit gaan de partners nu ook in Brussel inzetten via zogeheten Joint Programming. De Europese Unie heeft Wageningen UR en INRA in dit verband gevraagd om een visiedocument voor toekomstig onderzoek.
Dijkhuizen en Guillou moedigen de samenwerking aan, maar willen die niet top-down afdwingen. ‘We willen eerst samenwerking op de werkvloer en de verdere samenwerking daarna op maat invullen’, zegt Dijkhuizen. De Wageningse kenniseenheden hebben inmiddels teams geformeerd met hun Franse counterparts bij INRA.
De Animal Sciences Group (ASG) is het verst en daarom tekende ASG-directeur Martin Scholten op 7 september een letter of intent met zijn evenknie bij INRA. In die overeenkomst staat dat de Franse en Nederlandse dierwetenschappers nauw gaan samenwerken bij onderzoek naar dierenwelzijn, genomics, dierziekten, duurzame veehouderijsystemen en duurzame aquacultuur. Per onderzoeksthema zijn trekkers bij Wageningen UR en INRA aangesteld die de samenwerking gaan uitwerken.
‘We weten dat de productie van dierlijke eiwitten fors moet groeien om de groeiende wereldbevolking te voeden’, zegt Ruud Duijghuisen van ASG, betrokken bij de letter of intent. ‘We zetten dus in op productieverhoging, een hoge consumentenwaardering en een forse vermindering van de ecologische footprint, zoals CO2-uitstoot. Vanuit dit kader gaan de expertisegebieden aan de slag. Het gaat dus om technologie zoals genomics en systeembenaderingen waarmee we meer voedsel met minder milieu-impact gaan produceren.’
De andere kenniseenheden gaan ook samenwerkingsthema’s vaststellen met INRA, plus personen die de samenwerking verder uitwerken in onderzoeksvoorstellen bij de EU. De Plant Sciences Group tekende deze week een eerste versie van zo’n overeenkomst. Wellicht gaan de partijen ook afstemmen wie van de twee in dure apparatuur gaat investeren.

Re:ageer