Wetenschap - 22 februari 2001

ID-Lelystad werkt aan onderscheid BSE en scrapie bij schapen

ID-Lelystad werkt aan onderscheid BSE en scrapie bij schapen

Bij een schaap in het veld is nog nooit BSE aangetoond. Lastig is daarbij dat alleen een langdurige test uitsluitsel biedt of een schaap BSE heeft of de verwante prionziekte scrapie. ID-Lelystad werkt mee aan een EU-programma om dat onderscheid te vinden.

Schapen kunnen BSE krijgen, blijkt uit proeven. Dieren die aangetast hersenmateriaal hadden gegeten, vertoonden na verloop van tijd de typische kenmerken van BSE. Daarom is niet uit te sluiten dat ook in het veld schapen rondlopen met BSE. De kans is wel minder groot dan bij koeien doordat niet veel schapen krachtvoer hebben gegeten van dode dieren.

Als ook schapen BSE hebben, is het gevaar voor de mens groter dan nu al gedacht wordt. Bij runderen beperken de ziekmakende prionen zich namelijk tot het centrale zenuwstelsel, zoals het ruggenmerg en de hersenen. Bij schapen komen de prionen ook in de lymfo?de weefsels voor, zoals de amandelen.

Probleem is dat de gebruikelijke test om aan te tonen of een schaap BSE of scrapie heeft anderhalf jaar duurt. ID-Lelystad werkt aan een betere test. Iedere paar maanden gaan de onderzoekers op alle mogelijke manieren na of er verschil te vinden is tussen met BSE en met scrapie besmette schapen. Zo hopen ze een aanwijzing te vinden.

In Nederland loopt ook een scrapie-bestrijdingsprogramma. Er mag alleen gefokt worden met rammen die ongevoelig zijn voor scrapie. Het instituut test de rammen. Vorige week is de vijfentwintigduizendste ram getest. Daarmee neemt ook het BSE-gevaar af. Schapen die ongevoelig zijn voor scrapie lijken tot nu toe ook ongevoelig te zijn voor BSE. Bij koeien is die selectie niet mogelijk, want alle koeien zijn gevoelig voor BSE. | L.N.

Re:ageer