Student - 19 november 2009

Hun kennen minder rekenen als ons

De huidige generatie studenten kan niet meer rekenen en schrijven. Delen zonder rekenmachine of foutloos schrijven zonder hulp van de spellingscontrole behoort niet meer tot de vaardigheden.

'Het probleem zit 'm niet zozeer in wiskunde, maar vooral in het basale rekenen, zoals tussen haakjes rekenen en de breuken. Dat is niet goed onderhouden op de middelbare school', vertelt Michel van Wietmarschen, docent statistiek bij Van Hall Larenstein (VHL).
  Hij was een van de 140 docenten van middelbare scholen, hogescholen en universiteiten op de conferentie Uitgerekend Taal! op donderdag 10 november in Forum. Het thema van de bijeenkomst, georganiseerd door het Platform VO-HO, waren de aansluitingsproblemen tussen middelbare school en hoger onderwijs op het gebied van taal en rekenen.
  'Ik moet vooral de studenten die wiskunde A deden op de havo flink bijspijkeren. Meestal lukt dat wel. Door het concreet te maken met behulp van toepassingen, krijgen ze een betere motivatie en meer inzicht', aldus Van Wietmarschen.
Breuken
Ook Ton van Boxtel, universitair hoofddocent Meet- , regel- en systeemtechniek bij Wageningen Universiteit, ziet vaak fouten bij het optellen van breuken en het werken met symbolen (zoals bij a - b รท c). Toch vindt hij het lastig om te bepalen of de rekenvaardigheid slechter is dan vroeger. 'Op probleemanalyses zaten studenten vroeger veel langer te puzzelen, nu komen ze er aardig snel uit. Ze zijn er goed in om ingeklede problemen te herkennen', zegt Van Boxtel.
  Studente Evelien van Bart moest een toelatingsexamen wiskunde doen voor ze Ontwikkelingsstudies kon studeren. 'Veel studenten hebben moeite met statistiek en wiskunde. Daarom zou het goed zijn als daar meer aandacht voor is', vindt ze. Maar een andere studente zegt daar geen behoefte aan te hebben. 'Ik heb wiskunde B gedaan. Dat sluit perfect aan op het onderwijs hier.'
Flutonderzoek
Met taal is het misschien wel beroerder gesteld dan met rekenen. 'Zo'n 20 tot 30 procent maakt er een potje van. Daar schrik ik weleens van', zegt VHL-docent communicatieve vaardigheden Hans Hoenjet. 'Een rapport kan inhoudelijk nog zo goed zijn, als het in beroerd Nederlands is geschreven, denken mensen dat het een flutonderzoek is. Daar word je op afgerekend.' In het eerste jaar behandelt Hoenjet 'spellingsproblemen die niet door Word worden gecorrigeerd', zoals de spelling van werkwoordsvormen, en in het tweede jaar onder meer stijlkwesties en structuur. Studenten die niet slagen, krijgen een bijspijkercursus aangeboden.
Zijn collega aan Wageningen Universiteit, docent wetenschappelijk rapporteren Jack Postema, is ook bezig een bijspijkercursus op te zetten. 'Je wordt daartoe gedwongen. Vooral de dt-fouten in werkwoordsvormen zijn vaak tenenkrommend.', 'Dit betekend, we hebben uitgevoerdt' en zelfs 'het antwoordt is niet duidelijk', somt hij op. 'Werknemers die pas afgestudeerde academici in dienst nemen, kankeren vaak op de taal- en schrijfvaardigheid. Er wordt te weinig aandacht aan besteed', meent Postema.
Studente Lianne Mulder is het daar helemaal mee eens. 'Bij groepswerk zijn het altijd dezelfden die naar stijl en spelling kijken. Dat zou voor iedereen verplicht moeten worden. Spelling en grammatica vormen bovendien maar tien procent van het eindcijfer. Nu is het net of het niet zo belangrijk is. Ik heb zelfs colleges van een hoogleraar die in iedere slide een spelfout heeft staan.'
Regionaal onderwijsplatform
Wageningen UR, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Radboud Universiteit nemen samen met vijftig instellingen uit het voortgezet onderwijs deel aan het Platform VO-HO in de regio Arnhem en Nijmegen. Het platform wil de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs verbeteren en organiseert jaarlijks een conferentie.

Re:ageer