Wetenschap - 1 januari 1970

Hout uit oven goed voor milieuvriendelijk spoor

Als hout verhit wordt, kan het beter tegen vocht en wordt het dus minder gevoelig voor houtrot. Onderzoek van Agrotechnology & Food Innovations (A&F) wijst uit dat thermisch behandeld hout zijn sterkte grotendeels kan behouden. Dit biedt mogelijkheden voor damwanden en spoorbielzen, die nu vaak zijn gemaakt van hout dat is geïmpregneerd met milieuonvriendelijke creosootolie.

Thermisch behandeld hout, waaronder PLATO-hout, Thermowood en Stellac, is reeds op de markt. Maar dit hout is geschikt voor 'lichte toepassingen' zoals tuinmeubilair. Experimenten van A&F laten zien dat thermisch behandeld hout ook sterk genoeg kan zijn voor het zwaardere werk. Dit hout moet dan wel bij hogere temperaturen worden behandeld dan het al bestaande thermohout.
,,Het luistert heel nauw bij welke temperatuur en hoe lang het hout wordt verhit'', vertelt ing. Richard Gosselink van A&F. ,,Onze experimenten laten zien dat 275 graden Celsius de optimale temperatuur is. Je zit net onder de temperatuur waarbij cellulose afbreekt, maar wel krijgt het hout door verhitting een grote weerstand tegen schimmels.'' Verder blijkt dat er geen schadelijke PAK's gevormd worden.
In het lab experimenteerde Gosselink met blokken dennenhout. Die werden korte tijd in een oven geplaatst. Chemische analyse wees uit dat de vochtgevoelige houtdeeltjes, waaronder koolhydraten, gedeeltelijk verdwijnen of omgezet worden in natuurlijke hars. ,,Deze waterabsorberende houtdeeltjes zijn de voedingsbron voor schimmels. Die krijgen zo dus minder kans. En het gevormde natuurlijke hars kan geen kwaad. Dat is onaantastbaar voor schimmels.''
Het behandelde hout vertoonde geen mechanische schade zoals barsten. Dit is belangrijk voor hout dat grote druk moet weerstaan zoals spoorbielzen of damwanden. Volgens Gosselink is het wel zaak voor industriƫle toepassingen om het proces op te schalen naar grotere dimensies.
Verder onderzoek en perfectionering van thermische houtbehandeling is volgens hem nodig, gezien het feit dat houtimpregnatie met chemische middelen onder druk staat. Wolmanzouten met daarin het levensgevaarlijke arsenicum zijn al verboden. Alleen voor grootschalige toepassingen, als de industrie nog geen alternatief heeft, worden milieuvervuilende impregneermiddelen nog toegelaten. Creosootolie, afkomstig van steenkoolteer, mag bijvoorbeeld nog worden gebruikt voor spoorbielzen, maar dat zal op termijn ook verboden worden, verwacht Gosselink. H.B.

Re:ageer