Wetenschap - 11 november 2009

Houding boer bepaalt aantal zieke koeien

Waarom krijgen de koeien op sommige melkveebedrijven vaak uierontsteking en op andere bedrijven niet? De houding van de melkveehouder is sterk bepalend, ontdekte communicatiewetenschapper ir. Jolanda Jansen. ‘De boer die gezondheidsdoelen stelt, presteert beter.’

uier-brulft4244-64.jpg
Jansen onderzocht of de attitude (houding) en het gedrag van melkveehouders invloed heeft op het voorkomen van mastitis (uierontsteking) op het bedrijf. Mastitis is pijnlijk voor de koe, kost de boer tijd en geld en is de belangrijkste reden voor antibioticagebruik in de melkveehouderij. ‘Alle boeren willen mastitis voorkomen’, zegt Jansen. Toch lukt het de ene boer veel beter dan de andere. Epidemiologen krijgen er maar geen vinger achter welke factoren die variatie bepalen. ‘Mastitis is een multifactoriële ziekte, het heeft met veel kleine dingetjes te maken’, aldus Jansen.
Epidemiologen gebruiken vaak enquêtes die het gedrag van boeren – ‘maakt u de uiers goed schoon voor het melken?’ – afzetten tegen de hoeveelheid koeien met mastitis. Deze  geven echter geen uitsluitsel. Jansen vroeg de boeren daarom ook naar hun attitude, die het feitelijke gedrag bepaalt – ‘hoe belangrijk is hygiëne?’ En dat verklaart de variatie aan mastitis op de bedrijven veel beter, meldt ze deze maand in het vakblad Preventive Veterinary Medicine.
 
Tankcelgetal
Er zijn twee soorten mastitis. De klinische vorm, waarbij de uiers zichtbaar ontstoken zijn, en de subklinische vorm, waarbij de koe geen zichtbare verschijnselen heeft, maar wel een verhoogd aantal afweercellen in de melk. De melkfabriek controleert de aangeleverde melk op deze afweercellen. Boeren krijgen een boete als hun ‘tankcelgetal’ over een bepaalde periode hoger is dan 400.000 cellen/ml.
De attitudes van de boeren verklaren dertig procent van de variatie aan klinische mastitis tussen bedrijven, berekende Jansen. Maar ze wist vooral de voor de boer onzichtbare mastitis goed te herleiden tot zijn houding. Attitudes bepalen voor 47 procent de hoogte van het tankcelgetal.
‘Melkveehouders die streven naar een laag tankcelgetal, hebben veel minder mastitis op hun bedrijf dan boeren die pas bij de boetegrens van 400.000 een probleem ervaren. Het verschil in attitude is dat de eerste groep concrete doelen stelt om de gezondheidsstatus van het bedrijf te verbeteren.’ De tweede groep stelt andere prioriteiten. ‘Boeren moeten aan heel veel eisen voldoen. Als je veel problemen hebt in je bedrijfsvoering, weet je vaak niet waar je moet beginnen. Boeren met een goed management die er bovenop zitten, kunnen de intentie om te verbeteren makkelijker vertalen in concrete actie.’
 
Schijf van Vijf
Wat voor acties? De conditie van de veestapel, de melkmachine, het voer, de hygiëne van de stal, hoe je de zieke dieren behandelt – het zijn allemaal factoren die de hoeveelheid uierontstekingen mede bepalen. ‘Voor elk bedrijf kan het probleem weer anders zijn.’
Jansen voert haar promotieonderzoek uit in opdracht van het Uier Gezondheidscentrum Nederland. Die heeft een Schijf van Vijf opgesteld – vijf thema’s die van invloed zijn op de gezondheid van de koeien. In overleg met adviseurs, zoals de dierenarts en voerleverancier, kunnen de veehouders hiermee een gezondheidsplan opstellen.
De resultaten van Jansen sluiten aan bij het convenant van de veehouderijsectoren om het antibioticagebruik terug te dringen. Actiepunt hierbij is dat veehouders hun management moeten verbeteren om de ziektedruk op het bedrijf te verminderen.
 

Re:ageer