Organisatie - 25 september 2008

Horen jagers thuis in het natuurbeheer?

Nederlandse natuurbeheerders moeten een voorbeeld nemen aan Canada, waar jagers en ecologen de handen ineen slaan. Dat stelde hoogleraar Faunabeheer prof. Ron Ydenberg vorige week in zijn inaugurele rede. Als voorbeeld van samenwerking dient zijn ‘schietstoel’ zelf, die deels wordt betaald door jagersvereniging KNJV. Kennis vergaren over wild is in ieders belang, vindt Ydenburg. Hoe je ook denkt over de jacht. Heeft hij gelijk?

opinie_0_603.jpg
Prof. Ron Ydenberg, kersverse bijzonder hoogleraar Faunabeheer:
‘In Canada is samenwerking tussen alle betrokken partijen een van de speerpunten binnen wildlife management. Jagers, ngo’s, actiegroepen en wetenschappers willen samen tot goed natuurbeheer komen. In Nederland is ook wel samenwerking, maar het kan zoveel beter. Er is ontzettend veel wantrouwen. Onbegrijpelijk. Nederland is daarin uniek. Nergens anders ben ik dat ooit zo tegengekomen.
De KNJV laat met de financiering zien deel te willen nemen aan goed faunabeheer. Daarbij heeft de vereniging zich vanaf het begin afzijdig gehouden van de invulling van het onderzoek. Zij stellen hun gegevens beschikbaar en die zijn zeer waardevol. Net als die van andere organisaties, zoals bijvoorbeeld Sovon. Ze hanteren alleen verschillende methodes, waardoor de resultaten niet altijd gelijk zijn. Maar samen zijn het belangrijke gegevens die elkaar aanvullen.
Met ons onderzoek willen we ook geen antwoord geven op de vraag of we bijvoorbeeld wilde zwijnen moeten afschieten of niet. Dat is een maatschappelijke keuze. Ons doel is alleen om de kennis te leveren die nodig is voor een goede afweging.’

Harm Niesen, Faunabescherming:
‘Samenwerking tussen jagers en ecologen is wat ons betreft volstrekt uit den boze. Jagers hebben geen flauw benul van ecologie en hebben daar ook geen enkele belangstelling voor. Hun hobby is de jacht, niet de ecologie.
Wij zijn niet tegen onderzoek naar de effecten van jacht in de breedste zin van het woord, integendeel. Dertig jaar geleden braken wij daar al een lans voor, omdat bij zorgvuldig onderzoek naar onze stellige overtuiging duidelijk zal worden hoe schadelijk jacht voor een ecosysteem is. Altijd, en niet alleen voor de daadwerkelijk bejaagde soorten. Juist de KNJV heeft dat onderzoek altijd geblokkeerd. Als zij dus nu plotseling een leerstoel sponsort, is er alle aanleiding tot wantrouwen.
De KNJV heeft een duidelijk belang bij jacht als manier van beheren. Door de sponsoring verdenk ik de leerstoel er sterk van onderzoek te gaan doen naar een wetenschappelijke onderbouwing voor de jacht. Ik vrees dat er nu nog sneller naar jacht wordt gekeken als oplossing voor een probleem.
Ik twijfel overigens niet aan de integriteit van Ron Ydenberg, maar hij is vooral bekend met de jagerspraktijk uit Canada en daar liggen de verhoudingen heel anders. De impact die jacht daar heeft op ecosystemen is van een geheel andere orde, de schade die jacht toebrengt valt minder op in de uitgestrektheid van een land als Canada.’

Tim van den Broek, ecoloog en senior beleidsmedewerker bij Natuurmonumenten:
‘Wij hebben er geen enkele moeite mee. Ik vertrouw erop dat de leerstoel onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek doet. Ik kan me niet voorstellen dat Wageningen Universiteit daarin risico wil lopen. De KNJV heeft zover als ik weet ook geen enkele invloed op de onderwerpen die onderzocht worden. Natuurlijk zullen ze wel hun wensen mogen neerleggen, maar ze kunnen daarbij niet sturen in de gewenste uitkomst, zoals bijvoorbeeld een relatie tussen vossenpredatie en weidevogelbeheer. Sterker nog, ik ga ervan uit dat alle telgegevens - los van de herkomst - gecheckt worden op hun bruikbaarheid en objectiviteit. Hopelijk leiden de onderzoeksresultaten tot concrete aanbevelingen voor betere telmethoden.
Het siert de KNJV zelfs dat ze mee financieren. Het laat zien dat ze faunabeheer serieus nemen en dat het ook voor hen niet alleen om het jagen gaat. Dat ze andere belangen mee laten wegen en naar argumenten zoeken op basis waarvan overwogen kan worden om wel of niet het geweer te grijpen. Natuurlijk blijven ze vanuit hun vereniging hun belangen behartigen, maar ik zie in de sponsoring niet automatisch belangenverstrengeling.’

Zweitse Lulof, woordvoerder van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging:
‘Jagers verzamelen al jarenlang gegevens over fauna. De afschotgegevens en telgegevens worden verwerkt in een databank van alle wildbeheereenheden. Elke twee jaar worden in een nieuwsbrief de cijfers openbaar gemaakt. Om de betrouwbaarheid en objectiviteit van de gegevens te waarborgen is er een begeleidingscommissie. Daarin zitten onder andere vertegenwoordigers van het Ministerie van LNV, de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ), LTO Nederland en Alterra. Professor Ydenberg pleit voor nog meer samenwerking tussen de verschillende organisaties. De KNJV is daar een groot voorstander van en brengt dat in praktijk. De leerstoel wordt ook gefinancierd door het Faunafonds en het ministerie van LNV. De KNJV betaalt de kosten van één aio plus de vergoeding van 0,2 fte voor de professor. Het Faunafonds en het ministerie van LNV nemen elk twee aio’s voor hun rekening. Als initiatiefnemer van de leerstoel heeft de KNJV zich van meet af aan geconformeerd aan de voorwaarde van Wageningen Universiteit dat het bij de leerstoel faunabeheer gaat om onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.’

Marianne Thieme, Partij voor de Dieren:
‘Wageningen zet zichzelf te kijk als universiteit waar leerstoelen te koop zijn voor de hoogst biedende belanghebbende. We hebben gezien hoe de zuivel- en de vleesindustrie leerstoelen heeft gekocht, van waaruit schaamteloos wordt beweerd dat melk 'onmiskenbaar gezond' zou zijn door prof. Toon van Hooijdonk, tevens directeur van Campina. De stelligheid die daaruit spreekt, ontbeert elke wetenschappelijke nuance en laat zien hoe ver Wageningen is afgedreven van het beoefenen van zuivere wetenschap zonder last of ruggespraak.
De jagers hebben niet toevallig Wageningen uitgekozen om een leerstoel te kopen. Hun hele pr-beleid is er op gericht om jacht om te buigen tot een vermeend maatschappelijk nuttig fenomeen. Zo wordt er niet gejaagd op wilde zwijnen, maar worden wel negentig procent van alle zwijnen door jagers dood geschoten uit oogpunt van schadebestrijding, voorkomen van verkeershinder of populatiebeheer. Wie met droge ogen van populatiebeheer durft te spreken terwijl negentig procent van een populatie wordt gedood, geeft aan alleen het eigen belang na te streven. Ik ben heel benieuwd wat professor Ydenberg over dergelijke ontwikkelingen te zeggen heeft, maar vooralsnog wordt hij geïntroduceerd in een derde geldstroomtraditie die weinig onafhankelijks, wetenschappelijks of zelfs goeds heeft voortgebracht.’

Re:ageer