Organisatie - 1 januari 1970

‘Hooguit tien studenten per docent’

Universiteiten moeten meer docenten in dienst nemen. Momenteel is er gemiddeld één docent op twintig studenten en dat is te weinig, vindt KNAW-president Frits van Oostrom. Hij wil een normaantal bepalen.

Dat zei Van Oostrom vandaag in zijn eerste jaarrede voor de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hij vermoedt dat de verhouding docent-student per opleiding sterk verschilt, van één op één tot één op zeventig of misschien zelfs meer. Vier jaar geleden was het gemiddelde nog een op zestien.
Van Oostrom wil de trend graag ombuigen. Eén op tien vindt hij een mooie verhouding. ‘Een streefcijfer lijkt mij wel het allerminste. Aan de Amerikaanse topuniversiteiten waaraan wij ons zo graag spiegelen is op bachelorniveau een op achts de zorgvuldig bewaakte norm.’
Met zijn aanbeveling wil Van Oostrom bijdragen aan de versterking van de wetenschap aan universiteiten. Hij vraagt daarom ook meer geld voor de eerste geldstroom en de gewone wetenschap. ‘Bij een piramide trekt weliswaar de top de meeste aandacht, maar het echte wonder huist natuurlijk in het grondvlak. Zo is ook een gezonde eerste geldstroom een noodzakelijke voorwaarde voor het fundament van de wetenschap, voor continuïteit, voor ware innovatie die natuurlijk altijd in de marge aanvangt en niet op hoger gelegen platforms.’
Om jongeren sterker bij de wetenschap te betrekken, wil hij ook het aantal student-assistenten vergroten. ‘Grof geschat is er voor één op de honderd studenten kans op een dergelijk assistentschap. Intussen besteden onze studenten wel ergerlijk veel tijd aan bijbaantjes buiten de universiteit, en klagen docenten over te weinig ondersteuning. Het lijkt mij de hoogste tijd voor een massief initiatief om jong talent te laten stoppen met bordenwassen in de horeca, en mee te laten draaien in de wereld van hun eigen universiteit.’ De KNAW zal daarom ook de mogelijkheden van Akademie-assistenten nader verkennen.
Met dezelfde reden vindt hij dat de instellingen creatiever moeten worden in de vervlechting van het vwo en de universiteit. ‘Ik zou denken aan duale trajecten van promoveren en lesgeven, en aan het betrekken van ervaren leraren bij onze propedeuses.’
Universiteiten zouden bovendien in alle studierichtingen honoursprogramma’s moeten hebben voor studenten die meer kunnen en willen dan de middelmaat. Zulke programma’s moeten zelfs verplicht gesteld worden. ‘Een honourstraject is de noodzakelijke pendant van het bij Nederland passende egalitaire stelsel, met zijn brede toelating en hoger onderwijs voor velen.’
Verder vreest de KNAW-president dat er voor de jongeren te veel keus aan opleidingen is. ‘Het tableau aan bachelors en masters in het Nederlandse hoger onderwijs lijkt steeds meer op de menukaart van een slechte chinees.’
‘En voor ik het vergeet’, sneert Van Oostrom, ‘ook de gemiddelde Nederlandse student zou wel wat harder mogen werken.’ / HOP

Re:ageer