Wetenschap - 10 januari 2002

Hoogproductieve graanboeren willen best aan agrarisch natuurbeheer

Hoogproductieve graanboeren willen best aan agrarisch natuurbeheer

Onder de juiste voorwaarden wil zestig procent van de hoogproductieve graanboeren wel aan agrarisch natuurbeheer doen, concludeert bedrijfseconoom drs Jaap van Wenum in zijn promotieonderzoek. Subsidie kan volgens de promovendus niet alleen ingezet worden ter compensatie van het boereninkomen, maar ook om ecologische en milieutechnische maatregelen goedkoper uit te kunnen voeren.

Van Wenum pleit voor een integraal beleid voor natuur- en milieubeheer in het agrarisch gebied. Dat boeren aarzelen om aan agrarisch natuurbeheer te doen, komt vaak door onzekerheid. "Een regelinkje hier, een regelinkje daar", verbeeldt Van Wenum de versnippering in het beleid.

Als voorbeeld noemt Van Wenum het uit het milieubeleid voortgekomen Lozingenbesluit, waardoor boeren hun graan anderhalve meter van de sloot moeten zaaien. Door de akkerrand te verbreden naar drie meter krijg je volgens Van Wenum meer natuur en een betere bescherming tegen de vervuiling van de sloot met bestrijdingsmiddelen, terwijl de boeren de bredere strook makkelijker kunnen onderhouden met hun machines.

Het is geen hoogstaande natuur die de graanboeren kunnen produceren, hoogstens groene sierstrookjes langs het graan. "Maar alles wat we mee kunnen pakken, is meegenomen", vindt Van Wenum.

Het belangrijkste blijft volgens Van Wenum dat boeren helderheid krijgen over de mogelijkheden die de regelingen voor agrarisch natuurbeheer bieden. Als ze met een akkerrandenproject drieduizend gulden krijgen per hectare en het levert geen extra ziekten en onkruid op, dan wil zestig procent van de akkerbouwers graag meedoen. | M.W.

Jaap van Wenum promoveert op 14 januari bij prof. Jan Renkema en dr Ada Wossink van de leerstoelgroep Agrarische Bedrijfseconomie.

Re:ageer