Wetenschap - 1 januari 1970

Hoogleraren bepleiten verruiming mestregels bij Veerman

Hoogleraren bepleiten verruiming mestregels bij Veerman


Dertien prominente Nederlanders, waaronder zes Wageningse hoogleraren,
hebben landbouwminister Veerman in een brief gevraagd het bovengronds
uitrijden van mest op graslanden toe te staan aan bedrijven die aantoonbaar
minder stikstof uitstoten dan de wettelijke normen. Zij vinden dat de
huidige wetgeving innovatieve bedrijven ten onrechte criminaliseert.

De brief is een initiatief van de acteur Bram van der Vlugt, voorzitter van
de stichting Gras en Wolken, en de Wageningse dierwetenschapper dr Jaap van
Bruchem, die zich het lot hebben aangetrokken van de melkveehouder Theo
Spruit en geestverwanten. Deze eigenzinnige boer uit Zegveld rijdt zijn
drijfmest breedwerpig, bovengronds uit, omdat hij het bodemleven op zijn
land niet wil ‘vergiftigen’ door de mest te injecteren. Zijn
stikstofverliezen zijn minimaal, onder meer door zijn voerstrategie en
doordat hij afziet van het gebruik van kunstmest. Spruit heeft zich
desondanks al verschillende keren voor de rechter moeten verantwoorden. Tot
nu toe heeft dit – meestal na een hoger beroep – steeds geleid tot
schuldigverklaring zonder stafoplegging. Spruit voldoet wel aan het doel
van de mestwetgeving – het verminderen van de emissie en uitspoeling van
mineralen – maar hij houdt zich niet aan de middelenvoorschriften. Alleen
zodenbemesting met een mestinjecteur is volgens de wet toegestaan.

Volgens hoogleraar rurale sociologie prof. Jan Douwe van der Ploeg, een van
de ondertekenaars van de brief aan Veerman, is er genoeg onderzoek dat
bevestigt dat er bedrijfsstrategieën zijn die minstens zo goed, of nog
beter zijn voor het milieu dan het toepassen van mestinjectie. ,,Het gaat
dan om door boeren zelf ontwikkelde innovatieve methoden die vaak beter
passen bij het lokale ecosysteem. Er is nu sprake van een totale omkering
van doel en middel, waarbij de regelgeving in de praktijk leidt tot
navrante ontsporingen’’. Van der Ploeg is niet bang dat een verruiming van
de mestregels tot misbruik zal leiden. ,,Niemand wil terug naar de
misdadige praktijken van het dumpen van mest. Die kwade geest houden we
graag in de fles. Daarom is het ook van belang dat de boeren die
bovengronds willen uitrijden kunnen aantonen dat hun bedrijfsvoering in
overeenstemming is met de doelstellingen van de wetgeving. Het gaat ook om
het principe dat je mensen afrekent op milieuprestaties, en niet boeren die
de doelstellingen van de wet meer dan naleven, daar nog eens voor
bestraft’’, aldus Van der Ploeg.

De brief is ook ondertekend door de Wageningse hoogleraren prof. Johan
Bouma (bodemkunde, directeur wetenschap kenniseenheid Groene ruimte), prof.
Ariena van Bruggen (biologische bedrijfssystemen), prof. Lijbert Brusssaard
(bodembiologie), prof. Herman Wijffels (ereprofessor en onder meer
voorzitter van de SER en de vereniging Natuurmonumenten).
| G.v.M.

Re:ageer