Wetenschap - 27 juni 1996

Hoogleraar 't Mannetje met emeritaat

Hoogleraar 't Mannetje met emeritaat

Op 20 juni nam prof. dr ir L. 't Mannetje afscheid van de Landbouwuniversiteit. Hij was dertien jaar als hoogleraar Graslandkunde verbonden aan de LUW. Met zijn vertrek valt het doek voor een zelfstandige leerstoel Graslandkunde, terwijl met name de leguminosen een grote bijdrage kunnen leveren aan landbouw en milieu.


Gras behoort tot de belangrijkste voedselbronnen op aarde. In extreem warme of koude gebieden, waar akkerbouw niet mogelijk is, is het voor mensen de enige manier om te overleven, omdat het als voedselbron voor de dierlijke produktie kan dienen. Daarnaast zijn grasland en bos belangrijke terrestrische gebieden voor flora en fauna. Ganzen en weidevogels moeten het hebben van cultuurlandschappen. Ik zou haast zeggen dat er zonder grasland in Nederland helemaal geen natuur meer voorkomt. Ook behoort grasland, naast bos, tot de belangrijkste opslagplaats voor koolstof. Een hectare grasland kan net zoveel koolstof opslaan als een hectare bos. En gras is de beste bescherming tegen erosie."

In de Aula doceerde hoogleraar 't Mannetje aan ingewijden en leken de beginselen van het vak Graslandkunde. Het bleek veel meer te behelzen dan het beheer van de groene grazige weides in Europa. Engels raaigras, dat in de westerse melkveehouderij veelvuldig wordt gebruikt, kreeg nauwelijks aandacht.

't Mannetje is tijdens zijn 37-jarige carriere vooral in de ban geraakt van leguminosen (vlinderbloemigen). Hij kwam met het gewas in aanraking in Australie, waar hij, na afronding van zijn promotie aan de toenmalige Landbouwhogeschool, 24 jaar werkte aan vlinderbloemige gewassen. Deze planten leggen in symbiose met de Rhizobium-bacterie stikstof uit de lucht in de bodem vast.

Regen

Produktieve leguminoserassen zijn voor alle gebieden in de wereld ontwikkeld. Het gewas doet het bijna overal goed. De enige voorwaarde is dat er minstens zeshonderd millimeter regen per jaar valt en dat de droge periode niet langer is dan zes maanden."

Door het werk van de 't Mannetje en zijn collega's zijn in de tropen landbouwsystemen ontstaan waarin leguminosen een belangrijke rol spelen. Leguminose is typisch een tropisch graslandgewas. Alle gewassen hebben stikstof nodig om te groeien. In Nederland gebruiken we kunstmest, maar in de tropen is die niet voorhanden of te duur. Het voordeel van leguminosen is dat ze zelf kunstmest produceren en daarbij ook nog eens hoge opbrengsten realiseren."

Glunderend toonde de hoogleraar tijdens zijn rede een dia van de vlinderbloemige Arachis pintoi. De plant is in 1954 in Brazilie ontdekt en pakweg tien jaar geleden door landbouwkundigen tot graslandras ontwikkeld. Samen met een promovendus testte 't Mannetje Arachis pintoi in combinatie met andere soorten grassen drie jaar lang in Costa Rica. De plant is inmiddels onder veel boeren in omloop gekomen.

Aandacht voor leguminosen als voedergewas voor vee in de tropen is volgens de scheidend hoogleraar van groot belang. Nu reeds vindt 36 procent van de wereldvleesproduktie en 18 procent van de wereldmelkproduktie in de tropen plaats. Groei van de wereldbevolking maakt dierlijke produktie in de tropen nog belangrijker.

Toch plaatste 't Mannetje ook kanttekeningen bij het gebruik van leguminosen. Als de teelt succesvol verloopt, verzuurt de bodem. Daardoor functioneert de bacterie Rhizobium, die stikstof uit de lucht in de bodem bindt, niet langer. De zuurgraad wordt dusdanig laag dat bekalken nodig is.

Klaver

Ook in Nederland neemt de aandacht voor vlinderbloemigen toe. Vooral in de ecologische en geintegreerde landbouw zaaien boeren klaver door het grasland. Omdat klaver als vlinderbloemige stikstof bindt, kan de kunstmestgift sterk worden verlaagd of achterwege blijven. Ik vrees dat in Nederland geen plaats is voor witte klaver", meende de graslanddeskundige. Door de kou is de stikstofvoorziening in het voorjaar te gering, waardoor je bij moet gaan mesten. In het najaar levert de klaver echter te veel stikstof, waardoor de kans op uitspoeling groot is. Deze twee zaken beinvloeden de mineralenbalans negatief."

De beleidsmatige invulling van het mineralenbeleid door de overheid werd door 't Mannetje overigens bekritiseerd. In de mineralenbalans moet een agrarier nauwkeurig alle aanvoer en afvoerposten van mineralen opgeven. De stikstofbinding door leguminosen geldt echter niet als aanvoerpost. In mijn ogen is dit volstrekt belachelijk, want er zijn hoeveelheden van 400 tot 450 kilogram stikstofbinding per hectare per jaar gemeten. Dat is meer dan boeren in Nederland aan kunstmest gebruiken."

Chairman 't Mannetje werd donderdag afgeschilderd als een betrokken man die in tal van commissies en werkgroepen zitting had. Per definitie bekleedde hij dan de voorzittersrol waaraan hij zijn bijnaam te danken heeft. Toch schitterde hij vooral als afwezige op de vakgroep. Hij was veel op reis, waarbij hij afwisselend medewerkers van de vakgroep meenam. Na zo'n reis mochten deze hem aanspreken met zijn voornaam Leen. Niet wetenschappelijk personeel mocht hem echter niet tutoyeren.

Promoties

't Mannetje heeft de afgelopen dertien jaar zo'n twaalf promovendi begeleid. Voor de komende periode liggen nog ongeveer vijftien promoties op de plank. De helft ervan bestaat uit buitenlandse promovendi. Veel mensen uit de tropen willen bij mij promoveren. Verzoeken komen vooral uit Latijns Amerika. Ik denk dat de succesvolle promotie van een promovendus uit Guyana, die onderzoek deed op het steunpunt in Costa Rica, tot veel nieuwe aanvragen heeft geleid. Het merendeel heb ik moeten afwijzen. Nu neem ik geen nieuwe meer aan."

De groei van het aantal promovendi heeft niet mogen leiden tot een consolidatie van de leerstoel Graslandkunde. Drie vaste medewerkers blijven een bijdrage leveren aan de onderzoeksinstituten Produktie-ecologie en Animal Science, terwijl het vakgebied op gaat in de leerstoel van prof. dr ir P.C. Struik, vanaf nu hoogleraar Akkerbouw van de gematigde gebieden en graslandkunde. 't Mannetje kritiseerde deze beslissing van het college: Hier worden twee gebieden met grote verschillen in een leerstoel verenigd. Plantenveredeling houdt twee leerstoelen en plantenteelt anderhalf, terwijl de overlap tussen beide leerstoelen in deze gevallen veel groter is. Het college had beter per gebied een leerstoel kunnen aanwijzen. Dan waren alle velden voldoende gedekt en was een extra stoel gespaard gebleven."

Re:ageer