Wetenschap - 1 januari 1970

Hoogleraar op sabbatical geeft nog steeds colleges

Hoogleraar op sabbatical geeft nog steeds colleges


Studenten Landschapsarchitectuur waren boos en zijn bezorgd

Sinds hun hoogleraar prof. Klaas Kerkstra met sabbatical is gestuurd,
hebben studenten Landschapsarchitectuur zich georganiseerd. Kerkstra geeft
nog wel colleges, maar veel blijft onduidelijk. De studenten willen dan ook
helderheid over de koers die de leerstoelgroep in de toekomst gaat volgen,
garanties voor een adequate opvolging voor Kerkstra en een kwalitatief
goede opleiding.
De boosheid heeft bij de studenten Landschapsarchitectuur al snel
plaatsgemaakt voor bezorgdheid. Toen hoogleraar Landschapsarchitectuur prof
Klaas Kerkstra met sabbatical ging, voelden de studenten zich overvallen.
Op 6 maart organiseerden Gertjan Jobse, Peter Veenstra en Bart Wubben van
het studentenblad Topos en Arjen de Wit en Egbert-Jaap Mooiweer van
studievereniging Genius Loci een discussiebijeenkomst naar aanleiding van
Kerkstra's plotselinge vertrek. De 75 aanwezige studenten spraken daar hun
bezorgdheid uit over de toekomst van de opleiding, een bezorgdheid die
volgens hen niet werd gezien door rector Bert Speelman. Het gesprek dat de
studenten hadden op 13 maart met Speelman en prof Herman Eijsackers,
directeur Wetenschap van de kenniseenheid Groene ruimte, heeft dat gevoel
maar deels weggenomen. Tweederde van de aanwezigen op 6 maart zegt ook
betrokken te willen blijven bij de toekomst van de opleiding.
Jobse, Veenstra, Wubben en De Wit hebben wel vertrouwen in die toekomst,
vertellen ze in de kamer van Topos, maar de problemen zijn nog groot. Zo
signaleren ze enorme onderwijsdruk op de medewerkers van de leerstoelgroep.
De grote vraag naar studentassistenten toont volgens hen aan dat hiervoor
nog geen structurele oplossing is gevonden. Ondanks zijn sabbatical geeft
Kerkstra nog steeds colleges, want er is nu eenmaal geen alternatief.
,,Voor de toekomst ligt de kracht in de Wageningse methode'', stelt Wubben.
De studenten vinden dat de typische Wageningse koppeling van de
ontwerpopleiding landschapsarchitectuur met disciplines op het gebied van
bodem, water en ecologie een goede basis blijft, samen met de sterke
wisselwerking met de opleiding Ruimtelijke planvorming. Tijdens de
studentenbijeenkomst werd wel opgemerkt dat die Wageningse methode niet
echt fashionable is. Studenten missen ook contact met het werkveld.
Voor de zomer moet duidelijkheid komen over een nieuwe hoogleraar, zo is de
studenten door Speelman beloofd. De studenten verwachten een internationaal
iemand. ,,De spoeling in Nederland is erg dun'', aldus Jobse. ,,We hebben
ze geteld. De gepromoveerde landschapsarchitecten zijn op twee handen te
tellen.'' En een promotie is een vereiste. De nieuwe hoogleraar, en later
nog een nieuwe bijzondere hoogleraar, moet volgens studenten meer naar
buiten treden. Met ontwerpateliers, discussiebijeenkomsten over vakmatige
onderwerpen en uitwisseling met de beroepspraktijk moet de Wageningse
landschapsarchitectuur zo weer een smoel krijgen.
Veel blijft echter nog onzeker. In september begint wel de nieuwe
gezamenlijke specialisatie Landschapsarchitectuur met Hogeschool
Larenstein, maar hoe het verder moet met die samenwerking, de
internationale mastersopleiding en de academische insteek van het
Wageningse universitaire onderwijs blijft vooralsnog gissen. ,,Er ligt een
voorstel voor deze samenwerking en we wachten de uitnodiging om studenten
mee te laten denken af. We zullen Speelman afrekenen op de resultaten'',
grapt Jobse. Maar ook de Nederlandse Vereniging van Tuin- en
Landschapsarchitecten mag van de studenten wel meer doen. ,,Misschien
kunnen ze nadenken over financiering van een bijzondere leerstoel, want ook
de vakwereld is gebaat bij een goede opleiding '', stelt Jobse. |
M.W.

Re:ageer