Organisatie - 1 februari 2007

Hoog op de citatieladder, maar hoe lang nog?

De raad van bestuur wil dat Wageningen bij de wereldwijde top blijft behoren op drie wetenschapsterreinen. Dat zal niet meevallen, blijkt uit gegevens van citatieteller ISI. Wageningen publiceert steeds minder artikelen over plant- en dierwetenschappen en landbouw, terwijl de internationale concurrentie er juist steeds meer schrijft.

Veel geciteerde Wageningers.
Citatieanalyse is één van de belangrijkste methoden om de status van onderzoekers vast te stellen. Dé analisten op dit gebied zitten in Amerika, bij Thomson ISI. Hun databanken zijn de bron voor beoordelingscommissies en opstellers van wetenschappelijke hitlijsten. De cijfers van ISI zijn ook te raadplegen via de bibliotheek van Wageningen UR. ISI houdt van alle belangrijke wetenschappelijke tijdschriften bij wie er in schrijft en – vooral - wie er geciteerd wordt. Want wie vaak wordt nagepraat heeft iets belangwekkends te melden, is de gedachte.
Drie jaar geleden waren Wageningse bestuurders en onderzoekers blij verrast toen ze hoorden hoe groot de eigen impact was in de wetenschappelijke wereld. Nadat de bibliotheek bij de citatietellers van ISI duidelijk had gemaakt welke instituten er bij Wageningen UR horen, bleek dat Wageningen op drie wetenschapsterreinen tot de top van de wereld behoorde. Voor de fusie was de universiteit een subtopper, maar met de publicaties van de instituten erbij stond Wageningen bij twee vakgebieden - Omgeving en ecologie en Landbouw - op de derde plaats, en bij Plant- en dierwetenschappen op plaats vijf.
Trots maakt Wageningen in de media, toespraken en brochures melding van deze topnoteringen. En dat is begrijpelijk. ISI onderscheidt 22 vakgebieden, en geen enkele andere Nederlandse universiteit schopte het in één van die gebieden tot de top tien. Logisch dus dat het behoud van de hoge positie als doelstelling in het nieuwe strategisch plan van de raad van bestuur staat.

Top zes
Vreemd genoeg rept het plan echter niet van plaats in de top vijf, maar van een plaats in de top zés. Een duik in de cijfers van ISI laat zien waarom. Wageningen UR heeft de afgelopen drie jaar terrein verloren. Bij Landbouw zakte WUR van drie naar vier. Het Spaanse CSIC wordt nu vaker geciteerd. Bij Omgeving en ecologie duikelde Wageningen van drie naar zes. En bij Plant- en dierwetenschappen staat Wageningen nog wel op plaats vijf, maar het is waarschijnlijk dat ook dit de komende jaren gaat veranderen.
Stilstand is achteruitgang in de wetenschappelijke top. De ranglijsten van ISI zijn gebaseerd op de wetenschappelijke prestaties van de afgelopen tien jaar. Alle citaties in publicaties vanaf 1996 tellen mee. In de databank kun je ook vinden hoe de wetenschappelijke productie van instituten zich in die tien jaar ontwikkelt.
Wat blijkt: op de gebieden Plant- en dierwetenschappen en Landbouw loopt het aantal artikelen dat Wageningse wetenschappers produceren terug. De bezuinigingen bij de instituten lijken hun tol te eisen. Bij Plant- en dierwetenschappen liep het aantal artikelen met zestien procent terug, bij Landbouwwetenschappen met zeven.
Bij Omgeving en ecologie is iets anders aan de hand. De Wageningse omgevingswetenschappers publiceren de laatste jaren juist steeds meer. Het aantal wetenschappelijke publicaties per jaar groeide met ongeveer een kwart. Toch duikelde Wageningen drie plaatsen op de ranglijst van ISI. Een drietal Amerikaanse instituten - Berkeley, Davis en de US Geological Survey - wist de wetenschappelijke productie namelijk nog verder op te voeren.
De cijfers laten zien dat het niet makkelijk zal zijn om de doelstelling van de raad van bestuur op alle terreinen te halen. De omgevingswetenschappers hebben nog de meeste kans van slagen. Hun Amerikaanse concurrenten scoren slechts een beetje beter, en lager op de ranglijst zijn nog geen grote rivalen te zien. Maar bij Landbouw en Plant- en dierwetenschappen is het waarschijnlijk dat Wageningen de komende jaren verder gaat zakken. Landbouwpublicaties van de Amerikaanse universiteiten van Davis en Cornell worden nu bijvoorbeeld nog minder vaak geciteerd. Maar zij publiceren steeds meer, Wageningen juist minder. Iets dergelijks geldt ook voor Plant- en dierwetenschappen. Daar zal het Duitse Max- Planck instituut Wageningen waarschijnlijk van de vijfde plek verstoten.
De cijfers bieden ook zicht op de ontwikkelingen binnen Wageningen. Zo kun je concluderen dat Wageningen groener en socialer is geworden. De sociale wetenschappers, economen en ecologen publiceren vaker en worden ook vaker geciteerd. Het aantal economische en sociaal wetenschappelijke publicaties blijft verhoudingsgewijs klein, maar is de afgelopen jaren wel verdubbeld. Op de gebieden Chemie, Moleculaire biologie, Biochemie en Microbiologie liep de productie juist terug.

Weinig investeringen
Toxicologe prof. Ivonne Rietjens: ‘Ik ken de cijfers niet, en had van mezelf het idee dat het niet zo gek liep, maar ik kan wel een verklaring geven. Wageningen heeft de afgelopen jaren veel te weinig geïnvesteerd in de infrastructuur. Als je in de bètawetenschappen tot de top wil behoren, moet je ook topapparatuur hebben. Vroeger werd daarin geïnvesteerd, maar de laatste jaren niet meer. We investeren toch ook in kassen en ruimte voor dieren, waarom dan niet in goede apparatuur? Een koelkast is nog wel weg te schrijven op één of ander project, maar voor dure apparatuur zijn investeringen nodig die wij als leerstoelgroepen niet kunnen opbrengen.’
Econoom prof. Alfons Oude Lansink kijkt niet op van de opbloei van de sociale wetenschappen. ‘Wij profiteren van een toenemende aandacht voor onze vakgebieden bij geldschieters. Er zijn nu vakgroepen met tien, twintig aio’s. Dat was bij de bèta’s al heel gewoon, maar voor ons niet. Ook tijdschriften hebben steeds meer belangstelling voor interdisciplinair onderzoek. Bovendien denk ik dat de publicatiecultuur verandert. Mijn eigen groep richt zich bijvoorbeeld op promoties op basis van gepubliceerde artikelen, niet op monografieën. Onze publicatiecultuur lijkt steeds meer op die van andere disciplines.’

Re:ageer