Wetenschap - 1 januari 1970

Hoofd Studium Generale Rob van Haarlem

Hoofd Studium Generale Rob van Haarlem


'Ik zou graag kennis willen maken met elke student'

Sinds 1 oktober heeft Studium Generale een nieuw hoofd: dr Rob van Haarlem.
Als het aan hem ligt, krijgt SG ook een nieuw gezicht, want Van Haarlem zit
boordevol plannen en ideeën. ,,Je komt altijd wel een interessant iemand
tegen.''
De van oorsprong Utrechtse bioloog kwam in 1985 naar Wageningen, op Zodiac,
waar hij al vrij snel samen met biochemicus Huub Haaker aan het
onderwijsvernieuwen sloeg. ,,We maakten een 'vragenbank' voor studenten,
waarmee ze konden oefenen voor tentamens'', vertelt Van Haarlem. In 1986
werkte hij op Boet Slagers' Internationaal Onderwijs Bureau aan het
uitbreiden van MSc-cursussen, hij verzorgde tijdens zijn promotieonderzoek
ondertussen vijftien jaar lang een avondopleiding voor zoölogische
analisten en begeleidde doctoraalstudenten.
,,Kortom, ik heb dus wel veel onderwijs gegeven'', stelt het SG-hoofd. Zijn
laatste activiteiten speelden zich af op het Congresbureau en het Post
Hogere Landbouwonderwijs (PHLO). ,,Dat was meer organisatorisch dan
inhoudelijk. Bij SG is het werk vooral inhoudelijk, in combinatie met
organisatie. Dat is wat ik er aantrekkelijk aan vind.''
,,Je kunt op verschillende manieren tegen SG aankijken'', stelt Van
Haarlem. ,,De instelling is in principe bedoeld om mensen te helpen zich te
ontwikkelen. Al vanaf 1967 zit ik op de universiteit, als student, later
als medewerker. Ik heb veel met docentengroepen gewerkt. Af en toe deden
bijvoorbeeld de Wereldbank of het Hoger Agrarisch Onderwijs en de FAO een
beroep op me, als een soort coach. Ik hou ervan iets moois te maken samen
met de docenten. Een interessante discussie met goeie sprekers van buiten,
zodat er veel mensen komen meepraten, dat soort dingen. In februari komt
bijvoorbeeld Brinkhorst.''
,,SG is aanvullend op het vakinhoudelijk onderwijs'', vindt Van Haarlem.
,,Het probeert studenten en medewerkers een 'doorzicht' te geven op
wetenschap en samenleving. Ik gebruik het woord 'doorzicht', omdat het
refereert aan een collegeserie in Nijmegen van dr Dick de Zeeuw, 'Doorzicht
in Onderzoeksystemen'. Dat woord vind ik fantastisch. Wij hier in
Wageningen willen geen vakidioten opleiden, maar mensen die zich
interesseren en willen inzetten voor de samenleving. We hebben hier
studenten van allerlei soort. Ik zou graag willen dat elke student
tenminste één keer tijdens zijn studie iets met SG gedaan heeft. Dat vind
ik een uitdaging, dat elke eerstejaars één keer een lezing, een discussie,
een voorstelling in 't Hemeltje, of een concert zou hebben bezocht. Ik zou
graag kennis willen maken met elke student. Ik wil langs elke studie- en
gezelligheidsvereniging gaan om met de studenten te praten. Ik noem dat
'Management by bike'. Ja, dat wordt dan weer even oefenen met kroeglopen.''

Een universiteit is een soort jungle, meent Van Haarlem. ,,Ik heb een idee
liggen: een 'Vragenoerwoud'. Je gaat toch studeren om vragen te stellen en
daar antwoord op te krijgen? Over je verhouding tot de samenleving? En tot
jezelf? Natuurlijk! Ik zou willen uitgaan van de vragen van de student of
medewerker en niet van de actualiteit van het ogenblik in de media of in de
wetenschappelijke discussie. De vragen van de student als startpunt nemen.
Vragen die heel dicht bij ze staan. Dan kom je met ze in gesprek. Misschien
zou het goed zijn als er meer wetenschappers gesprekken zouden willen
leiden over wetenschap en samenleving.''
Kom je die dan tegen?
,,Nee, die ga ik zoeken! Je komt altijd wel een interessant iemand tegen.
Als ik ergens langs fiets, bijvoorbeeld de Leeuwenborch, ga ik even naar
binnen. Het levert altijd wat op. Werk is niet altijd achter de computer.
Werk is ook mensen bij elkaar brengen en samen iets doen. Ik vind SG een
prachtige, academische instelling. Ook vind ik het fijn dat Wageningen
zoveel biologen heeft, ik ben tenslotte zelf bioloog. Als ik gepensioneerd
ben, ga ik wel weer onderzoek doen.''
SG kan mensen voorbereiden op het maatschappelijk debat, aldus Van Haarlem.
''Elke maand een scherp debat, met goeie leiders, daar kunnen de studenten
'droog' op oefenen. Dan gaat het niet om het onderwerp, maar om het proces,
de vaardigheid. Ik heb drie moeilijke vragen. Hoe kijken we naar de natuur,
naar de intrinsieke waarde of als hulpbron? Waar in de wereld is het de
beste plek om landbouw te bedrijven? En de voedselketen: wie staan we toe
om over die twee eerste vragen beslissingen te nemen? Daar krijgt iedere
Wageninger mee te maken. Ik noem dat: het Wagenings Dilemma.''

Lydia Wubbenhorst

Re:ageer