Organisatie - 13 maart 2014

Honger naar meer

tekst:
Albert Sikkema

Enkele honderden Wageningse studenten woonden de Voedsel Anders conferentie bij over alternatieve benaderingen voor de gangbare voedselproductie. Volgens sommigen een signaal dat studenten behoefte hebben aan een nieuw type voedselopleiding. Voldoet het Wageningse onderwijsportfolio nog wel?

‘Ik wil weten hoe we de wereld kunnen voeden in 2050’, zegt Wytze Marinus, student Plantwetenschappen. ‘Het maakt me geen fluit uit hoe, als het maar duurzaam is, zodat we de wereld vijftig jaar later ook kunnen voeden.’ Daarom toog Wytze naar de Voedsel Anders conferentie op 21 en 22 februari in Wageningen. Na afloop zegt hij dat de conferentie zijn blik heeft verruimd. ‘Bij Plantaardige productiesystemen, waar ik mijn thesis doe, blijft de visie op voedselproductie enigszins beperkt. Op deze conferentie kwam ik andere perspectieven tegen, zoals de agro-ecologie. Dat vind ik een nog wat zweverige benadering, maar het is goed dat de wetenschap meerdere gezichtspunten aandraagt.’ De conferentie voorzag kennelijk in een behoefte.

Zo’n 250 Wageningse studenten woonden de workshops bij, plus nog eens tientallen studenten van andere universiteiten. Dat is niet zo vreemd, vindt sociologiehoogleraar Han Wiskerke, spreker op het congres. Voedselproductie en voedselbeleid zijn hot en het aantal sociale bewegingen dat zich met voedselvraagstukken bezig houdt, groeit volgens hem snel. ‘Met name in de steden is een groeiende groep mensen op zoek naar alternatieve voedselsystemen.’ Wiskerke ziet universiteiten in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten die hun opleidingsaanbod uitbreiden met masteropleidingen als Food, Space and Society, Agroecology and Food Security en Food Policy. Daarbij worden verbindingen gelegd tussen diverse wetenschappelijke disciplines, waardoor een breder en samenhangend perspectief op voedsel ontstaat, zegt Wiskerke. Daarbij zou er volgens hem voor de Wageningse universiteit wel eens een gat in de markt kunnen zijn.

Want ook in Nederland ontbreekt het aan voedselgerelateerde opleidingen in een duidelijke bestuurlijk maatschappelijke context. Wageningen maakt nu al wel onderscheid tussen voedsel en voeding. Er zijn opleidingen op het gebied van de voedselproductie (Plant Sciences en Animal Sciences), de verwerking van dat voedsel (Food Technology, Biotechnologie), de kwaliteit van het voedsel (Food Quality Management, Food Safety) en de handel (Management en Economics). Wat betreft de voeding zijn er opleidingen op het gebied van nutrition and health, marketing and consumer behaviour en sensory sciences. Er zijn dus veel voedselvakken, met verschillende benaderingen over voedsel, maar de voedselkennis is verdeeld in specialisaties. Er bestaat geen opleiding waarin de technische en maatschappelijke aspecten samenkomen.

Holistische kijk
Een van degenen die daarmee worstelen is masterstudente Lara Sibbing. Zij kan het weten, want Sibbing heeft naast haar opleiding Biologische landbouw zelf een vrije specialisatie Voedselbeleid samengesteld. Daartoe heeft ze de hele universiteit afgezocht naar vakken die verband houden met duurzame voedselproductie. ‘Na mijn bachelor Dierwetenschappen wilde ik een holistische kijk op voedsel en ben ik vakken gaan volgen op het gebied van humane voeding, plantaardige productie, recht en milieubeleid, om er enkele te noemen. Het wereldvoedselvraag stuk is complex, maar het betekent bij alle leerstoelgroepen wat anders. Bij humane voeding gaat het om de gezondheid, de levensmiddelentechnoloog kijkt: wat zit er in? De veredelaar kijkt naar de opbrengst per hectare, de socioloog naar de boeren. Het zijn allemaal eilandjes. Ik wilde verbanden aanbrengen.’ Er zijn meer vakken over voedsel in Wageningen dan menigeen denkt, zegt Sibbing, tot aan vakken over landbouwbeleid en het recht op voedsel. ‘Het enige wat ik mis zijn vakken over voedselbeleid en voedselpolitiek. Want de voedselproblematiek is ook heel politiek, als we het hebben over honger, voedselverspilling en de toegankelijkheid en beschikbaarheid van voedsel.

Wageningen is sterk gericht op landbouw en voedselproductie en doet vaak net alsof het politieke aspect van voedsel niet bestaat

Wageningen is sterk gericht op landbouw en voedselproductie en doet vaak net alsof het politieke aspect van voedsel niet bestaat.’ Sibbing merkt dat politieke aspect wekelijks aan den lijve, want ze is ook nog parttime adviseur voedselstrategie bij de gemeente Ede. ‘Een uitvloeisel van mijn stage’, legt ze uit. ‘Ede had behoefte aan een gemeentelijke visie op voedsel.’ Haar visiedocument is nog niet aangenomen. ‘Het moet een combinatie zijn van de wensen van groepen burgers en bedrijven, plus de ambities van Food Valley. Dat is best lastig.’ Haar baantje in Ede maakt duidelijk dat er mogelijk een arbeidsmarkt ontstaat voor studenten Voedselbeleid. Steeds meer gemeenten hebben behoefte aan voedselbeleid. Zo heeft Rotterdam sinds vorige zomer een voedselraad en publiceerde Amsterdam onlangs haar voedselvisie.

Goed geklede jongeren
Is dat een signaal dat het in Wageningen ontbreekt aan vakken, of zelfs een opleiding, op het gebied van voedselbeleid en –politiek? Tiny van Boekel, directeur van het onderwijsinstituut (OWI) van de universiteit, vindt dat vooralsnog te ver gaan. ‘Het voedselbeleid komt nu in meerdere opleidingen aan de orde en studenten hebben ruimte in de vrije keuze om zich meer op voedselbeleid te richten. Bovendien is er ook buiten het curriculum, bij Studium Generale en KLV, aandacht voor alternatieve benaderingen. Maar ik ga graag in debat met studenten hierover.’ Sibbing ziet wel ruimte voor zo’n opleiding. Dat is volgens haar ook te zien bij de opleiding Biologische landbouw. Daar is naast de vaste schare van ‘Droevendalers en hippies’ tegenwoordig ook een ander type student op zoek is naar alternatieven: goed geklede jongeren uit de Randstad die vinden dat het huidige systeem achterhaald is en gebreken vertoont. Die groep wil zich niet richten op de teelt en marketing van bio, maar die wil het voedselsysteem vernieuwen. 

Foto: Joyce Fabriek



Re:ageer