Wetenschap - 1 januari 1970

Hondenfokker moet leren van veefokker

De fokkers van rashonden zouden hun oor te luisteren moeten leggen bij veefokkers. De kennis die veefokkers hebben over de gevolgen van selectie op genetische diversiteit is bijvoorbeeld uitstekend geschikt om inteelt bij Duitse herdershonden te voorkomen, menen Wageningse fokkerijdeskundigen.

Honden vertonen een variatie in lichaamsbouw en gedrag die bij geen enkele andere diersoort voorkomt. Met ruim vierhonderd erkende rassen is de hond een ideale diersoort om de mogelijkheden van genetische selectie te bestuderen. Toch werken relatief heel weinig fokkerijdeskundigen en genetici met honden. Runderen, varkens en kippen krijgen veel meer aandacht. Dit schrijven prof. Johan van Arendonk en Anna-Elisa Liinamo van de leerstoelgroep Fokkerij en genetica in een wetenschappelijk commentaar in de laatste editie van The Veterinary Journal.
Het genetisch onderzoek bij de hond is volgens de onderzoekers relatief vaak gericht op het ontrafelen van de genetische achtergronden van afwijkingen of gewenste kenmerken. Er is weinig aandacht voor hoe die genetische informatie gebruikt kan worden in fokkerijprogramma’s. Zij raden daarom aan vooral leentjebuur te spelen bij veefokkers die de afgelopen jaren juist veel aandacht hebben besteed aan de gevolgen van inteelt en de langetermijneffecten van selectie op de genetische diversiteit.
Van Arendonk en Liinamo wijzen er op dat bij een aantal grote hondenrassen, zoals de Duitse herder, labrador en golden retriever, de genetische basis al enorm smal is. Een goed fokkerijprogramma is daarom voor deze honden van groot belang om verdere inteelt en verlies van genetische variatie tegen te gaan.
Opmerkelijk is verder dat er bij de hond de genetische achtergronden van meer dan 450 afwijkingen of kenmerken beschreven zijn. De achterliggende genetische mechanismen worden volgens de Wageningse onderzoekers echter veelal te simpel voorgesteld. Afwijkingen worden vaak toegeschreven aan een aan- of afwezigheid van één gen, terwijl ze in werkelijkheid door meerdere genen worden aangestuurd of er sprake is van kwantitatieve overerving. Genomics en het gebruik van meer complexe overervingsmodellen kunnen helpen de hondenfokkerij op een hoger plan te brengen.
De Wageningse veefokkers zijn ronduit verbaasd dat er nauwelijks genetische kennis voorhanden is over het uiterlijk van honden, terwijl dat juist zo’n bepalende factor is bij het fokken van rashonden. Er zijn volgens hen aanwijzingen dat de aandacht voor de ideale standaard bij het fokken van rashonden soms nadelig is voor de gezondheid van de dieren. Zo bestaat er bij dalmatiërs een koppeling tussen doofheid en een gevlekte vacht. / GvM

Re:ageer