Wetenschap - 1 januari 1970

Hogere melkproductie niet voor ieder veehouder weggelegd

Hogere melkproductie niet voor ieder veehouder weggelegd

Hogere melkproductie niet voor ieder veehouder weggelegd

Het verhogen van de melkproductie per koe gaat niet automatisch samen met een beter economisch resultaat. Heeft de veehouder geen interesse voor diermanagement en diergezondheid, dan ontstaan er bijvoorbeeld problemen met de vruchtbaarheid. Dat concludeert dr Carin Rougoor in haar proefschrift, waarop ze op 20 januari is gepromoveerd bij dr ir Aalt Dijkhuizen, bijzonder hoogleraar Economie van dierziekten en dierziektenbestrijding. Rougoor deed onderzoek bij het Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden

Rougoor heeft een jaar lang 38 bedrijven intensief gevolgd. Zij bekeek de verschillen in de dagelijkse gang van zaken op het bedrijf. Hieruit kwam een duidelijk verschil naar voren tussen hoogproductieve en laagproductieve bedrijven. Veehouders met een hoge melkproductie per koe en een goed saldo, tonen grote interesse voor de gezondheid van hun dieren. Ze waarschuwen eerder de dierenarts en gaan langer door met de behandeling. Daarnaast zijn ze beter op de hoogte van de kengetallen op hun eigen bedrijf en volgen ze vaker een begeleidingsprogramma. Verder bleken ze beter in staat om het juiste tijdstip van inseminatie te bepalen, al resulteerde dit niet in technisch betere resultaten

Tegenover deze pluspunten op het gebied van diergezondheid staat bij de hoogproductieve bedrijven het relatief slechtere graslandmanagement. Deze bedrijven halen minder gras van hun percelen doordat ze te vroeg maaien. Gevolg hiervan is dat de voerkosten stijgen. Laagproductieve bedrijven met een goed saldo hebben juist dit graslandmanagement beter onder de knie. L.N

Re:ageer