Organisatie - 1 januari 1970

Hoger onderwijs scoort gemiddeld

Met een aandeel van 24 procent hoogopgeleiden is Nederland internationaal een middenmoter. Ook wat betreft uitgaven aan hoger onderwijs scoort Nederland gemiddeld.

Dat blijkt uit het vandaag verschenen Education at a Glance 2005, het jaarlijkse rapport waarin de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling kernfeiten publiceert over het onderwijs in de dertig rijkste industrielanden.
In de leeftijdsgroep tussen 25 en 34 jaar heeft 28 procent van de Nederlanders een hoger onderwijsdiploma op zak (meting 2002), een procentpunt onder het OESO-gemiddelde. Uitschieters naar boven in deze categorie zijn Canada (53 procent) en Japan (52 procent). Maar ook jonge Scandinaviƫrs, Belgen, Fransen en Ieren doen het beter.
Het opleidingsniveau van jonge Nederlanders is zo interessant omdat het kabinet er naar streeft dat in 2010 vijftig procent van hen een opleiding aan universiteit of hogeschool volgt. In 2003 bedroeg dit deelnamepercentage 42 procent. De OESO-cijfers gaan echter niet over de deelname aan het hoger onderwijs, maar over het aandeel daadwerkelijk gediplomeerden.
Overigens kent het OESO-rapport allerlei haken en ogen. Zo zijn er veel landen waar studenten tweejarige hbo-opleidingen kunnen volgen en die tellen ook mee in de statistieken. Ook is niet ieder hoger-onderwijsdiploma even veel waard. Het Nederlandse hoger onderwijs staat kwalitatief hoog aangeschreven.
Nederland besteedt net iets meer aan zijn hoger onderwijs dan het gemiddelde OESO-land: jaarlijks bijna achtduizend dollar per student. Volgens de huidige wisselkoers is dat ongeveer 6.500 euro. Het gemiddelde OESO-land blijft steken op 7.299 dollar per student.
De Europese kampioen Denemarken komt uit op 11.604 dollar. Groot-Brittanniƫ verspijkert jaarlijks bijna negenduizend dollar per student. Maar Amerika blijft de echte big spender. De VS laten alle andere OESO-landen ver achter zich met een jaarlijks bedrag van 18.574 dollar per student. / HOP

Re:ageer