Wetenschap - 1 februari 2001

Hoefdieren onderdrukken bosverjonging op Veluwe

Hoefdieren onderdrukken bosverjonging op Veluwe

Ree?n en zwijnen die aan boompjes knabbelen, bemoeilijken de verjonging van bos op de Veluwe en hierdoor de totstandkoming van een rijk gevarieerd bos. Alleen de beuken doen het goed in het hoefdierenbos. Dit blijkt uit onderzoek van dr. Loek Kuiters en ing. Pieter Slim van Alterra.

"In een dicht bos verloopt de verjonging moeilijk doordat ree?n, herten en wilde zwijnen de jonge bomen heel kort houden", zegt Kuiters. Samen met Slim onderzocht hij het bos in het staatsdomein bij het Loo dat ongeveer 1250 hectare groot is. Op de Veluwe komen tien tot achttien hoefdieren per honderd hectare voor. Zij voeden zich met gras, heide en ook boomknoppen, twijgen en bladeren.

De onderzoekers ontdekten dat er op den duur een soort hegemonie kan ontstaan van de vraatresistente beuk. Als de graasdruk van de hoefdieren gelijk blijft, zullen de eentonige dennenbossen van nu op termijn veranderen in even homogene opstanden van beuk. Normaal gesproken gaat dennenbos na zestig tot zeventig jaar geleidelijk over in een gemengd bos met berk en zomereik. Kuiters: "De beuken zie je nu al manshoog tussen de dennen staan. Je ziet echter eiken die al tientallen jaren oud zijn, maar door de graasdruk van hoefdieren op kniehoogte worden gehouden."

Om meer kansen te geven voor de vraatgevoelige soorten als de wilde lijsterbes, ruwe berk, zachte berk, zomereik en wintereik, pleiten de onderzoekers voor het weghalen van rasters op een aantal plekken rond het Staatsdomein. De hoefdieren hebben dan een veel groter bosgebied tot hun beschikking - enkele duizenden hectare - en de graasdruk per hectare bos neemt dan af. Op die manier kan een gemengd bos tot ontwikkeling komen en ontstaat er een afwisseling van gesloten bosgroepen en halfopen en open begroeiing. | H.B.

Re:ageer