Organisatie - 1 februari 2007

Hoe verder met de Europese landbouw?

Eurocommissaris voor landbouw Mariann Fischer Boel komt op donderdag 1 februari samen met landbouwminister Veerman naar Wageningen voor de conferentie Mind the CAP. Die gaat over de vraag hoe het na 2013 verder moet met het landbouwbeleid in Europa. Stichting RUW betrok studenten bij de conferentie. Wat willen zij de commissaris en de minister meegeven?

89_opinie_0.jpg
Els Hegger, coördinator van de kritische Wageningse studentenorganisatie RUW
‘De EU moet zich toeleggen op kwaliteit van voedsel en landschap. Boeren moeten nu al wel voldoen aan kwaliteitseisen voordat ze inkomenssteun krijgen. Dat heet cross-compliance. Maar die eisen zouden strenger moeten worden. Dan moeten echter ook de producten die ingevoerd worden van buiten de EU voldoen aan die eisen. Ik vind dat de EU import moet durven weigeren die geproduceerd is op een onethische manier.
Naast inkomenssteun is er in het landbouwbeleid ook nog geld voor plattelandsontwikkeling. Tot voor kort dacht ik dat daar meer geld voor zou komen, en minder voor inkomenssteun. Maar vorige week zijn we met veertig studenten op bezoek geweest bij twee Europarlementariërs in Brussel, en zij vertelden iets anders. Het blijkt dat er wel minder geld komt voor inkomenssteun, maar niet meer voor plattelandsontwikkeling. Tegelijkertijd blijkt dat de Verenigde Staten hun landbouwsubsidies opschroeven in plaats van afbouwen. Twee ontwikkelingen die ik erg vreemd vind.
Ik geloof niet dat het afbouwen van subsidies ten goede komt van ontwikkelingslanden. Misschien profiteren Brazilië, China, India en andere opkomende markten. Maar niet de armste landen in Afrika. Sommige van hen krijgen nu een voorkeursbehandeling, die bij minder inkomenssteun in Europa ook vervalt.’

Ir. Dorieke Goodijk, op vrijdag 26 januari afgestudeerd in de Dierwetenschappen aan Wageningen Universiteit[img]
‘Er zijn veel verschillen tussen de landen in Europa. Ik denk dat het Europees landbouwbeleid daar meer rekening mee moet houden. Het is goed dat er een overkoepelende instelling is als de EU die afspraken maakt die voor alle Europese landen gelden, zoals de nitraatrichtlijn. Maar de ontwikkeling van het landschap en het gewenste natuurbeheer kan elk land beter zelf nationaal of regionaal regelen, juist omdat de verschillen tussen landen en gebieden zo groot zijn.
Het blijkt bijvoorbeeld dat boeren die iets aan agrarisch natuurbeheer willen doen een heel pakket maatregelen tegelijkertijd moeten invoeren. Het zou handiger zijn als stapsgewijs meer natuurlijke componenten kunnen worden toegevoegd die passen binnen de bedrijfsvoering. Als het landbouwbeleid op Europees niveau vastgesteld wordt voor alle deelnemende landen, kan dat leiden tot verminderde toepasbaarheid van deze regels in de praktijk.
Ik vind het zeer belangrijk dat er boeren blijven in Nederland. Om het landschap te beheren en om voedsel te produceren. Want import van bijvoorbeeld veevoer uit ontwikkelingslanden is geen goede zaak. Die boeren kunnen beter voedsel verbouwen voor hun landgenoten en hun eigen vee, dan voor Europese dieren. Europa heeft genoeg vruchtbare grond om zelf voedsel te verbouwen.’

Marije Klaver, tweedejaars Biologische productiewetenschappen aan Wageningen Universiteit[img]
‘Ik heb een rapport gelezen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, maar dat was nogal vaag. Er werd positief gesproken over duurzame ontwikkeling, en belangen in de keten. Maar dan weet je nog niet precies hoe de geldstromen lopen.
Bovendien hangt het landbouwbeleid natuurlijk aan elkaar van allerlei belangen in de sector. Ik zou het liefst zien dat alle boeren biologisch gaan werken, en dat omschakeling naar biologisch fors gesubsidieerd wordt, maar zo werkt het niet. Er zijn exportbelangen, en er werken veel mensen in de sector. Met die mensen moet je het doen. Ik wil ook helemaal niet de gangbare sector in een kwaad daglicht zetten. Met een tweedeling tussen gangbaar en biologisch komen we niet verder. Maar we moeten wel duurzamer gaan produceren.’

Gijs Spruijt, student Plattelandsvernieuwing aan hogeschool Van Hall Larenstein[img]
‘Ik vind het beleid best krom. Boeren moeten voldoen aan steeds meer eisen, bijvoorbeeld over hoeveel mest ze mogen uitrijden. En ze krijgen steeds minder geld, omdat het budget gedeeld moet worden met nieuwe lidstaten van de EU. Boeren moeten er tegenwoordig ook per se iets naast doen om te overleven. Boerengolf, een camping, of zelfs heel ander werk. Echte pure landbouw bestaat daardoor niet meer. Ik denk ook dat boeren geen macht hebben. Want als zij niet leveren, levert een ander wel. Dit zijn zaken die anders zouden moeten.’

Simone Plantinga, derdejaars Internationale ontwikkelingsstudies aan Wageningen Universiteit[img]
‘Ik denk dat de huidige koers - liberalisering van het landbouwbeleid - wel de juiste weg is. Het suikerbeleid slaat op bijvoorbeeld de plank volledig mis. Suiker moet geproduceerd worden door degene die dat het goedkoopste kan doen, en dat gebeurt nu niet. Ontwikkelingslanden moeten meer kansen krijgen. Nu worden onze suikerbietenboeren beschermd. Daar wordt krampachtig aan vastgehouden. Wij als consument betalen tien keer meer voor suiker dan wat het eigenlijk kost. Ik vind niet dat boeren uit Nederland moeten verdwijnen. Maar ik vind wel dat er vanuit de boeren meer initiatief zou kunnen komen om een beter inkomen te verdienen door bijvoorbeeld toerisme of het verkopen van streekproducten.
Er staat een grote muur rondom Europa die producten van buiten tegenhoudt, en dat is ronduit oneerlijk voor anderen. Het ontstaan van dit beleid is best te begrijpen, maar het is niet meer van deze tijd. We hoeven niet meer al ons voedsel zelf te verbouwen en al onze boeren te beschermen.’

Re:ageer