Organisatie - 9 oktober 2008

Hoe stuur je studenten de grens over?

Bij internationalisering van het hoger onderwijs ligt de nadruk te veel op het werven van buitenlandse studenten en te weinig op Nederlandse studenten die naar het buitenland gaan. Dat zei Karl Diettrich, voorzitter van accreditatieorganisatie NVAO, bij de dies van de Open Universiteit. Hij pleit voor verplichte buitenlandse stages. Bij Wageningen UR zijn studenten al heel mobiel. Hoe komt dat? Hebben de experts nog goede tips voor de buren?

opinie_0_614.jpg
opinie_0_614.jpg

Foto: Guy Ackermans

Prof. Pim Brascamp, directeur van het onderwijsinstituut van Wageningen Universiteit:
‘Wij hebben een lange traditie van internationale uitwisseling, onder andere door de tropische opleidingen die al heel lang bestaan. Studenten hebben altijd al veel stages in het buitenland gelopen en doen dat nu nog. Tegenwoordig niet alleen bij studies die gericht zijn op internationale samenwerking, zoals Internationale ontwikkelingsstudies of Internationaal land- en waterbeheer, maar bij alle opleidingen. We houden hier nog geen statistieken van bij, maar ik schat dat zeker 85 procent van alle Nederlandse studenten tijdens hun studie naar het buitenland gaan.
Internationalisering is nodig, dat ben ik met Dittrich eens. Nederland is een land dat van oudsher internationaal georiënteerd is, maar zeker ook in de toekomst zal zijn. De studenten van nu zullen steeds vaker een internationale carrière krijgen.
Eén van de redenen dat veel Wageningse studenten internationaal georiënteerd zijn is denk ik ook de grote instroom bij Wageningen UR van internationale studenten. Andersom versterken de Nederlandse studenten die terugkomen van een internationale stage ook de verbinding met internationale studenten. Het wordt één internationale gemeenschap.
Ik ben het wel eens met Dittrich dat in de BSc-opleidingen nog te weinig studenten een deel van hun studie in het buitenland doen. Daar proberen we wat aan te doen in het project Towards Flexibility, waarin roosters zo gemaakt worden dat er ruimte ontstaat om een tijd weg te gaan.’

Dr. Anja Kuipers, opleidingsdirecteur Plantenwetenschappen bij Wageningen Universiteit:
‘Het ademt hier internationaliteit. Nederlandse studenten zien al vroeg in hun studie heel veel internationale studenten. Ook BSc-studenten volgen bij ons al in hun tweede jaar vakken met hen. Het is dan een klein stapje om zelf naar het buitenland te gaan. Ik heb er geen cijfers over, maar zeker meer dan de helft van de Nederlandse studenten gaat tijdens hun studie naar het buitenland. Over de hele wereld.
Het is denk ik ook heel belangrijk dat ze dat doen. Want het geeft ze ervaring en het vakgebied waarin ze later komen te werken is ook heel internationaal georiënteerd. Netwerken in de wetenschap zijn internationaal. Maar de meeste studenten doen het omdat ze het heel erg leuk vinden.
Probleem is nog wel eens de taal. Bij een stage of afstudeervak gaat dat vaak wel goed, want bij veel bedrijven en internationale onderzoeksinstellingen wordt Engels gesproken. Maar het onderwijs wordt bij universiteiten in het buitenland niet altijd in het Engels gegeven. Dan wordt het lastig voor Nederlandse studenten om daar onderwijs te volgen.’

Rob Warmenhoven, coördinator van de major International Timber Trade van de opleiding Bos- en natuurbeheer bij Van Hall Larenstein:
‘Al onze studenten gaan twee keer naar het buitenland, sommigen drie keer. Ze studeren een half jaar aan een Zweedse universiteit en volgen een buitenlandse stage van ten minste tien weken ergens in de wereld. Die studie in Zweden stellen we verplicht. Het kan zijn dat dat enkele van de potentiële studenten afschrikt, maar we vinden het belangrijk het toch te doen. Want we vinden die internationale ervaring belangrijke bagage. En de meeste studenten reageren er heel positief op, het spreekt ze aan in het buitenland te studeren. Ervaring in het buitenland is niet alleen belangrijk in hun werk later, maar ook omdat het studenten als mens rijker maakt. Ze worden er flexibeler van en leren overleven in een vreemde omgeving.
Bij Van Hall Larenstein in het algemeen zouden trouwens meer studenten naar het buitenland moeten gaan. Ik schat dat nu zo’n twintig procent dat doet. Behalve aanmoedigen het toch te doen, vind ik het niet gek om het soms verplicht te stellen. Bij de HAN doen ze dat ook. En we kunnen ook nog meer gebruik maken van de samenwerking met Wageningen UR, door het internationale netwerk dat docenten en onderzoekers daar hebben meer te benutten. Dat biedt individuele mogelijk­heden voor studenten.’

Dr. René Kwakkel, opleidingsdirecteur Dierwetenschappen bij Wageningen Universiteit:
‘Het is al dertig jaar lang gebruikelijk ­onder onze studenten om tijdens hun ­studie naar het buitenland te gaan. Ik denk dat zo’n negentig procent van onze masterstudenten op stage gaat over de grens. Ze worden door hun docent of studieadviseur gewezen op relevante onderzoeksgroepen in het buitenland waar ze terecht kunnen. Als dat dan ook nog eens een interessant land is waar je best eens heen zou willen, dan is dat mooi mee­genomen. Ook voor afstudeervakken gaan studenten naar het buitenland.
En ook in toenemende mate om vakken te volgen aan andere universiteiten, ­bijvoorbeeld binnen een Double Degree. Daarbij doen studenten de helft van hun studie aan een buitenlandse univer­siteit.
Het is eigenlijk common sense om tijdens je studie naar het buitenland te gaan. Het past ook in de cultuur van Wageningen, een stad die na New York de meest internationale stad ter wereld is omdat er zoveel verschillende nationaliteiten te vinden zijn. Als je zo dramatisch veel buitenlanders tegenkomt, en dat bedoel ik positief, dan krijg je vanzelf een breder blikveld. Veel studenten zoeken na hun studie ook werk in het buitenland. Want ook van oorsprong Nederlandse bedrijven en instellingen werken steeds meer internationaal. Het lijkt me niet nodig een stage in het buitenland verplicht te stellen. Want de meesten doen het al. En wie het echt niet wil moet je ook niet dwingen, want die heeft daar vast goede persoonlijke ­redenen voor.’

Re:ageer