Organisatie - 6 maart 2008

Hoe ongelijkheid de aidscrisis verergert

Armoede en ongelijkheid tussen man en vrouw zijn de drijvers van de aids-epidemie in Afrika, blijkt uit het Wageningse onderzoeksprogramma AWLAE. Hoe groter de armoede en de ongelijkheid, hoe groter de impact van aids. En die ziekte maakt korte metten met de befaamde Afrikaanse saamhorigheid.

120_achtergrond0.jpg
In zuidelijk Afrika loopt rond de twintig procent van de volwassenen rond met het hiv-virus. Dat is veel, maar dat wil nog niet zeggen dat er ook zoveel mensen ziek zijn. Want besmetting met hiv leidt niet altijd direct en in dezelfde mate tot de ziekte aids. Wie moderne aidsremmers kan bemachtigen, goed verzorgd wordt, gezond voedsel krijgt en het zich kan veroorloven om minder te werken, kan tegenwoordig oud worden met hiv onder de leden. Waar mensen niet in die gelukkige omstandigheden leven, slaat de epidemie in als een bom.
Welke gevolgen die bom heeft voor gezinnen, voor de sociale samenhang in een dorp, de landbouw, de voedselzekerheid van rurale huishoudens en voor de verhouding tussen mannen en vrouwen, was het onderwerp van promotieonderzoek van negentien vrouwen uit twaalf Afrikaanse landen bij Wageningen Universiteit, in het kader van African Women Leaders in Agriculture and Environment (AWLAE). Het programma dat gefinancierd wordt door het ministerie van Buitenlandse Zaken (DGIS), ging in april 2003 van start en inmiddels zijn de eerste vijf vrouwen gepromoveerd.
Joyce Challe onderzoekt bijvoorbeeld wat aids betekent in Tanzania voor de kennis over eetbare planten. Als ouders wegvallen kunnen ze hun kennis niet meer doorgeven aan kinderen, en dat heeft gevolgen voor het gebruik en behoud van biodiversiteit. Corry du Preez onderzoekt hoe de taakverdeling binnen huishoudens verandert door aids. Dr. Doris Kakuru deed dat ook, en concludeert dat meisjes minder vaak naar school gaan door aids, omdat ze eerder dan jongens ingezet worden als arbeidskracht als er door aids minder mensen op het land kunnen werken. Ook econoom dr. Lydia Ndirangu richtte zich op de ver­anderingen binnen huishoudens en concludeert bijvoorbeeld dat vrouwen minder te eten krijgen dan mannen als er schaarste is.
Dr. Faith Nguthi keek naar de gevolgen van aids voor de landbouw, en dan vooral voor de adoptie van nieuwe techno­logieën in de bananenteelt. De Keniase overheid probeert die te verspreiden, maar houdt daarbij te weinig rekening met het gebrek aan geld en aan arbeid op het land door aids.

Sociale oorzaken
Het zijn voorbeelden die laten zien dat aids sociale gevolgen heeft, maar ook sociale oorzaken. ‘Aids verscherpt bestaande ongelijkheden tussen rijk en arm en tussen man en vrouw’, zegt prof. Anke Niehof, begeleider van een aantal van de AWLAE-promovendi en samen met dr. Lisa Price leider van het project. ‘Maar andersom zijn er ook kwetsbare groepen te onder­schei­den, zoals arme vrouwen, die zwaarder getroffen worden door aids. Armoede en ongelijkheid dragen bij aan de crisis.’
‘Wanneer aids armoede ontmoet’, heet het proefschrift van dr. Carolyne Nombo, waarin ze het dorp Mkamba in Tanzania beschrijft. Als gevolg van aids zijn er in het dorp veel huis­houdens waarvan de werkende leden - vader, moeder of beiden - overleden zijn. Maar ook als er geen sterfgevallen zijn leidt aids tot minder arbeidskrachten, omdat degenen die gezond zijn de zieken moeten verzorgen. Geld en bezittingen worden niet meer geïnvesteerd in bijvoorbeeld zaaizaad of kunstmest, maar in zorg en medicijnen. De klein­schalige landbouw komt in verval en dat leidt tot verlies van bestaansmiddelen en gebrek aan voedsel.

Vroeger bestond in Mkamba de onderlinge hulpvaardigheid waar Afrika bekend om staat. Mensen die tegenslag hadden, konden vertrouwen op de steun van familie, buren of vrienden in het dorp. Sociaal wetenschappers noemen dat sociaal kapitaal. Maar in het huidige Mkamba is daarvan weinig terug te vinden. De armen krijgen nauwelijks steun van verwanten. Zij moeten zelf alle zeilen bijzetten om te overleven, en als ze wel iets te vergeven hebben, dan geven ze dat niet aan mensen die misschien doodgaan en hun schuld niet meer kunnen inlossen. Bovendien heeft aids zoveel gaten geslagen in het netwerk van familie en vrienden, concludeert Nombo, dat de familiebanden verdwenen of vervaagd zijn.
Belangrijk is ook dat het onderlinge vertrouwen in de lokale gemeenschap beschadigd is door het stigma en de geheimzinnigheid rondom aids. Want mensen weten wel hoe hiv overgedragen wordt, maar dat verklaart niet waarom de ene snel de ziekte krijgt, en de ander niet. Aids heeft een lange incubatietijd, waardoor de brave huisvader die jaren geleden een slippertje maakte, toch aids kan krijgen. Dat leidt tot beschuldigingen van hekserij en argwaan in het dorp. Het sociaal kapitaal brokkelt hierdoor af, stelt Nombo. Niehof: ‘Al zijn normen van onderlinge hulp en soli­dariteit nog zo sterk, als het lange tijd niet lukt die na te leven dan veranderen de normen.’

Depressief dorp
‘Mensen kunnen depressief worden’, zegt Niehof, ‘maar tijdens mijn bezoek aan dat dorp begreep ik dat ook een heel dorp depressief kan worden en in een uitzichtloze situatie terecht kan komen. Aids heeft daar het sociale weefsel vernietigd.’ Niehof trof in Mkamba bijvoor­beeld een huishouden dat bestond uit een meisje van veertien die voor haar jongere broertjes en zusjes moest zorgen. ‘Ze heeft niets te eten, en dan komen er tijdelijke arbeiders langs met wat geld die wel een nummertje willen in ruil voor geld of een bord eten. Dat zorgt weer voor verspreiding van aids.’
Vrouwen worden zwaarder getroffen door aids dan mannen, blijkt uit verschillende van de AWLAE-studies. Vrouwen doen in de Afrikaanse landbouw het meeste werk en ervaren dus ook de meeste druk als er gebrek aan arbeid is. Bovendien hertrouwen mannen van wie de vrouw aan aids overlijdt vaak wel, waardoor ze weer verzekerd zijn van arbeidskracht. Maar aidsweduwen hertrouwen niet, bleek uit onderzoek in Uganda van Dr. Monica Beraho. Zij blijven alleen over met de zorg voor kinderen of ouderen. Boven­dien verliezen die alleenstaande vrouwen vaak hun land en hun bezittingen, omdat de familie van de overleden man daar aanspraak op kan maken.
Alleenstaande vrouwen blijken ook het minst te kunnen rekenen op sociaal kapitaal. Mannen zijn bijvoorbeeld vaak lid van boerengroepen of etnische groepen waarvan ze hulp krijgen. Vrouwen kunnen alleen lid zijn van vrouwengroepen en die hebben geen middelen te verdelen. Bovendien hebben vrouwen minder te zeggen over bezittingen die in tijden van nood verkocht kunnen worden.
Ook als het gaat om preventie hebben vrouwen een zwakkere positie. ‘Ze weten wel dat ze condooms kunnen gebruiken’, zegt Niehof, ‘maar getrouwde vrouwen kunnen niet om condooms vragen want dat zou impliceren dat ze hun man wantrouwen of dat ze zelf besmet zijn. Condooms worden geassocieerd met prostitutie.’
Waar een ziekte niet enkel individuen treft maar een hele samenleving ontwricht, moet ook de aanpak van die ziekte anders. Uit het onderzoek zijn lessen te trekken voor het beleid van landen en ontwikkelingsorganisaties. Veel projecten zijn nog gericht op voorlichting of verstrekking van medicijnen. Maar daarnaast is het ook nodig om landbouwprogramma’s en beleid aan te passen aan de veranderde samen­leving, is de conclusie van onder andere dr. Esther Wiegers, die vorige maand ook op het onderwerp promoveerde. Aids moet opgenomen worden in landbouwvoorlichting en in de ontwikkeling van nieuwe technologie, meent ze, zodat de landbouw kan blijven draaien met minder arbeidskrachten. Er moet meer gedaan worden aan kennisoverdracht, want aidswezen leren het boerenvak niet meer van hun ouders. Vrouwen en armen verdienen in dat soort beleid extra aandacht, want die zijn kwetsbaarder.

Empowerment
Behalve het leveren van onderzoeksresultaten heeft het AWLAE-programma overigens nog een doel: de ongelijkheid tussen de seksen in Afrika verkleinen door empowerment van vrouwen. De negentien vrouwen die binnen het programma promoveren werden mede geselecteerd op leiderschapskwaliteiten, vertelt Niehof. ‘Ze werken bij agrarische onderzoeksinstellingen, universiteiten en ngo’s. De kennis en ervaring die ze opdoen en de titel die ze met hun onderzoek verwerven geeft ze meer gezag. En ze weten alles van de invloed van genderongelijkheid op de samenleving. Zij kunnen een verschil maken.’

Re:ageer