Wetenschap - 31 augustus 2015

Hoe geven mensen betekenis aan hun omgeving?

tekst:
Albert Sikkema

Wageningse sociologen hebben een EU-project van 3,8 miljoen euro in de wacht gesleept. Ze gaan jonge onderzoekers opleiden om duurzame gebiedsontwikkeling in Europa te onderzoeken in een Marie Curie-programma, onderdeel van EU-programma Horizon2020.

Het Europese programma Susplace, waarin zes universiteiten samenwerken met zeven niet-academische partners, draait om ‘sustainable place shaping’. ‘Dat is hoe mensen gezamenlijk op duurzame wijze hun plek vormgeven’, licht Ina Horlings van de leerstoelgroep Rurale Sociologie toe. ‘Denk bijvoorbeeld aan energie-coöperaties, waarbij bewoners samen investeren in wind- en zonne-energie. We willen nagaan hoe mensen dit organiseren en vormgeven in hun omgeving. We zien plaats daarbij niet als een plek op de kaart, maar als een uitkomst van politiek-economische processen, sociaal-culturele waarden en ecologische randvoorwaarden.’ Samen met collega Dirk Roep coördineert Horlings het EU-project.

De sociologen, die samenwerken met de overheid van Wales, eco-dorpen in Finland, een audiovisuele organisatie in Portugal, de Nederlandse coöperatie in duurzaamheid EXCEPT en ingenieursbureau Royal Haskoning/DHV, gaan op zoek naar de onderliggende waarden van duurzame gebiedsontwikkeling. ‘We willen weten hoe mensen betekenis geven aan een plaats en hoe ze invloed uitoefenen om de ontwikkeling op die plek in eigen hand te nemen, zegt Horlings.

Vijftien jonge onderzoekers gaan de komende drie jaar dit soort casussen onderzoeken in zes Europese landen. Drie daarvan worden door Rurale Sociologie begeleid. De eerste gaat energiecoöperaties onderzoeken in Nederland, Schotland en Portugal. In Lochem doen inwoners samen de exploitatie van windmolens, op het Schotse eiland Eigg doen de inwoners iets soortgelijks.

De tweede onderzoeker kijkt naar hoe lokale leiders verantwoordelijkheid nemen voor gebiedsontwikkeling. Horlings: ‘Vaak gaat het om informeel leiderschap: enkele inspirerende mensen met visie mobiliseren mensen rond een nieuw gebiedsverhaal en sluiten nieuwe coalities. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Brainport Eindhoven door de burgemeester, de directeur van de Kamer van Koophandel en het bestuur van de universiteit. Maar in het nabijgelegen Groene Woud bleek een lokale aardbeienteler de trekker van de gebiedsprofilering. ‘Wat maakt deze leiders succesvol? Daar is nog weinig over bekend.’

En een derde onderzoeker richt zich op beleid: welke strategieën gebruiken  bestuurders en beleidsmakers om gebiedsontwikkeling te stimuleren. ‘De overheid van Wales heeft duurzame ontwikkeling expliciet opgenomen in haar beleid en wettelijk verankerd. Ze ondersteunt netwerken van mensen die hier invulling aan willen geven, heeft subsidiepotjes en creëert beleidsruimte zodat mensen kunnen experimenteren. Zo zoeken we nog meer voorbeelden van geslaagde beleidsontwikkeling.’

Doel is niet alleen om kennis te vergaren en uit te wisselen, zegt Horlings. ’Het belangrijkste van een Marie Curie project is de opleiding. De vijftien jonge onderzoekers krijgen een praktijktraining van de niet-academische partners, een pittige training in onderzoekvaardigheden en trainingen in schrijven en communicatie. Veel van de cursussen zijn in Wageningen, mar er komen ook twee cursussen in Wales en een summer school in Portugal. Ook gaan ze op stage bij de niet-academische partners om in meerdere landen kennis en vaardigheden op te doen.’ Het EU-project ‘Susplace’ start in oktober, de jonge onderzoekers in april 2016.


Re:ageer