Organisatie - 28 september 2006

Hoe doet Veerman het als minister?

Cees Veerman behoort volgens een jury van het Parool tot de drie beste ministers van dit kabinet. Alleen Kamp en Donner zijn volgens André Rouvoet, Robin Linschoten en Felix Rottenberg even goed. Het Agrarisch Dagblad stelde haar lezers zelfs de vraag of Veerman de beste landbouwminister ooit is. Hoe kijkt u aan tegen de erfenis van vier jaar Veerman?

Prof. Han Wiskerke, hoogleraar Rurale sociologie
‘Veerman heeft terecht veel nadruk gelegd op ondernemerschap. Dat is goed geweest. Uiteindelijk moet het natuurlijk van de boeren komen, die moeten iets maken van hun bedrijf. Veerman wilde een minder dominante rol van de overheid. Dat is prima, maar soms lijkt die houding er toe te leiden dat de overheid helemaal niets meer wil doen aan het platteland. Als alles wordt overgelaten aan de markt is er immers geen overheid meer nodig. Daarin is de minister volgens mij te ver doorgeschoten. Bij verbreding en het streven naar een multifunctioneel platteland is wél een actieve rol van de overheid nodig. Ik heb een duidelijke visie daarop gemist.
Veerman is onder boeren vrij populair. Ik denk dat dat komt omdat hij redelijk recht door zee is. Bovendien is het een charmante man die zijn beleid goed weet te verkopen. Hij wekt ook de indruk dat hij bijvoorbeeld in Brussel zijn best doet voor Nederland, veel meer dan zijn voorganger. Brinkhorst was misschien wel te veel Europeaan, Veerman was zich ervan bewust dat hij ook belangen van de Nederlandse boeren te verdedigen had. Veerman is natuurlijk ook veel meer een boerenminister dan Brinkhorst. Hij weet welke taal hij moet spreken in verschillende gezelschappen.
Of Veerman iets van blijvende waarde achterlaat weet ik niet. Van Aartsen associeer ik meteen met plattelandsvernieuwing. Die wist een trendbreuk teweeg te brengen. Veerman zal denk ik herinnerd worden vanwege de grote fusies die hij geleid heeft - Wageningen UR en de Greenery - en minder als minister.’

Prof. Geert de Snoo, bijzonder hoogleraar Agrarisch natuur- en landschapsbeheer
‘Ik ben positief over zijn erfenis. Veerman heeft zich een zeer vakbekwame minister getoond op het terrein waar ik verstand van heb, agrarisch natuurbeheer. Hij heeft goed onderscheiden wat wel en niet werkt. Hij stond met beide benen in de praktijk en was ook niet bang om maatregelen die niet bleken te werken af te schaffen. Zo heeft hij het lichte weidevogelpakket stopgezet. Boeren kregen onder andere een beloning voor het iets later maaien. De gedachte was dat weidevogels daarvan profiteerden, maar dat bleek niet zo te zijn.
Zijn voornaamste verdienste is misschien wel dat hij de tegenstellingen die er traditioneel waren tussen boeren en natuurbeschermers heeft weten te slechten. Als mensen iets willen met een bepaald gebied, zegt hij: ga je gang. Maak samen met andere betrokkenen een plan en leg dat maar ter toetsing voor. Voor de komst van Veerman was er voor iedere belang een apart potje. Hij heeft de afgelopen jaren veel meer samenhang in het beleid weten te brengen. Of de grutto er iets mee opgeschoten is? Dat kun je niet zeggen, zo snel reageert de vogelstand niet. Maar ik denk dat Veerman de problemen rond weidevogelbeheer goed op het netvlies had, en zinvolle initiatieven heeft genomen.
Wat hij heeft laten liggen? De natuur- en landschapskwaliteit in het buitengebied staan nog steeds onderdruk. De speelruimte voor natuur neemt alsmaar verder af. Veerman heeft daarin geen echte omslag weten te bereiken.’

Prof. Arie Oskam, hoogleraar Agrarische economie en plattelandsbeleid
‘Veerman wist zich in Brussel makkelijk te bewegen. Hij heeft in het begin van zijn ministerschap de problemen tussen landbouwcommissaris Fischler en Chirac omzeild en zo de belangrijke landbouwhervormingen weten te redden. Hij werd toen ook genoemd als mogelijke opvolger van Fishler, dat was niet voor niets.
In zijn plattelandsbeleid heeft Veerman gekozen voor een moderne lijn: geen productiesteun meer, maar inkomensteun. Bedrijven moeten het doen, je kunt de overheid niet overal verantwoordelijk voor maken. Tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie heeft hij die lijn ook goed op de agenda weten te krijgen.
In Nederland heeft zijn nota Kiezen voor landbouw, met als hoofdlijn het ondernemerschap, het ook prima gedaan. De overheid moet ondernemers niet te veel voor de voeten lopen. In de Kamer was veel steun voor die lijn.
In internationale onderhandelingen stond hij redelijk open voor internationale handel. Bij onderhandelingen over vrije handel zie je altijd dat partijen met gevestigde belangen zich verzetten tegen het opgeven van beschermde posities. Sommige ministers zijn heel gevoelig voor die druk, Veerman minder.
Verder stond hij wel open voor biologische landbouw, en had hij een evenwichtige aandacht voor dierenwelzijn. Al met al ben ik zeker positief over zijn prestaties. Hij had een evenwichtige visie die hij goed wist over te brengen. Hij heeft daarmee beleid dat al was ingezet door Van Aartsen en Brinkhorst dichter bij de boeren weten te brengen.’

Dr. Martin Scholten, directeur visserij-instituut Imares
‘Anders dan zijn voorgangers heeft hij de vissers niet op de barricades gekregen. Het grote verschil met eerdere ministers is dat hij de juiste toon wist te treffen. Brinkhorst heeft zich bijvoorbeeld één keer echt bemoeid met de visserij, dat ging over de kokkelvisserij in de Waddenzee. Door al te laconiek te praten over het economisch belang ervan was hij in één keer alle goodwill van de vissers kwijt was. Veerman wist zich veel beter te verplaatsen in de positie van de vissers en praatte met respect voor de traditie waarin zij werken.
Veerman heeft in Brussel gevochten voor quota, maar heeft ook laten weten dat de visserij op een andere leest geschoeid moet worden. Dat het afgelopen moet zijn met de brandstofverslindende en bodembeschadigende boomkorvisserij bijvoorbeeld, en dat de visserij snel moet innoveren. Hij was verantwoordelijk voor het besluit om de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee te verbieden, maar liet wel ruimte voor andere activiteiten.
Ook als onderzoeker heb ik hem zeer gewaardeerd. Ik weet dat er in het verleden wel eens een flinke kloof zat tussen ministers en wetenschappers. Maar Veerman vroeg vaak wat de wetenschap te bieden had, en ging zorgvuldig om met onze adviezen. Dat is motiverend.
Positief hè? Ja, ik denk echt dat hij in de sector over een jaar of tien herinnerd wordt als een minister met hart voor de visserij.’

Re:ageer