Wetenschap - 29 november 2001

Hoe de minister verdween uit Jorwerd

Hoe de minister verdween uit Jorwerd

Jan Douwe van der Ploeg over het vermakelijke theater van het landbouwministerie

Minister Brinkhorst vroeg het Sociaal Cultureel Planbureau hem uit te leggen waarom boeren in vredesnaam blijven boeren. SCP-directeur prof. Paul Schnabel, niet thuis in de landbouw, sluit zich in grote lijnen aan bij wat prof. Jan Douwe van der Ploeg daarover zegt. Schnabels essay leverde een juichende reactie op van de minister en het SCP mag op kosten van Brinkhorst een breed vervolgonderzoek gaan doen. Van der Ploeg zelf diende eerder al een voorstel voor precies zo'n onderzoek in. Tevergeefs. Van der Ploeg legt uit hoe dat theater van het ministerie is ontstaan en kan er, hoewel het wat wrang is, nog om lachen ook.

Het essay van Paul Schnabel laat zich lezen als een goede samenvatting van het uitgebreid Wagenings sociologisch onderzoek naar de vraag waarom boeren blijven boeren. "Een welwillende recensie van ons werk", oordeelt Van der Ploeg, die er niet rouwig om is dat hij zelf niet gevraagd is een dergelijk essay te schrijven. Vreemd is wel dat de minister zo enthousiast is over het onderzoek van het SCP, terwijl de conclusies grotendeels overeenkomen met die uit eerder werk van de Wageningse landbouwsociologen, waar het ministerie geen oren naar had. Zo haalt Schnabel uitgebreid Van der Ploegs betoog aan over de virtuele boer. Van der Ploeg stelt in het gelijknamige boek dat het ministerie uitgaat van een louter rationeel en economisch denkende boer. In werkelijkheid hebben de boeren echter een andere strategie en andere activiteiten dan waarmee het ministerie in haar databanken rekent. Zo heeft het ministerie volgens Van der Ploeg het onwerkelijke beeld dat boeren die verbreden met een camping of zorgboerderij, of verdiepen door hun product zelf te verwerken en te vermarkten stilstaan. Volgens hem kan verbreden en verdiepen wel degelijk een alternatieve groeistrategie zijn. Ook het financi?le walhalla dat Brinkhorst de boeren - tot hun grote ergernis - voorspiegelt na bedrijfsbe?indiging blijkt in praktijk tegen te vallen. Lang niet iedere boer wordt, na aftrek van schulden, miljonair van de verkoop van grond.

Psychologie

Schnabel stelt dat als Van der Ploeg gelijk heeft, het beleid van LNV danig op de schop moet. Ook bezigt Schnabel dezelfde taal als de Wageningse landbouwsociologen en benadrukt ook hij de potentie van verbreding en verdieping van de landbouw als alternatieve groeistrategie. Schnabel wijkt af van de Wageningse sociologen in zijn psychologische, soms bijna religieuze argumenten waarom boeren blijven boeren. Hij vergelijkt boeren met priesters die ook niet zomaar van hun geloof vallen als het even tegenzit. De verbondenheid met buiten werken ziet Schnabel als een psychologische karaktertrek die past in een historische traditie waarin het bedrijf van vader op zoon overgaat. Schnabel ziet de bestendigheid van 'het oudste beschaafde beroep' dan ook veroorzaakt doordat boeren een soort ideologie is geworden, waarin niet alleen continu?teit en traditie hoge waarden zijn, maar waarin ook het beroep zelf als hoge waarde verschijnt. Dat verklaart volgens Schnabel ook waarom er rond het boerenbedrijf een zo groot en blijvend hecht 'groen front' is ontstaan. Deels steunt dat op de vele would-be boeren. Mensen - ambtenaren, wetenschappers - die eigenlijk boer zouden willen zijn maar dat door gebrek aan mogelijkheden niet kunnen, hebben toch blijvend hun hart verpand aan de landbouw.

Van der Ploeg voelt minder voor psychologie en verklaart de wens van boeren om te blijven boeren meer uit het feit dat boeren hun eigen bedrijf zelfstandig opbouwen. "En je bent trots op wat je zelf opbouwt, wat dat betreft zijn het net mensen," lacht Van der Ploeg. Waarom boeren al dan niet stoppen, hangt volgens Van der Ploeg ook sterk af van de bedrijfstak en bedrijfsstijl. Ook Schnabel dringt aan op een uitgebreid vervolgonderzoek waarin de mogelijkheden van de verschillende sectoren uitgezocht worden. Het ironische is dat het ministerie, dat eerder een dergelijk voorstel van Van der Ploeg afwees, dit keer wel enthousiast met de geldbuidel over de brug komt. Overigens is de groep van Van der Ploeg niet afhankelijk van geld van LNV. Dat komt van de Europese Commissie, NWO en overheden van Zuid-Afrika en Itali?.

Steunpilaren

"Een beetje wrang, maar vooral vermakelijk" vindt Jan Douwe van der Ploeg deze 'theatervoorstelling'. Begrijpen doet hij de U-bocht wel. "Wageningen UR heeft zich, net als het ministerie, nooit losgemaakt van het dominante idee van modernisering van de landbouw." Onderzoek en beleid bleef gericht op de schaalvergrotende boer wiens enige doel meer productie is. Daardoor zijn er volgens Van der Ploeg nooit serieus alternatieven ontwikkeld voor de modernisering, terwijl die nu zo hard nodig zijn. Dat heeft beleid en onderzoek - gebaseerd op modernisering en een virtueel idee van de boer - op grote afstand gezet van boeren zelf. Ook Schnabel ziet hoe boeren er steeds meer alleen voor komen te staan. "Na God verdween ook de minister uit Jorwerd", vat Schnabel samen. Daardoor is het begrijpelijk dat minister en ministerie de werkelijke motivatie van boeren om te blijven boeren niet begrijpen. En dat maakt het ook begrijpelijk dat de minister - zelf een buitenstaander in de landbouw - niet Wageningen, maar het SCP vraagt om uit te leggen waarom dat zo is.

Schnabel ziet de landbouw als hangbrug die overeind werd gehouden door pylonen en trekkabels die bestaan uit voorlichters, onderzoekers, accountants, dierenartsen, ambtenaren, kamerleden en ministers. Nu de traditionele pylonen verbrokkelen - niet in de laatste plaats een minister die niet meer vanzelfsprekend achter de boeren staat - gaat de hangbrug vervaarlijk schommelen, stelt Schnabel. Van der Ploeg zegt dat ook Wageningen UR aan die afbraak meedoet, bijvoorbeeld door veel aandacht voor natuurontwikkeling via onteigening van boeren. Hij voegt er aan toe dat nieuwe steunpilaren de landbouw ondersteunen. "De culturele elite in Nederland maakt zich steeds meer zorgen over het verlies van cultuur en leefbaarheid van het platteland door een ontboering van het platteland." Dat valt bijvoorbeeld terug te zien in boeken van Geert Mak en gedichten van Rutger Kopland.

Joris Tielens

Foto Guy Ackermans

Het essay Waarom blijven boeren? van Schnabel is te vinden op www.scp.nl/boeren/landbouw.htm

Re:ageer