Student - 11 november 2015

Hoe blijf je de beste universiteit?

tekst:
Albert Sikkema

Wageningen staat voor de elfde keer op rij bovenaan in de Keuzegids Hoger Onderwijs. Het begint normaal te worden. Toch speelt er iets bijzonders, want de ‘kleinschaligheid’ die altijd als het Wageningse geheim gold, is allang verleden tijd. Het studentenaantal is in tien jaar verdubbeld. Hoe houd je de kwaliteit desondanks hoog? Door snel knelpunten op te lossen, zegt opleidingsdirecteur Anja Kuipers van Plantenwetenschappen.

‘Bij ons is de studententoename nog groter dan het Wagenings gemiddelde’, zegt Kuipers, wier bacheloropleiding de hoogste score (92 punten) kreeg van de Keuzegids. ‘In 2005 hadden we 10 à 12 eerstejaars, vorig studiejaar 55 en dit jaar 70 eerstejaars.’ Ze spreekt weleens studenten die een tijdje bij een andere universiteit hebben gezeten. ‘Die zeggen: wat is het onderwijs toch goed georganiseerd in Wageningen. Er is veel persoonlijk contact mogelijk met de docenten en studieadviseurs, je kunt je makkelijk aanmelden voor vakken, de administratie is goed. Dat zijn blijvende pluspunten van Wageningen.’

De studentengroei noopte Plantenwetenschappen wel tot voortdurende aanpassingen. Kuipers: ‘Aan het eind van het eerste jaar hebben we een mini-stage, om kennis te maken met het bedrijfsleven. Vroeger waren dat individuele stages, vanwege de groei doen we dat nu groepsgewijs.’ De eerstejaarsvakken celbiologie en wiskunde moesten flink worden opgeschaald en de organisatie van de scheikundepractica moest slimmer om meer studenten in de practicumruimtes te kunnen onderwijzen. ‘De crux was steeds dat er veel contactmogelijkheden bleven tussen student en docent’, zegt Kuipers.

De studentengroei ging ook knellen bij de thesisbegeleiding in het laatste bachelorjaar. Maar de kracht van Wageningen, zegt Kuipers, is dat het onderwijsinstituut en de docenten snel oplossingen aandragen. Zo worden de studenten nu steeds meer groepsgewijs begeleid bij het schrijven van hun thesisvoorstel en -verslag. Kuipers: ‘Dat kost minder staf per student, bovendien kunnen studenten elkaar helpen. Het is efficiënter en het leereffect blijft.’

Het Wageningse onderwijs gaat niet vaak op de schop, maar wordt wel elk jaar steeds iets bijgesteld. Tien jaar geleden, met de helft minder studenten, was het kleinschalig. Inmiddels is het Wageningse onderwijs opgeschaald en is het vooral intensief en flexibel. Dat waarderen de studenten.

Lees ook: