Wetenschap - 15 maart 2001

High tech brengt ecologie in de stad

High tech brengt ecologie in de stad

Alterra-onderzoekers zien verstedelijking als een instrument voor natuurbeleid. In het boek Natuur en de stad combineren zij ecologie met high tech architectuur. Een interview met redacteur drs. Wim Timmermans.

Jullie schrijven in de inleiding: "Pillen gaan samen met het paradijs, Madonna met de Heilige Maagd, natuur met kunst en last but not least: natuur met de stad." Is dat nieuw?

Het huidige draagvlak voor natuur zit - en nu chargeer ik - bij een vergrijzende groep van veertig jaar en ouder die elk weekend de paden op en de lanen in gaan. Jongere mensen kijken op een heel andere manier naar natuur, mede dankzij de nieuwe media.

Wat is het gevolg daarvan?

Ecologische verbindingen zijn vaak bagger en riet. Dat kan anders, meer high tech. We hebben samengewerkt met architecten die een vernieuwende kijk hebben op ecologie en architectuur. Ik leer veel van hen, maar zij leren ook veel van mij. Dan komen we op idee?n als snackloket IJburg, waar visdiefjes leven op hoogbouw zodat flatbewoners kunnen genieten van uitzwermende vogels. Zo kom je op een Ecologische Hoogstructuur.

Je brengt de ecologie naar de stadsbewoners?

Toen ik het idee van snackloket IJburg presenteerde, zei iemand dat hij zich al lang afvroeg hoe hij koolmezen in zijn tuin kon krijgen. Eerst dacht ik: 'dat heeft er niets mee te maken.' Maar daar gaat het juist om. Je kunt wijken met ecologische en architectonisch kennis zo inrichten dat je koolmezen of merels in de wijk krijgt. Voor gewone mensen is een merel voor het raam prachtig.

Maar daar gaat het in het natuurbeleid toch niet om?

Bestuurders zijn nauwelijks bereid om naar ecologie te kijken. Voor hen staat het economisch belang voorop. Maar dan krijg je juist problemen met diertjes als de korenwolf en de zeggekorslak die bedrijventerreinen en snelwegen tegenhouden. We willen een sfeer cre?ren waarin niet langer vanuit de loopgraven wordt gecommuniceerd, maar waarbij we samen problemen proberen te tackelen.

Is dat niet een nieuwe vorm van poldermodeldenken?

Het poldermodel is gericht op vijftig-vijftig-compromissen. Wij zoeken tachtig-tachtig-compromissen. Het gaat er om dat je het draagvlak voor natuur mobiliseert bij architecten en civiel ingenieurs. Dat is er namelijk wel, maar ze kunnen er niets mee in de praktijk. We hebben samen met Rijkswaterstaat ecoducten over de A12 ontworpen die liepen over een wegrestaurant, of over bedrijven. De civiele ingenieurs waren laaiend enthousiast. 'Het kan!', zeiden ze, 'dat moeten we maken.'

Wim Timmermans (red.), Natuur en de stad - Verstedelijking, een instrument voor het natuurbeleid, ISBN 9075365381

Re:ageer